Dit artikel verscheen in FORUM+ Lente 2019

Editoriaal

Tekenen als onderzoeksmethode: diverse perspectieven

Falk Hübner
Redacteur Forum+

Tekenen wordt in het algemeen beschouwd als een creatieve en artistieke praktijk. Dat
het ook een methode voor onderzoek kan zijn, is minder vanzelfsprekend. Tekenen is niet alleen een kernpraktijk bij beeldende disciplines – schilderkunst, architectuur, design – het is ook een veelgebruikte methode in diverse andere artistieke praktijken: musici, architecten, decor- en modeontwerpers, regisseurs en scenografen tekenen op diverse manieren en met verschillende doelstellingen in verschillende fasen van hun artistiek onderzoek. Tekenen blijkt tegelijk ook op inter- en transdisciplinair vlak belangrijk, zoals bij medische of technische illustraties.

In een onderzoeksmethodologie kan tekenen immers op meerdere vlakken ingezet worden: als handeling om eerste schetsmatige ideeën vorm te geven en te communiceren, als tool om losse onderdelen in een onderzoek in de ontwerpfase grafisch met elkaar te verbinden, als middel ter uitdrukking van ervaringen of percepties, maar ook als non-verbale individuele of collectieve reflectiemethode. Dit roept evenwel vragen op over de werking van tekenen als methode: Wat wordt precies gedaan wanneer er wordt getekend? Of, vrij letterlijk: Hoe werkt ‘het’? Welke kennis of data worden door middel van tekenen opgeroepen of gegenereerd? En wat maakt tekenen als methode specifiek ten opzichte van andere artistieke handelingen of methodes? De bijdragen in dit nummer bieden elk op hun wijze inzicht in verschillende praktijken van tekenen als methode en zijn concrete werking.

Veerle Spronck laat zien dat tekenen lang niet alleen een artistieke (en esthetische) activiteit is, maar wel degelijk als methode voor reflectie ingezet kan worden – met name ook voor niet-beeldend kunstenaars. Architect en jazzpianist Murat Ali Cengiz beschrijft hoe tekenen een ‘vertaling’ toelaat van een ruimtelijke naar een tijdelijke structuur en middels een grafische muzieknotatie uitdrukking geeft aan muzikale expressie. De praktijk van de ‘antropologische kunstenaar’ staat centraal in het artikel van Anke Coumans. Zij beschrijft hoe portretteren een instrument kan zijn van verbeelding in plaats van objectieve beschouwing. Senne Schraeyen vergelijkt het maakproces van de tekeningen van Matthew Barney met die van Michelangelo – twee kunstenaars die in het opzoeken van mentale (Michelangelo) en fysieke (Barney) grenzen meer met elkaar gemeen hebben dan men zou vermoeden. Beiden gebruiken het lichaam om hun tekenpraktijk als artistieke praktijk verder te ontwikkelen. De beeldende bijdragen tonen, elk op hun manier, hoe tekenen kan werken in een praktische context: Karen Vermeren verweeft tekenen in een complex samenspel met verschillende materialen en structuren; Karina Beumer en Peter Lemmens op hun beurt plaatsen tekenen in relatie tot een storyboard voor film en in een nauw samenspel met tekst. Ten slotte maakt Vincent Van Meenen inzichtelijk hoe hij zijn eigen onvermogen om de tekst van Shakespeares Macbeth naar het Nederlands te vertalen productief maakt in de vorm van tekeningen.

Onderzoek veronderstelt al lang niet meer dat een onderzoeker zich tot één welomlijnde methode beperkt, zelfs niet in de exacte wetenschappen. Die voorwaarde is in het domein van onderzoek in de kunsten al helemaal niet aan de orde: er is zelden sprake van één bepaalde manier of techniek die bepaalt hoe een onderzoek uitgevoerd of toegepast moet worden. Omdat een activiteit in de context van onderzoek in de kunsten zowel een artistieke praktijk als een onderzoeksmethode kan zijn, soms beide tegelijk, zijn er voor iedere activiteit vele verschillende vormen te bedenken. Dit is mijns inziens een wezenlijk punt dat het dossier Tekenen als methode maakt: de bijdragen laten zien hoe verschillend het gebruik van en kijken naar een methode kan zijn. Het toont tegelijk het belang van diversiteit. Want als we een rijk, vernieuwend en vooruitstrevend onderzoek in de kunsten willen, hebben we een polyfonie aan artistieke activiteiten, onderzoeksmethodes en perspectieven nodig waarvan de uitvoering en onderlinge relatie niet door een vooraf gede nieerde hiërarchie bepaald worden.