Dit artikel verscheen in FORUM+ Herfst 2017

Editoriaal

De condities van creatie

Thijs Lijster
adviesredacteur FORUM+

Aan creativiteit wordt tegenwoordig overal lippendienst bewezen. De creatieve industrie is een groeimarkt die van overheidswege wordt gestimuleerd, de ‘creatieve klasse’ wordt bewierookt in beleidsstukken van planologen en stedenbouwkundigen, en in de vacatures van zelfs het meest banale kantoorwerk staan ‘creativiteit’ en ‘out-of-the-box’-denken bij de taakomschrijving.

De filosoof Boris Groys, echter, vertelde me onlangs in een interview dat hij creativiteit ‘totale nonsens’ vond, en dat je wel katholiek moet zijn of Richard Florida moet heten om in creativiteit te geloven. Volgens Groys is alle artistieke productie een kwestie van knippen en plakken, combineren en monteren, het verplaatsen van objecten van het ene waardesysteem naar het andere (zoals Duchamp deed met zijn urinoir). Natuurlijk, Groys is een polemist, maar we moeten hem wel gelijk geven dat de creatio ex nihilo, de schepping uit het niets, naar het rijk der fabelen verwezen moet worden. Kunstenaars bouwen altijd voort op de ideeën, beelden, geluiden en vormen van anderen.

Vandaar dat je kan zeggen dat echte creativiteit tegenwoordig ondanks alle lippendienst – of juist precies door de ideologie van het creativisme – bedreigd wordt. Door steeds striktere copy­rightregelgeving worden kunstenaars die openlijk putten uit het werk van anderen van plagiaat beschuldigd, zoals onlangs nog de Belgische kunstschilder Luc Tuymans in een geruchtmakende zaak (maar eerder al Andy Warhol, Roy Lichtenstein, Rob Scholte en Nadia Plesner). Tegelijkertijd bestaat er in sommige kunstvormen – met name de klassieke muziek – een dusdanig ontzag voor de artistieke canon, dat het publiek wars is van elke vorm van experiment of vernieuwing. De canon vormt weliswaar een voorwaarde voor creativiteit – ook dat werd al grondig door Groys geanalyseerd, bijvoorbeeld in zijn Logica van de verzameling – maar als hij verstart, wordt hij als een vlinderverzameling: mooi maar dood.

Die spanning tussen creativiteit, artistiek of intellectueel eigendom en de canon, staat centraal in dit nummer van FORUM⁺. Zij wordt allereerst conceptueel en juridisch onderzocht door Ellen Loots in het openingsartikel. In lijn met die gedachte van de canon als vlinderverzameling vraagt Wannes Gyselinck zich naar aanleiding van De Warme Winkel speelt De Warme Winkel af wanneer repertoire omslaat in ritueel. Matthias Heyman laat in zijn artikel zien dat een zeer vrije en losse omgang met de canon van oudsher gebruikelijk is in de jazz, wat de notie van artistiek eigendom daarin van begin af aan problematisch maakt. Verder bevat dit nummer een bijdrage van Timmy De Laet over choreografisch auteursrecht en een beeldkatern van Jasper Rigole met vier beeldensembles uit Elective Affinities, een project over visuele verwantschappen in onze beeldcultuur. Dit dossier kwam tot stand naar aanleiding van Karin Hanssens bijdrage over de spanning tussen plagiaat en appropriatie in het zomernummer van FORUM⁺ van 2016 (dat nog kan worden gelezen op de website).

Zowel de notie van artistiek eigendom als die van de canon hangen nauw samen met het romantische idee van het creatieve genie dat een onaantastbaar meesterwerk produceert. Ondanks de aanval op dat idee vanuit het modernisme, de artistieke avant-gardes en het postmodernisme, blijkt dit beeld van de kunstenaar hardnekkig, niet in de laatste plaats omdat het correspondeert met het zelfbewuste en autonoom handelende individu dat de spil vormt van het westers kapitalisme. Het artistiek eigendom dient immers ook te gelde gemaakt te worden, in eerste instantie liefst door het genie zelf – van Beethoven is bekend dat hij graag uitgevers tegen elkaar mocht uitspelen om zoveel mogelijk inkomsten te genereren –, later vaak ook de instituties die achter hem of haar schuil gingen: verzamelaars, platenmaatschappijen, filmstudio’s. Om creativiteit voor de toekomst veilig te stellen dient in de eerste plaats de bron ervan bevraagd te worden: is dat het geïsoleerde individu of niet toch eerder de gemeenschap?