Dit artikel verscheen in FORUM+ Lente 2019

beeldkatern

'When shall we three meet again’

Vincent Van Meenen
Koninklijk Conservatorium Antwerpen

Traditioneel gezien bedoelt men met onvertaalbaarheid de onmogelijkheid om iets om te zetten van de ene taal naar de andere. Maar wat, als het ook onmogelijk wordt om iets van het ene tekensysteem (bijvoorbeeld tekst of partituur) naar een ander tekensysteem (bijvoorbeeld formulering of uitvoering) om te zetten?

Vincent Van Meenen onderzoekt de betekenis van onvertaalbaarheid en maakt tekeningen met waterverf en Chinese inkt, telkens wanneer hij op een onvertaalbare passage stoot in Shakespeares Macbeth.

Onvertaalbaarheid als motor tot artistieke creatie

Roman Jakobson stelt in On linguistic aspects of translation (1959) dat er drie manieren zijn om iets te vertalen: interlinguïstisch, oftewel van de ene taal naar de andere, intralinguïstisch, waarbij binnen eenzelfde taal naar een equivalent wordt gezocht, en intersemiotisch, waarbij gewisseld wordt van tekensysteem. Traditioneel gezien bedoelt men met onvertaalbaarheid de onmogelijkheid om iets om te zetten van de ene taal naar de andere, een interlinguïstische benadering. Maar wat als we die benadering verruimen, en ook betrekken op het intersemiotische? Wat als het ook onmogelijk wordt om iets van het ene tekensysteem (bijvoorbeeld tekst of partituur) naar een ander tekensysteem (bijvoorbeeld zegging of uitvoering) om te zetten?

In dit onderzoek ga ik op zoek naar de betekenis van onvertaalbaarheid. Om dat te achterhalen maakte ik tekeningen met waterverf en Chinese inkt, elke keer als ik bij het vertalen van Macbeth (William Shakespeare) geconfronteerd werd met het onvermogen om iets om te zetten van de ene taal in de andere. Natuurlijk kun je ‘when shall we three meet again’ wel vertalen naar het Nederlands, of naar een formulering. Maar eigenlijk niet. Eigenlijk kun je niet zeggen dat bijvoorbeeld: ‘Wanneer zien wij drieën elkaar opnieuw?’ een goede vertaling vormt. Er blijft iets hangen, een gevoel dat het niet helemaal juist is, je komt er niet.

Dat gevoel vertaalde ik vervolgens naar een tekening. Zo kreeg mijn onvermogen tot vertalen vorm in een tekening en reflecteerde ik met mijn handen in plaats van met mijn hoofd. Gedurende het tekenproces begreep ik dat de oorzaak van intersemiotische onvertaalbaarheid geen onderdeel vormt van de brontekst, maar eerder bij de vertaler zelf ligt. Het is de vertaler die iets niet kan omzetten.

Die aspecten van subjectiviteit in het onderzoeksproces proberen fotografe Zena Van den Block en ik met behulp van foto’s te vatten. De tekeningen als gevolg van onvertaalbaarheid staan centraal, maar het atelier, de onderzoeker, de lichtinval en de omstandigheden worden ook in beeld gebracht.

De foto’s leiden af van de tekeningen. Maar dat blijkt in deze fase van het onderzoek ook belangrijk. De tekeningen vertellen een verhaal dat zich niet direct laat lezen. Hun ontstaan is vluchtig, gebaseerd op een impasse in het vertaalproces. Meer dan artistiek eindproduct zijn ze een tussenvorm, een direct antwoord op de vraag: Wat is die onvertaalbaarheid, hoe ziet die eruit? Kan ik een uiting geven aan dat onvermogen?

Een volgende stap in het proces is de vraagstelling: hoe kunnen deze tekeningen een voedingsbodem vormen voor nieuw werk? Kan er vanuit die tekeningen iets nieuws ontstaan? Hoe dan? Wat gebeurt er precies wanneer ik die tekeningen nu omzet naar een nieuwe tekst (die niets meer met de oorspronkelijke vertaaloefening te maken heeft). Deze vragen en creatiemethode zijn onderwerp van verder onderzoek.

+++

Vincent Van Meenen

is auteur van onder andere twee romans, een geïllustreerde dichtbundel en tal van verhalen. Hij studeerde af in 2014 aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen (Koninklijk Conservatorium Antwerpen, Drama, afstudeerrichting Woordkunst). Daarna maakte hij twee jaar theatervoorstellingen met vluchtelingen in Athene. In 2018-2019 is hij als onderzoeker verbonden aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen.
vince.vanmeenen@gmail.com