Dit artikel verscheen in FORUM+ Herfst 2020

Dossier Onderzoeksmethoden in de kunsten

Video als stimulus. De mogelijkheden van de Stimulated Recall Methode in de artistieke onderzoekpraktijk

Esther Schopman

Het registreren of documenteren van een performance zal voor uitvoerend kunstenaars niet vreemd zijn. Minder bekend is waarschijnlijk het inzetten van een video-opname om zoveel mogelijk gedachten te activeren die door het hoofd speelden tijdens de performance. Deze onderzoekmethode wordt Stimulated Recall Methode (SRM) genoemd, een overkoepelende term voor introspectief en reflectief onderzoek waarbij de gedachten op het moment van een gebeurtenis opnieuw worden opgeroepen door naderhand naar een video-opname van die gebeurtenis te kijken. In dit artikel bespreekt Esther Schopman aan de hand van diverse voorbeelden de bruikbaarheid van deze methode voor onderzoek in en door de artistieke praktijk.

Most performance artists are familiar with the process of registering or documenting a performance. Probably less well-known is the use of video recordings to activate as many as possible of the thoughts that went through one’s mind during the performance. This research method is called Stimulated Recall Method (SRM), an umbrella term for introspective and reflective research that evokes the thoughts experienced during a certain event by watching a video recording of that event. In this article, Esther Schopman uses numerous examples to discuss the applicability of this method to and in artistic practice.

HET IMPLICIETE EXPLICIET MAKEN

Bij onderzoek in en door de artistieke praktijk kan het interessant en zinvol zijn om je impliciete kennis en gedachten aan het licht te brengen. Idealiter zou je dan gedurende het artistieke proces hardop moeten zeggen wat je denkt, maar dat is niet altijd wenselijk – omdat dit het creatieve proces zou kunnen verstoren – en in de uitvoerende kunsten, net als tijdens een lessituatie, zelfs niet mogelijk. Om toch zicht te krijgen op wat anders impliciet blijft, kan de Stimulated Recall Methode (SRM) ingezet worden: leg de te onderzoeken situatie vast op video en bekijk deze zo snel mogelijk na afloop, liefst direct. Het idee is dat de video-opname nogmaals de gedachten activeert die je had in de situatie die op beeld is vastgelegd.1

Benjamin Bloom was in 1953 de eerste die schreef over SRM als een techniek om herinneringen op te halen: ‘…a subject may be enabled to relive an original situation with vividness and accuracy if he is presented with a large number of cues or stimuli which occurred during the original situation’.2 Deze methode wordt gebruikt voor onderzoek naar introspectie en reflectie. Het is een middel om denkprocessen of -strategieën te onderzoeken, waarbij de onderzoeker achteraf de gedachten oproept en in kaart brengt die plaatsvonden tijdens het uitvoeren van een taak of het deelnemen aan een gebeurtenis.3

SRM brengt besluitvorming, overtuigingen, dilemma’s en doelen aan het licht die nodig zijn om te begrijpen wat iemand doet en waarom hij dat doet.4 Muzikant en onderzoeker Christian Fernqvist stelt dat een van de positieve aspecten van SRM is dat hij terug kan gaan naar een moment in zijn performance en zijn keuzes kan evalueren: ‘For instance, why did I interpret the score in this way?’ 5

Vooral bij onbewuste of routinematige handelingen kan de methode interessante informatie opleveren.6 Bijkomend voordeel is dat voor SRM weinig training of voorbereiding nodig is. De methode is te gebruiken bij onderzoek in en door de artistieke praktijk, maar ook in de context van interviews of groepssettings, waarbij de onderzoeker geïnteresseerd is in de impliciete gedachten van (collega) professionals tijdens hun maakproces. De methode wordt in dat geval Stimulated Recall Interview (SRI) genoemd.

HOE GAAT SRM IN ZIJN WERK?

Bekijk de opname en zet het beeld stop op die momenten dat je je een gedachte, overweging, beslissing en dergelijke herinnert. Schrijf deze gedachten vervolgens zo ongecensureerd en letterlijk mogelijk op voor nadere analyse. Structuur is daarbij nog niet van belang. Neem de herleefde gedachten eventueel op met een voice recorder om ze vervolgens te transcriberen. Gebruik bij SRI altijd een voice recorder om de herleefde gedachten van de geïnterviewde professional exact te kunnen registreren.

Ben je vooral geïnteresseerd in de impliciete gedachtegang tijdens het artistieke proces (introspectie)? Dan is het belangrijk om goed op te letten dat gedachten en beslissingen op het moment van het vastgelegde maakproces worden onderscheiden van nieuwe gedachten die ontstaan door het zien van de opname van het artistieke proces (reflectie).

ONDERZOEK IN HET ONDERWIJS

SRI wordt veel gebruikt bij onderzoek in verschillende onderwijssituaties. In het kunstonderwijs is de methode onder andere ingezet om via de praktijkkennis van docenten beeldende kunst meer te weten te komen over het onderwijzen en leren in verschillende kunstklassen in basis- en voortgezet onderwijs,7 en om inzicht te krijgen in de vraag hoe docenten beeldende kunst in het voortgezet onderwijs actuele kunst in hun praktijklessen behandelen.8

Ook in het hogere beeldende kunstonderwijs is de me- thode toegepast, bijvoorbeeld om de pedagogische intenties van de docenten te onderzoeken,9 en ter ondersteuning van de professionele ontwikkeling van beginnende dansdocenten.10 Verder is via SRI in kaart gebracht hoe dansdocenten in het primair onderwijs creativiteit stimuleren.11

Kijken we naar het muziekonderwijs, dan zien we dat SRI gebruikt is om de interactie tussen docenten en studenten in het hoger muziekonderwijs te beschrijven bij coaching van muziekinterpretatie,12 te onderzoeken wat student-docenten Muziek leerden tijdens het geven van muzieklessen aan oudere volwassenen,13 en om het mogelijke bestaan in kaart te brengen van genderspecifieke interacties en verwachtingen van muziekdocenten tijdens individuele muzieklessen.14

In het primair onderwijs is de methode ingezet om inzicht te krijgen in de praktijkkennis van vakleerkrachten muziek over het leren lezen van noten15 en het leren van ritmische vaardigheden.16 In het voortgezet muziekonderwijs werd SRI toegepast bij onderzoek naar het leren componeren met digitale technologie17 en – in eigen onderzoek van de auteur - naar de praktijkkennis van docenten uit het binnenschoolse en buitenschoolse muziekonderwijs met betrekking tot leren improviseren.18

ONDERZOEK IN EN DOOR DE ARTISTIEKE PRAKTIJK

Ook in de context van artistiek onderzoek kan SRM interessante inzichten opleveren. Zo kunnen het proces en de functie van intuïtie en reflectie van een componist nader verkend worden.19 SRM kan introspectie faciliteren en daardoor bijvoorbeeld informatie opleveren over muzikale, verhalende en stilistische inspiratie.

Ook maakt de methode het performers mogelijk om via introspectie en reflectie het eigen artistieke proces nader te bestuderen, bijvoorbeeld door te reflecteren op repetities en arrangementen.20 Onderzoek naar de studiestrategieën van jazzstudenten in het hoger muziekonderwijs bij het ontwikkelen van hun improvisatievaardigheid leverde inzichten op in de gedachtegang achter de strategie en de manier waarop de studenten omgaan met problemen die ze tijdens het studeren tegenkomen.21 Op deze manier kunnen studenten hun strategieën waar nodig of gewenst aanpassen of uitbreiden en wordt het voor docenten duidelijker met welke feedback of instructies ze verdere exploratie kunnen stimuleren.

SRM is tevens gebruikt om inzicht te krijgen in de sociale en muzikale interactie tussen improviserende artiesten. In onderzoek naar de muzikale dialoog waarvoor studiosessies en concerten met SRM werden geanalyseerd, ontdekten gitarist Stefan Östersjö en đàn tranh-speelster Thanh Thuy Nguyen verschillende manieren van luisteren, bijvoorbeeld het aandachtig luisteren waarbij alle of sommige spelers zijn afgestemd op de ander en de muziek; of het zoekend luisteren aan het begin van een improvisatie als het muzikale materiaal nog niet door de andere spelers is geïdentificeerd.22

Een derde voorbeeld vinden we in onderzoek van Sara Wilén naar improvisatie in de modern-klassieke zangpraktijk, waarbij de manier waarop musici elkaar inspireren boven tafel kwam,23 zoals in een SRM-sessie na afloop van een voorstelling, waarbij de begeleidende pianist beschreef hoe het schilderij dat door een toeschouwer was gekozen als vertrekpunt voor een improvisatie (een schets van Matisse voor de Chapelle du Rosaire in Vence) hem direct deed denken aan de Puccini-opera Suor Angelica. Dat inspireerde hem om vooral de sfeer van deze opera in zijn spel te vertolken in plaats van zich te richten op specifiek muzikaal materiaal. Tijdens de uitvoering wist Wilén niet van de inspiratiebron van de pianist. Door SRM werd echter duidelijk dat de tonale taal en frasering van de pianist haar hadden geïnspireerd om een klankkleur en frasering te gebruiken die heel dicht bij de Puccini-traditie lag.

Verder meldt Einar Christoffersson dat hij onder andere via SRI binnen het domein van de computergestuurde elektronische muziek de mogelijkheden heeft onderzocht van een interactieve, audiovisuele interface bij geïmproviseerde live-uitvoeringen door solo muzikanten.24

Een vijfde toepassing wordt beschreven door Fernqvist: grip krijgen op het artistieke en creatieve proces bij het uitvoeren van grafische partituren. Hij ontdekte via SRM dat er weerstand bestond tussen de grafische partituur, zijn instrument en hemzelf als performer, wat hem nieuwe mogelijkheden opleverde om de muziek te interpreteren.25

Tenslotte is SRM door pianiste Giusy Caruso ingezet om het gebruik van gebaren (gestures) in relatie tot muzikale intentie te onderzoeken.26 Zij kon op deze wijze voor zichzelf helder maken hoe haar expressie tot stand was gekomen en zich op basis van deze resultaten verder ontwikkelen, zowel qua klank als gebaren.

Zoals hierboven al opgemerkt, heb ik tot nu toe alleen praktijkervaring met SRI in de context van het muziekonderwijs opgedaan. Wel kwam ik met twee van mijn masterstudenten tot de conclusie dat SRM hun mogelijk meer of zelfs diepgaandere inzichten had kunnen bieden dan de door hen gekozen onderzoeksmethoden hebben opgeleverd.

De Stimulated Recall Methode brengt besluitvorming, overtuigingen, dilemma’s en doelen aan het licht die nodig zijn om te begrijpen wat iemand doet en waarom.

Geïnspireerd door The Black Page van Frank Zappa onderzocht drummer en masterstudent Ezekiel de ritmische mogelijkheden van het drumstel. Tot zijn teleurstelling worden er zelden complexe antimetrische figuren gebruikt in de popmuziek. De gemiddelde muzikant heeft daardoor weinig ervaring met het uitvoeren van antimetrische figuren, en zo komt ook de gemiddelde muziekconsument er zelden mee in aanraking.

Ezekiel onderzocht hoe hij antimetrische figuren en polyritmiek toegankelijker kan maken voor zichzelf en andere drummers. Daarom ontwierp hij op basis van vooronderzoek een aantal workshops, die hij via action research verder ontwikkelde. De video-opnamen die hij heeft gemaakt tijdens de uitvoering van de workshops met diverse proefpersonen, heeft hij geanalyseerd hij met behulp van de software Atlas.ti.

Tijdens een van onze voortgangsgesprekken beseften we dat het interessant zou zijn geweest om de video’s niet alleen als observator te analyseren, maar ook de impliciete gedachten van de proefpersonen te kennen.

SRI had hem mogelijk meer inzicht kunnen geven in aspecten die van invloed zijn op het uitvoeren van antimetrische figuren en polyritmiek, maar had ook nieuwe ideeën kunnen opleveren over hoe deze materie toegankelijker te maken.

Vooral bij onderzoek op het gebied van compositie en improvisatie lijkt het noodzakelijk om achteraf je impliciete gedachten en beslissingen te verhelderen, want het is ‘one of few methods of tracing the subject’s thinking, without disturbing the actual thinking process’.27 Bij andere artistieke activiteiten is het waarschijnlijk minder storend om je gedachten al tijdens het maakproces – repetitie of studie – vast te leggen. Toch levert SRM ook bij de uiteindelijke performance mogelijk nog interessante informatie op. Die verschilt immers op diverse punten van de voorafgaande studie en repetities. Denk aan de aanwezigheid van publiek, het doel om een complete en soepel lopende act op te leveren en de druk om perfect te presteren.

DISCUSSIE

Uit de literatuur zijn een aantal beperkingen te destilleren als je SRM inzet bij (zelf)onderzoek in en door de artistieke praktijk.28 Zo kan het zijn dat je je incomplete herinneringen tijdens SRM aanvult, bepaalde handelingen (onbewust) goedpraat of achteraf interpreteert. Ook is het mogelijk dat je andere impliciete kennis toevoegt, waardoor verkeerde argumentatie voor een bepaalde handeling wordt genoemd. Ten derde toont de video-opname meer dan waar je je bewust van kon zijn in de oorspronkelijke situatie: een blik op je eigen handelen, in ieder geval vanuit een ander perspectief. Je gedachten worden mogelijk getriggerd door deze nieuwe gebeurtenis en niet door de originele gebeurtenis.

Wil je bovenstaande problemen beperken, dan vind je in de literatuur de volgende aanbevelingen:

  • Zorg dat SRM zo snel mogelijk na de opgenomen situatie plaatsvindt.29 Gedachten en beslissingen tijdens de handeling liggen dan nog vers in het geheugen en het resultaat wordt niet slechts een reflectie op het beeldmateriaal zelf.
  • Om te voorkomen dat je je niet alles meer herinnert, zou je ook een drukknop kunnen gebruiken. Denk aan een broche of voetpedaal die je kunt aanraken op het moment dat je je bewust bent van relevante gedachten tijdens het creatieve proces. Het aanraken van de knop registreert een pieptoon in de opname die er tijdens SRM voor zorgt dat je je gedachten herinnert.30
  • Maak een audio-opname van de Stimulated Recall, zodat je deze woord voor woord kunt uitschrijven.31
  • Om de validiteit en betrouwbaarheid van SRI te vergroten, is het sowieso aan te bevelen om deze te combineren met andere onderzoeksmethoden (triangulatie). Zo kan SRI aangevuld worden met observatie van een of meer lessen.32 Ook analyses van aantekeningen, schetsen en partituren van bijvoorbeeld een componist en aanvullende interviews met de uitvoerende professional kunnen een aanvulling zijn op de resultaten van SRI. In artistiek onderzoek zou je bijvoorbeeld kunnen denken aan een combinatie met videodocumentatie, analyse van partituren en/of analyse van eigen aantekeningen, doodles, schetsen, schema’s en dergelijke.33

Het is echter de vraag of de genoemde beperkingen het artistieke proces verstoren of juist versterken. Een belangrijke observatie van Östersjö is dat het opnemen en documenteren van zijn performances niet alleen een positief effect had op zijn reflecties, maar ook zijn werk beïnvloedde: ‘When I reviewed the material, structuring it thematically, etc., the close acquaintance with the material also affected my artistic work’.34 Hij stelt dat hij als uitvoerend musicus hierdoor actiever en bewuster onderhandelingen kan aangaan met de partituur, de componist (als deze beschikbaar is), het instrument, de technologie, de programmeur, de editor, etcetera.

Het zou dus weleens een waardevolle artistieke strategie kunnen zijn om de uitkomsten van SRM – herleefde beslissingen, doelen, gedachten, kwesties en overtuigingen tijdens het artistieke proces – te combineren met gedachten en reflecties naar aanleiding van het beeldmateriaal. Mogelijk leidt dit tot perspectieven, interpretaties, toevoegingen en reflecties die zonder SRM niet in beeld zouden komen.

Ik daag jullie uit om het eens te proberen: Wat levert het jóú op om de activiteiten in jouw artistieke onderzoekpraktijk vast te leggen op video en naderhand je beslissingen, dilemma’s, doelen, gedachten, reflecties en overtuigingen via SRM op te roepen? Ik hoor graag van je!

+++

ESTHER SCHOPMAN

is als senior docent/onderzoekbegeleider betrokken bij en als coördinator verantwoordelijk voor het researchprogramma van de Master of Music van ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten (Arnhem, Enschede, Zwolle). Ze is tevens stadsbeiaardier van Enschede. es.schopman@artez.nl

Noten

  1. Lyle, John. “Stimulated Recall: a Report on its Use in Naturalistic Research.” British Educational Research Journal, vol. 29, no. 6, 2003, pp. 861-878.

  2. Bloom, Benjamin. “Thought-processes in lectures and discussions.” The Journal of General Education, vol. 7, no. 3, 1953, pp. 160–169, hier p. 161.

  3. Mackey, Alison & Susan M. Gass. Second Language Research: Methodology and Design. Lawrence Erlbaum, 2005.

  4. De Smet, Marijke, et al. “Studying Thought Processes of Online Peer Tutors through Stimulated-Recall Interviews.” Higher Education, vol. 59, no. 5, 2009, pp. 645-661.

  5. Fernqvist, Christian. “Reflections on Creative Processes in Fredric Lieberman’s Ternary Systems.” Ímpar: Online Journal for Artistic Research, vol. 1, no. 1, 2017, pp. 57-65.

  6. Bremmer, Melissa. “Het Stimulated Recall Interview in Kunsteducatie.” Cultuur+Educatie, vol. 17, no. 50, 2018, pp. 66-75.

  7. Burton, Judith & Mary Claire Hafeli, red. Conversations in Art: The Dialectics of Teaching and Learning. National Art Education Association, 2012.

  8. Zwaan, Judith & Noek Zwaan. Actuele kunst in de beeldende productieve les in de bovenbouw van het vwo, Masterthesis, Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, 2010.

  9. Salazer, Stacey. “Laying a Foundation for Artmaking in the 21st Century: A Description and Some Dilemmas.” Studies in Art Education, vol. 54, no. 3, 2013, pp. 246-259.

  10. Sööt, Anu & Eeva Anttila. “Dimensions of embodiment in novice dance teachers’ reflections.” Research in Dance Education, vol. 19, no. 3, 2018, pp. 216-228.

  11. Chappell, Kerry. “Creativity in Primary Level Dance Education: Moving Beyond Assumption.” Research in Dance Education, vol. 8, no. 1, 2007, pp. 27-52.

  12. Holmgren, Carl. “Teaching and Learning of Musical Interpretation in Western Art Music within Higher Music Education.” Nordic Network for Research in Music Education Conference, 26-28 februari 2019, Royal College of Music, Stockholm.

  13. Perkins, Rosie, et al. “Learning through Teaching: Exploring what Conservatoire Students Learn from Teaching Beginner Older Adults.” International Journal of Music Education, vol. 33, no. 1, 2014, pp. 80-90.

  14. Fernqvist, Christian. “Reflections on Creative Processes in Fredric Lieberman’s Ternary Systems.” Ímpar: Online Journal for Artistic Research, vol. 1, no. 1, 2017, pp. 57-65

  15. Bremmer, Melissa. Nootzaak! AHK, 2005.

  16. Bremmer, Melissa. What the Body Knows about Teaching Music: the Specialist Preschool Music Teacher’s Pedagogical Content Knowing Regarding Teaching and Learning Rhythm Skills Viewed from an Embodied Cognition Perspective, PhD thesis, University of Exeter, 2015.

  17. Van den Bosch, Grady. Muziek = meer dan een mp3tje: Een onderzoek naar de praktijkkennis van de docent muziek VO onderbouw t.a.v. didactiek bij compositie met digitale technologie, Masterthesis, Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, 2014.

  18. Bremmer, Melissa & Esther Schopman. De improvisatie les: Wat, hoe en waarom zo? Lectoraat Kunst- en Cultuureducatie AHK & Lectoraat Kunsteducatie ArtEZ, 2011.

  19. Pohjannoro, Ulla. “Inspiration and Decision-Making: a Case Study of a Composer’s Intuitive and Reflective Thought.” Musicae Scientiae, vol. 18, no. 2, 2014, p. 166-188.

  20. Mallett, Amy. Composing for Musical Theatre: Approaches to Interdisciplinary collaboration, PhD thesis, Bath Spa University, 2018.

  21. Gravem Johansen, Guro. “Explorational Instrumental Practice: An Expansive Approach to the Development of Improvisation Competence.” Psychology of Music, vol. 46, no. 1, 2018, pp. 49-65.

  22. Östersjö, Stefan & Thanh Thuy Nguyen. “Traditions in Transformation: the Function of Openness in the Interaction between Musicians.” (Re)thinking Improvisation: Artistic Explorations and Conceptual Writing, red. Stefan Östersjö & Henrik Frisk, Malmö Academy of Music, Lund University, 2013.

  23. Wilén, Sarah. Singing in Action: An Inquiry into the Creative Working Processes and Practices of Classical and Contemporary Vocal Improvisation. Musikhögskolan i Malmö, 2017.

  24. Christoffersson, Einar. Jamming with the Plot Twister: Designing Virtual Worlds for Improvised Performances, PhD thesis, Dalarna University, 2018.

  25. Fernqvist, Christian. “Reflections on Creative Processes in Fredric Lieberman’s Ternary Systems.” Ímpar: Online Journal for Artistic Research, vol. 1, no. 1, 2017, pp. 57-65.

  26. Caruso, Giusy. Mirroring the Intentionality and Gesture of a Piano: An Interpretation of 72 Etudes Karnatiques pour piano, PhD thesis, Universiteit Gent, 2018.

  27. Pohjannoro, Ulla. “Inspiration and Decision-Making: a Case Study of a Composer’s Intuitive and Reflective Thought.” Musicae Scientiae, vol. 18, no. 2, 2014, p. 166-188.

  28. Lyle, John. “Stimulated Recall: a Report on its Use in Naturalistic Research.” British Educational Research Journal, vol. 29, no. 6, 2003, pp. 861-878. ; Mackey, Alison & Susan M. Gass. Second Language Research: Methodology and Design. Lawrence Erlbaum, 2005. ; Sime, Daniela. “What do Learners Make of Teachers’ Gestures in the Language Classroom?” International Review of Applied Linguistics in Language Teaching, vol. 44, no. 2, 2006, pp. 211-230.

  29. Lyle, John. “Stimulated Recall: a Report on its Use in Naturalistic Research.” British Educational Research Journal, vol. 29, no. 6, 2003, pp. 861-878. ; Mackey, Alison & Susan M. Gass. Second Language Research: Methodology and Design. Lawrence Erlbaum, 2005.

  30. Crasborn, Frank & Paul Hennissen. The Skilled Mentor: Mentor Teachers’ Use and Acquisition of Supervisory Skills, PhD thesis, Technische Universiteit Eindhoven, 2010.

  31. Moreland, Judith & Bronwen Cowie. Young Children Taking Pictures of Technology and Science. University of Waikato, 2007.

  32. Calderhead, James. “Stimulated Recall: a Method for Research on Teaching.” British Journal of Educational Psychology, vol. 51, 1981, pp. 211-217.

  33. Mallett, Amy. “A Mixed Method Approach to Auto-Ethnographic Study of the Compositional Process." Tracking the Creative Process in Music conference, 9 oktober 2019, NOVA School for Social Sciences and Humanities, Lissabon.

  34. Östersjö, Stefan. Shut up ’n Play: Negotiating the Musical Work, PhD thesis, Lund University, 2008.