Dit artikel verscheen in FORUM+ Lente 2017

Naar volledige editie →

Het puntje van de tong : proloog

Pieter De Buysser
Robin vzw

Het puntje van de tong is een planetariumvoorstelling die ontstond in de context van de PARS (Performing Astronomy Research Society), een internationaal netwerk van wetenschapshistorici, theaterwetenschappers en kunstenaars uit Parijs, Berlijn, Utrecht, Antwerpen en Brussel. Zij delen een interesse in astronomie als spektakel, kosmologie en de verhouding van de mens tot de hemellichamen. Astronomie was in de moderniteit van de negentiende eeuw, toen de natiestaten ontstonden en de techniek een sterke ontwikkeling kende, de moeder van alle wetenschappen. Ook vandaag de dag lijken kosmische dimensies in kunst en wetenschap opnieuw aan de (politieke) orde.
Het puntje van de tong is een coproductie met Théâtre les Amandiers in Parijs-Nanterre en het planetarium van Berlijn, en gaat in première tijdens het Kunstenfestivaldesarts 2017 in het planetarium in Brussel. FORUM+ publiceert de proloog van deze planetariumvoorstelling.

The Tip of the Tongue is a planetarium show that originated in the context of PARS (Performing Astronomy Research Society), an international network of historians of science, theatre scholars and artists from Paris, Berlin, Antwerp and Brussels. The members of PARS share an interest in astronomy as spectacle, cosmology and the relationship between humanity and the stars. In the nineteenth century, when the nation states were born and technology came to the forefront, astronomy was the harbinger of the modern, the mother of all sciences. Once again cosmic dimensions in the arts and sciences seem to be the (political) order of the day.
The Tip of the Tongue is a coproduction of Théâtre les Amandiers in Paris-Nanterre and the Berlin planetarium and will be premiered at Kunstenfestivaldesarts 2017 in the Brussels planetarium. FORUM+ is publishing the prologue to this planetarium show.

Earthrise, foto van de aarde achter de maan. Het beeld is op 24 december 1968 gemaakt door de bemanning van de Apollo 8.

Enkele maanden geleden was ik uitgenodigd op de universiteit van Mar del Platta. Ik ging er een lezing geven over de Argentijnse schrijfster Letitzia Alvares de Toledo. Ik varieer al jaren op die ene en dezelfde lezing, want ik heb het geluk dat er over mijn onderwerp heel weinig te zeggen valt, zo weinig dat het permanent neigt te imploderen. Maar die keer, een half jaar geleden, was bijzonder, ook al is Mar del Platta al bij al een provinciaal kuststadje, het was daar, in de calle Verde, dat Borges zijn verhaal schreef ‘De bibliotheek van Babel’. Letitzia Alvares de Toledo dankt haar roem aan dit verhaal van Borges. In ‘De bibliotheek van Babel’ beschrijft Borges een bibliotheek die bestaat uit een oneindig aantal zeshoekige galerijen. Deze bibliotheek bevat alle boeken die geschreven zijn of ooit geschreven zullen worden en ze kan daarmee antwoord geven op alle basismysteries van de mensheid. Het bevat alle geschiedenissen, alle wetten, alle berekeningen, alle voorspellingen en alle daarop denkbare variaties. Ik legde dit daar in Mar del Platta uit aan mijn publiek dat bestond uit collega’s die zich net als ik verwonderd staande hielden op de rand van de irrelevantie. Ik liet hun een schematische voorstelling zien van de bibliotheek van Borges die de eigenschappen van het heelal heeft, en dan vertelde ik dat Borges op het eind van dit magistraal gecomponeerd metafysisch construct in één duizelingwekkende voetnoot zijn hele werk als een zandkasteel laat instorten. In één futiel fatale noot laat hij Letitzia Alvares de Toledo opmerken dat het niet nodig is je deze in de ruimte uitbreidende bibliotheek voor te stellen. Er is iets compacters mogelijk dan het nochtans al erg bondige verhaal van Borges. Ik citeerde de voetnoot van Letitzia Alvares waarin ze aantoont dat het werk dat Borges zonet verricht heeft overbodig is: ‘Omdat ieder vast lichaam een opeenstapeling is van een oneindig aantal vlakken kan men de middelste bladzijde snijden, en opnieuw kan men de bladzijden snijden, de onvoorstelbare middenpagina zou geen voor- en geen achterkant hebben.’
Op dat moment zijgt een man op de tweede rij neer. Ik ga nog even voort en zeg hoe opmerkelijk het is dat Borges, de mannelijke schrijver, een ruimte bedenkt die aan expansie doet, die steeds verder een ongekende, steeds grotere ruimte penetreert, en dat Letitzia Alvares de Toledo, de vrouwelijke schrijfster, een inwaartse beweging maakt, steeds dieper in een oneindig lichaam. Maar de man op de tweede rij snakt naar adem. Ik stop. De mensen rondom buigen zich over hem. Er ontstaat een lichte paniek. Mensen proberen hem te helpen. Ik begrijp dat mijn lezing voorbij is.
De ziekenwagen komt aan. De verpleger zegt: klaplong. Zijn long is geïmplodeerd, vacuüm gezogen. Zelfs enkele ribben gekneusd. Ik kniel naast de man, merk dat een mooie vrouw zijn hand vasthoudt. De man kijkt me in de ogen en zegt: ‘Dank u voor alles.’
Ik zeg: ‘Wat heb ik dan gedaan dat u me bedankt?’
Hij zegt: ‘Niet u, Letitzia Alvares de Toledo.’
‘Je maakt een grap’, zeg ik.
‘Zie ik eruit alsof ik nu grappen maak?’
‘Nee, sorry’, zeg ik.
‘Maar je moet helemaal geen sorry zeggen.’
‘Sorry, dat is waar. Maar je hebt zoveel pijn...’
De verpleger onderbreekt, zegt dat hij de man eerst naar het ziekenhuis moet brengen, maar dat het wel goed zal komen.
Wanneer hij op de brancard wordt weggerold, staat de vrouw die zijn hand vasthield naast mij. ‘Ik wil met u spreken.’
‘Geen probleem,’ zeg ik, ‘ik denk dat ik hier wel klaar ben.’
Ik neem mijn spullen en loop met haar naar buiten.

De koele avondwind doet me deugd.
‘Ik ben Grace,’ zeg ze, ‘Grace Verra. Ik vind het heel boeiend wat u vertelt, ik ben zelf gepassioneerd door Letitzia Alvares de Toledo.’ Ik kan mijn oren niet geloven, een mooie jonge vrouw, uit België, hier in Argentinië, die net als ik redelijk begeesterd is door een amper bekend randfiguur uit de wereldliteratuur.
‘Bent u werkelijk voor mijn lezing gekomen?’
‘Ik ben al enkele weken in Mar del Platta’, zegt ze.
‘Mijn vader is eigenaar van een van de grootste rederijen ter wereld, Jean-Jacques Verra.’
‘Verra, natuurlijk. Ik zie de letters zo voor me, geschilderd in geel en blauw op containers.’
‘Tja, hij heeft er duizenden, en een vloot van twaalf containerschepen. Maar hij heeft nog één andere boot, zegt ze, de Amare, die wordt gebruikt voor wetenschappelijke experimenten, en die boot ligt nu hier, in Mar del Platta.’ Ze zegt dat het jammer is dat ik mijn lezing niet heb kunnen afmaken, maar het voordeel is dat de nacht nog jong is. ‘En misschien kan ik u wel uitnodigen… op de boot?’
Ik ben verbaasd. ‘Ja’, zeg ik, maar ik voeg er meteen aan toe dat ik eerst even mijn vrouw wil sms’en. Zo heb ik Grace meteen meegegeven dat er avonturen zijn waarvoor ik niet beschikbaar ben. Tot mijn opluchting reageert ze volstrekt onbevangen.
Wanneer we bij de kade aankomen, is het donker, toch merk ik al snel in de verte een ziekenwagen, de lichten gedoofd, ter hoogte van het enige grote schip. We komen dichterbij, ik herken dezelfde ziekenwagen die zonet de man uit het publiek heeft weggebracht. Ik zie zwaarbewapende mannen op het dek van het schip wandelen, enkelen hebben postgevat op de kade naast de loopbrug. Grace zegt dat ik me geen zorgen moet maken: ‘Veiligheidsoverwegingen, je weet nooit vandaag de dag.’ Ik zeg: ‘Maar waarom heeft een wetenschapsschip zoveel bescherming nodig?’
‘Dat zal Raymond u zo meteen duidelijk maken.’
Tot mijn verbazing komt de man die zonet uit mijn publiek is afgevoerd van de loopplank naar me toe. ‘Welkom aan boord’, zegt hij. Ik volg de man het schip op, door een kleine stalen deur, een trap af, tot in een donkere salon waar hij me een glas aanbiedt. Ik ben alleen met hem, het spijt me dat Grace ons niet vergezelt. Hij sluit de deur. ‘Aangename kennismaking, mijn excuses voor deze ongebruikelijke manier van uitnodigen, maar er is geen andere weg: ik ben Raymond White, privédetective. Ik ben ingehuurd door de vader van Grace. Ik moest haar zoeken voor hem.’
Ik zeg: ‘Het lijkt me dat je haar gevonden hebt.’
‘We hebben mekaar gevonden, ja.’ Hij glimlacht. ‘Dat mag je wel zeggen.’
‘En weet haar vader dat ook al?’
‘Grace en ik hebben inmiddels onszelf een andere opdracht gegeven, en daar zijn we nu net mee begonnen.’
De voetstappen die ik op het dek hoorde, verdwijnen, in plaats daarvan begint de motor van het schip te grommen als een lome beer. Het schip trilt.
‘Varen we weg?’
Raymond geeft geen antwoord. ‘Jean-Jacques Verra,’ zegt hij, ‘de vader van Grace, financiert dit schip met geld uit Saoedi-Arabië. Dit schip boordevol spitstechnologie gebruikt hij voor geo-engineering experimenten. Hij is een onverbeterlijke vooruitgangsoptimist.’
‘Wat doet hij dan zoal?’, vraag ik.
‘Vorige maand bemestte dit schip de oceaan voor Patagonia met ijzersulfaat, over honderden kilometers, dat stimuleert de groei van plankton zodanig dat het plankton de CO2-uitstoot in de lucht vermindert. Op deze manier herstelt dit schip de ozon in de lucht. Hij redt het klimaat, en toch mag iedereen olie blijven gebruiken. Iedereen blij: Saoedi-Arabië blij, de papa blij, de visjes blij.’
‘Dat is prachtig’, zeg ik.
‘Dat is het niet’, zegt hij.
‘Onder de vlag van vooruitgang, technologie en wetenschap houdt dit schip de industrieën die de aarde uitputten op koers. Waaronder het moederbedrijf van Jean-Jacques Verra. Dankzij deze ingreep hoeft hij het roer niet om te gooien, kan hij voortgaan de grondstoffen van deze ene planeet te plunderen. En voor iedere studie die de schadelijke neveneffecten van deze spitstechnologie aantoont, koopt hij vijf studies die de resultaten van die ene studie in twijfel trekken.’
‘Wat kunnen jij en ik daaraan doen? Zo gaat dat.’
‘Wij hebben dit schip gekaapt.’
‘Wat zeg je?’
‘Dat Grace en ik deze boot in beslag hebben genomen. En op dit moment zijn jij, Grace en ik nog de enigen op het schip. Al onze helpers zijn enkele minuten geleden van boord gegaan. Jij gaat met ons mee.’
‘Je hebt mij gevangengenomen?’
‘Laat ik het een wat kordate uitnodiging noemen.’
‘Wat ben je van plan?’
‘Niet meer en niet minder dan dit regime tot een einde brengen. Geen gemorrel in de marge meer met van die ouderwetse revoluties op pleinen en in straten. Nee. Deze keer gaan we het subtieler en fundamenteler aanpakken.’
‘Dat benieuwt mij. En waarmee ga je het oude regime vervangen?’
Raymond lacht en zegt: ‘Jij zal dat als eerste weten.’
Ik zeg: ‘Maar waarom ik?’
‘Omdat jij door je kennis van Alvares de Toledo de beweging naar binnen kent, en door je kennis van Borges de beweging naar buiten.’
Ik kijk hem bezorgd aan: ‘U hecht belachelijk veel belang aan de literatuurwetenschap.’
‘Als je nog andere redenen wil dan mag je die zelf verzinnen. We willen dat je voor ons gaat getuigen, in planetaria over de hele wereld.’

Als snel ontdek ik dat we inderdaad alleen op het schip zijn. Raymond White, privédetective, Grace Verra, de dochter van Jean-Jacques Verra, en ik. Het duurt een halve nacht op het gestaag voortvarende schip vooraleer ze me vertellen dat we koers zetten richting Chinese Zee.
Twee weken later sta ik om drie uur in de ochtend op het dek. De sterren schitteren aan de hemel zoals nergens anders. Ze zijn even vreemd als vertrouwd. Ik realiseer me dat deze lichten nog zullen stralen wanneer de laatste vreugde en het laatste verdriet is uitgedoofd. Ik zie dat Grace in de stuurcabine aan het roer staat. Dat verbaast me niet. Ook al is het schip uitgerust met de meest geavanceerde navigatietechnologie, Grace stuurt graag enkel op de stand van de sterren. In deze heldere nacht is navigeren makkelijk. We varen in rechte lijn, nu al dagen, op de plaats die bij zeevaarders bekend staat als absoluut te mijden. Hier vind je de grootste draaikolken ter wereld. In een omgeving van 100 kilometer rondom is geen ander schip meer te bekennen. We varen kalm maar beslist naar het middelpunt, het centrum van het centrum. Draaikolken met een omtrek van 135 km zijn hier geen uitzondering, dat is vijf keer groter dan de grootste ondergrondse deeltjesversneller in Genève. Deze locatie is bekend in mythes en legendes als de eerste en laatste plaats voor de dromen van zovele zeevaarders, avonturiers en ontdekkingsreizigers. We varen recht af op het brandpunt. De sterren boven ons blijven onbewogen. Er is geen zeemeeuw meer in de buurt. Wanneer ik me omdraai zie ik Raymond die naast Grace aan het stuurwiel is komen staan. Ze wuiven dat ik moet komen. Het is zover. Ik loop tot aan de reling vooraan. Ik voel – voor misschien de laatste keer – spatten zout water op mijn huid, en ik ga. Ik wandel het schip binnen. Grace en Raymond wachten me op. Het schip gaat vanaf nu op de automatische piloot. We betreden samen de binnenste bunker van het schip. Hier is het laboratorium. Ik ga op mijn plaats staan. Leg mijn hoofd in de leren riemen, gespen van ijzer en dierenhuid. Raymond snoert me vast. Armen, benen, ik kan niets meer bewegen behalve mijn hoofd. Althans voorlopig. Nu gaan Raymond en Grace naar hun plaats. Ze binden elkaar en zichzelf vast op hun plaatsen. Daar staan we, gekneveld. We wachten. We merken hoe het schip steeds heviger schommelt en haast kantelt, dit duurt slechts enkele minuten, het neemt toe, tot de boot naar nog maar naar één kant helt, en blijft hellen, al snel merken we dat het schommelen is gestopt en is overgegaan in één gelijke strakke draaiing. Raymond weet dat dit het moment is om op de knop naast zijn hand te drukken.
Tien: er is geen weg terug, we gaan naar het middelpunt.
Negen: een mechanisme trekt de riemen strakker, de draaiende beweging van het schip versnelt.
Acht: een met leder beklede ijzeren boog klapt uit en omklemt mijn hoofd. Ik kan niet meer bewegen. De computer van de deeltjesversneller hier voor mijn neus in het midden van het laboratorium start op.
Zeven: de apparatuur voor de verstrengeling van de kwantumdeeltjes start op, het is het model van de universiteit van Delft, maar dan op mensenmaat, deeltje A in Antarctica is verstrengeld met deeltje B in Buenos Aires, door één eigenschap toe te voegen aan deeltje A krijgt omwille van de verstrengeling deeltje B in Buenos Aires alle identiek dezelfde eigenschappen als deeltje A. Deeltje A reist, verhuist, verplaatst zich dus naar deeltje B, deze verstrengeling gebeurt instant en sneller dan het licht.
Zes: de draaikolk waarin we zijn terechtgekomen is vijf keer groter dan die deeltjesversneller die de kleinste kwantumdeeltjes weet te splijten, vermenigvuldig deze met de snelheid van de deeltjesversneller aan boord…
Vijf: mijn bloed, mijn longen, mijn ingewanden worden door de centrifugale kracht naar de linkerkant van mijn lichaam gedrukt.
Vier: de draaisnelheid van het schip maal de snelheid van de deeltjesversneller aan boord zullen zo meteen Grace, Raymond en mij in kwantumdeeltjes ontbinden.
Drie: mijn mond zal worden opgetrokken door een beugel, mijn tong zal worden gegrepen, de kwantumdeeltjes van Grace en Raymond zullen als eigenschap worden gehecht aan een kwantumdeeltje in dit toestel dat op zijn beurt verstrengeld is met een deeltje van mijn tong, daar zullen zij opnieuw verschijnen in een universum dat ontspringt aan een snaar in het puntje van mijn tong.
Twee: ik hoor verschrikkelijk veel kabaal van ijzer dat breekt en scheurt, de draaiing van de boot wordt ondraaglijk.
Eén: laat het gebeuren, nu.

Een paar dagen later word ik wakker. De riemen zijn gelost. De plaatsen waar Raymond en Grace stonden zijn afgedekt door cocons van hitteschilden. Ik ken de procedure en weet dat ik die nooit mag openen. Ik haal adem. Alles lijkt volgens plan te hebben gewerkt.

Ik maak me vrij, draai het sas open, verlaat het laboratorium. Ik ga het dek op. Het schip heeft afgezien, een stuk van de bovenste boeg is afgebroken, maar het heeft, net als de computers en de navigatiesystemen, zijn werk gedaan. De zee is kalm.
Ik zie een kustlijn.

+++

Pieter De Buysser

Pieter De Buysser is schrijver, film- en theatermaker. Hij studeerde filosofie in Antwerpen en Parijs. Zijn werk is een regelmatige gast op internationale festivals en geniet kritische bijval in binnen- en buitenland. De vervlechting van feit en fictie, oefeningen in mogelijkheidsdenken en de verbeelding van de opstand, zijn enkele weerkerende thema’s. Hij richtte in 2016 samen met Thomas Bellinck ROBIN op, een productiestructuur die zowel zijn werk als dat van Bellinck ondersteunt. Hij maakt ook deel uit van de PARS (Performing Astronomy Research Society), een internationaal netwerk van wetenschapshistorici, theaterwetenschappers en kunstenaars.
www.pieterdebuysser.com
www.parsnetwork.org

Dit artikel verscheen in FORUM+ Lente 2017

Download dit artikel