This article is also available in English.

Drawing Across Borders. Collectieve mark-making in de netwerkstudio

Janna Beck

Dit artikel vertrekt vanuit Drawing Across Borders, een gesitueerd experiment in collectieve beeldvorming via het open-source platform FRAMED. In een netwerkstudio tussen Antwerpen, Kraków, Kentucky en Durban wordt tekenen een performatieve onderhandeling onder invloed van infrastructuur, latency en ongelijke toegang. Auteurschap vervaagt waar lijnen elkaar kruisen of verdwijnen. Vanuit telematische en participatieve kunstpraktijken onderzoekt deze bijdrage hoe agency verschuift in een postdigitaal ecosysteem en pleit zij voor procesgericht werken, digitale autonomie en kritische geletterdheid.

This article examines Drawing Across Borders as a situated experiment in collective mark-making across studios in Antwerp, Kraków, Kentucky, and Durban. Using the open-source platform FRAMED, drawing becomes a shared, performative negotiation shaped by infrastructure, latency, and unequal access. Rather than a prototype, the project presents a fragile, continually reconfigured studio. It argues for process-based practices that foreground digital autonomy, open-source tools, and critical literacy within an increasingly complex post-digital landscape.

Grootschalige projectie van Drawing Across Borders op de gevel van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen tijdens de Tekenmarathon, 2025. Foto door Janna Beck.

De studio als netwerk

Wat gebeurt er wanneer het atelier van de kunstenaar geen fysieke ruimte meer is, maar een dynamisch, digitaal netwerk? Wat als de sporen van een kunstenaar onmiddellijk veranderd kunnen worden door iemand duizenden kilometers verderop, zonder mogelijkheid om te wissen of terug te keren?

In de digitaal verbonden wereld van vandaag is artistieke samenwerking niet langer gebonden aan één plek, maar vindt ze plaats in een vloeiende, netwerkachtige omgeving. Het klassieke beeld van het atelier wordt daarbij fundamenteel uitgedaagd. In zo’n gedeelde digitale ruimte verschuift mark-making, de handeling van het achterlaten en transformeren van visuele sporen, van een individuele naar een collectieve praktijk die zich in real time ontwikkelt. Kunstenaars creëren binnen structuren waarin auteurschap, agency en proces voortdurend collectief en in real time worden onderhandeld, het proces belangrijker is dan het eindresultaat en improvisatie essentieel is.

Dit artikel onderzoekt Drawing Across Borders als een casestudy in digitaal en transnationaal artistiek samenwerken. Het project wordt opgevat als een gedistribueerde studioperformance, uitgevoerd via FRAMED, een open-source tekenplatform ontwikkeld aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen. Door simultaan kunstenaars en studenten te verbinden in Antwerpen, Kraków, Kentucky en Durban, reconstrueert Drawing Across Borders het atelier als een netwerkstudio: open, dynamisch en onderhevig aan technologische, institutionele en geopolitieke krachten.

Artistic agency wordt zo niet individueel geclaimd, maar dynamisch en fragiel onderhandeld.

De centrale vraag luidt hoe Drawing Across Borders het concept van de studio en het artistiek auteurschap herdefinieert binnen een gedeeld digitaal netwerkecosysteem. Tegelijkertijd toont het onderzoek hoe de netwerkgebaseerde werkplek zich manifesteert als een kwetsbare, gevormde ruimte. Digitale samenwerking legt immers verborgen spanningen bloot: de ongelijke toegang tot technologie, verschillen in netwerkstabiliteit, institutionele censuur en infrastructurele ongelijkheden. Door de praktijkervaringen met FRAMED en Drawing Across Borders te analyseren, situeert dit artikel de netwerkstudio als een bewegend en omstreden terrein. Het bespreekt hoe gedeeld auteurschap, technologische beperkingen en verborgen machtsstructuren gezamenlijk de nieuwe contouren van digitale artistieke samenwerking vormgeven.

Drawing Across Borders is niet opgezet als een klassieke casestudy met vooraf vastgelegde parameters, maar groeide sinds 2017 organisch vanuit een reeks opeenvolgende experimenten. De methodologie is gebaseerd op iteratieve praktijkgerichtheid: observatie, dialoog met deelnemende kunstenaars en voortdurende aanpassing van het platform en de opzet. Deze reflexieve aanpak positioneert het onderzoek als ingebed, waarbij de auteur actief betrokken is als organisator, kunstenaar, onderzoeker en systeemontwerper.

Naar een netwerkstudio: Theoretische grondslagen

De verschuiving van geïsoleerde, fysieke ateliers naar gedeelde, digitale studio’s is niet louter een technologische evolutie, maar raakt aan diepere vragen rond auteurschap, agency en controle. Om de netwerkstudio te begrijpen, is het noodzakelijk zijn wortels te traceren in eerdere vormen van collectieve kunstpraktijken, zoals de Mail Art- en Fax Art-bewegingen uit de twintigste eeuw.1 In deze vroege experimenten gebruikten kunstenaars netwerken voor artistieke uitwisseling, maar communicatie verliep traag en sequentieel.

Vanaf de jaren 1980 en 1990 introduceerden telematische kunstprojecten een fundamentele verschuiving: digitale netwerken werden niet langer gebruikt als dragers van boodschappen, maar als actieve ruimtes van interactief auteurschap. Kunstenaar en telematica-pionier Roy Ascott verving met La Plissure du Texte de singulariteit van de auteur door een gedistribueerd netwerk van vertellers, waarin narratief ontstond als een live onderhandeling. Kunstenaar Paul Sermons Telematic Dreaming verstoorde fysieke nabijheid door lichaam en aanraking te vervangen door videofeedbackloops. Kunstenaar Ken Goldbergs Telegarden onderzocht agency via een robotarm die op afstand bestuurbaar was, waardoor aanwezigheid en handeling werd losgekoppeld.2 Deze projecten markeerden een breuk met het idee van de kunstenaar als autonome schepper. Ze introduceerden een netwerklogica waarin de kunstpraktijk voortkwam uit interactie, onderhandeling en onvoorspelbaarheid. De studio was geen plaats meer, maar werd een proces: een open systeem waarin kunstwerken vloeibaar, collectief en contingent werden.

Tegelijkertijd wezen kunstenaars als Goldberg en sociologen als Manuel Castells erop dat netwerken niet neutraal zijn. Digitale platforms beloven openheid, maar zijn gestructureerd door technische, economische en politieke krachten. Auteurschap en participatie in een netwerkstudio worden dus altijd mede bepaald door infrastructuren: wie heeft toegang, wie kan reageren in real time, en wie wordt zichtbaar – of net niet?3

Drawing Across Borders zet deze telematische erfenis verder, maar introduceert een nieuw element: radicale synchroniciteit. Waar eerdere netwerkexperimenten vaak vertraagd of gefilterd waren, gebeurt elke ingreep hier onmiddellijk en onomkeerbaar; en dwingt dat deelnemers tot een relationele benadering van tekenen: elke lijn wordt direct opgenomen in een collectieve stroom. Waar veel discours over netwerkkunst en samenwerking zich verliest in schema’s, modellen en wensdenken, richt Drawing Across Borders zich op de feitelijke fricties. Geen ideaaltypisch model, maar een proces vol glitches, asymmetrieën en onverwachte allianties. Het is door deze onvoorspelbaarheid dat nieuwe werkvormen ontstaan.

De fragiele aard van de digitale infrastructuur wordt zichtbaar in de vertragingen, uitvalmomenten en de ongelijke toegang tot stabiele netwerken. Dit creëert asymmetrieën in deelname: snelle verbindingen maken sommige kunstenaars onmiddellijk zichtbaar, terwijl anderen later of minder prominent in het collectieve proces verschijnen. Deze instabiliteit wordt niet weggewerkt, maar bewust zichtbaar gelaten als een deel van het werk. Glitches, vertraging en netwerkfouten maken deel uit van het canvas zelf. Dit sluit aan bij de principes van Glitch Feminism, waarin storingen en onderbrekingen niet als obstakels worden gezien, maar als openingen voor nieuwe vormen van creativiteit en identiteit.4 FRAMED functioneert als een haperende jazzimprovisatie: het schuurt, het botst; maar precies daar ontstaat de energie.

Interfaces zijn daarbij ook geen neutrale doorgeefluiken. Al in de jaren 1960 toonde computerpionier Douglas Engelbart aan dat technologie niet enkel creativiteit uitbreidt, maar haar structureel vormgeeft. Zijn experimenten met alternatieve inputapparaten zoals voetpedalen, kniebediening en chorded keyboards maakten duidelijk dat de wijze van interactie de artistieke keuzes beïnvloedt.5 De computerinterface werd zo een actieve actor binnen het artistieke proces. Binnen FRAMED krijgt deze gedachte een concrete uitwerking: het ontbreken van een undo-knop is niet louter een bewuste ontwerpkeuze, maar deels het gevolg van hoe het systeem functioneert. Door de manier waarop acties als datastromen worden verstuurd, is terugdraaien technisch complex en niet evident. In plaats van dit op te lossen met extra controlemechanismen, werd gekozen om deze beperking niet als defect te zien, maar als uitnodiging tot aanpassing. De afwezigheid van undo wordt zo een artistieke conditie die deelnemers aanzet tot alertheid, zorgzaamheid en het aanvaarden van vergankelijkheid. Waarom zouden we een undo nodig hebben? Omdat we dat gewend zijn? Wat als het ook anders kan?

Dit theoretische kader biedt een lens om Drawing Across Borders te analyseren als een praktijk die voortbouwt op historische modellen van netwerkkunst, maar tegelijk hun grenzen blootlegt en actualiseert binnen hedendaagse digitale ecosystemen.

Grootschalige projectie van Drawing Across Borders op de gevel van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen tijdens de Tekenmarathon, 2025. Bron: Beam Inc, foto door Jan Vanbriel.

Drawing Across Borders: Praktijk en proces

Drawing Across Borders is de meest recente en grootschalige casestudy binnen het bredere ontwikkeltraject van FRAMED, een open-source platform dat sinds 2017 aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen stap voor stap werd opgebouwd. Wat begon als een experimenteel digitaal modeltekenproject, evolueerde via iteratieve workshops en technische aanpassingen tot een gedistribueerde studio, gericht op simultaan, collectief tekenen zonder hiërarchische controlemechanismen. FRAMED dwingt deelnemers tot een gedeelde verantwoordelijkheid, waarin tekenen een relationeel en onomkeerbaar proces wordt. Elke ingreep verschijnt onmiddellijk en kan door anderen worden overschilderd, uitgebreid of getransformeerd. De gedeelde canvas is geen veilige haven, maar een slagveld van lijnen, waar ego’s botsen, verdwijnen en zich opnieuw uitvinden. Artistic agency wordt zo niet individueel geclaimd, maar dynamisch en fragiel onderhandeld.6

Tijdens de biënnale Tekenmarathon 2025, georganiseerd door de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen, vond de centrale live-sessie van Drawing Across Borders plaats. Gedurende vier uur verbonden studio’s in Antwerpen, Kraków, Kentucky en Durban zich simultaan via FRAMED in een gedeelde digitale ruimte.

Over de jaren heen zijn heel wat FRAMED-sessies georganiseerd in uiteenlopende contexten, elk met hun eigen dynamiek. Soms betrof het kleine, hechte groepen kunstenaars die intuïtief inspeelden op elkaars lijnen. Andere keren werd het canvas gedeeld met grotere groepen studenten, kunstenaars of toevallig publiek. In open sessies zonder duidelijke structuur leidde dit soms tot territoriale spanningen. Zo kwam het tijdens sessies met Cubaanse graffiti-artiesten en tijdens workshops met kinderen voor dat een deelnemer graag een “eigen stukje muur” wilde. In enkele gevallen werd dat verzoek gehonoreerd door letterlijk een kader te trekken waar niemand anders in mocht tekenen.

In de vroege versies van FRAMED, waar het canvas nog uit één frame bestond, werden vooral mondelinge prompts gebruikt. Begeleiders gaven live suggesties of stelden kleine interventies voor aan de tekenaars, wat vlot werkte bij kleinere groepen. Prompts functioneerden toen eerder als lichte stimulans. Vanaf een bepaald moment werd het frame-by-frame mechanisme geïntroduceerd, en werd tijd als derde dimensie in het tekenen gebracht. Het canvas werd opgebouwd uit meerdere opeenvolgende frames, waarop tekenaars vrij konden kiezen, en voortdurend wisselen, waar zij hun lijnen of markeringen toevoegden.

Die uitbreiding vergde een andere vorm van oriëntatie: de tijdslijn bleek niet vanzelfsprekend, zeker niet bij grotere groepen. Het leidde vaak tot verwarring of visuele chaos.

Om het gedeelde canvas werkbaar te houden, ontstonden nieuwe strategieën om het tekenen te begeleiden: via instructies, visuele voorbeelden of een duidelijke structuur. Deze experimenten vormden de basis voor een deelonderzoek binnen FRAMED, dat mede opgezet met multidisciplinair ontwerper Annelise Cerchedean, rond het gebruik van instructies in collectieve tekenprocessen en hoe deze grafisch of performatief vorm konden krijgen.

Tijdens een vroegere editie van de Tekenmarathon gebeurde dat letterlijk via kleine strookjes papier met speelse opdrachten: “mark your presence and disappear again”, “follow the red line”, of “draw something that repeats”. Tijdens de AfrikaBurn-editie werd een papieren cootie catcher ingezet, zo’n vouwdobbelsteen waarmee een verborgen opdracht tevoorschijn komt. Het werkte perfect in theorie, tot bleek dat het in de woestijn ’s nachts écht donker is, en de prachtig vormgegeven instructies grotendeels onbruikbaar bleken.

Een papieren cootie catcher werd gebruikt als interactieve prompttool tijdens AfrikaBurn, 2024, Tankwa Karoo Desert. Foto door Annelise Cerchedean.

Voor Drawing Across Borders werd gekozen voor een digitale prompt-app die op ieders smartphone beschikbaar was. Tijdens een gezamenlijke brainstorm met de internationale partners ontstond een nieuwe reeks instructies: visueel, abstract, poëtisch, humoristisch of met een knipoog. De overkoepelende thematiek was “borders”, met als doel om deelnemers, afkomstig uit zeer uiteenlopende contexten, aan het denken te zetten over wat een grens kan betekenen: geografisch, politiek, digitaal, lichamelijk of sociaal. De app liet toe om gemakkelijk door meerdere prompts te scrollen tot je er een vond die je aansprak, waardoor de interactie licht en speels bleef.

Sommige deelnemers gebruikten de prompts actief, terwijl anderen zich eerder lieten leiden door spontane visuele interactie. In bepaalde gevallen groeiden de instructies uit tot korte visuele verhalen. De prompts bleven bewust ruim interpreteerbaar, zoals: “Animate a boundary that breathes, expanding and contracting across frames”, “Draw a line that dissolves into nothingness”, “Draw a border that invites crossing”, of “Animate something that bulges, explodes, and disappears”. Sommige instructies suggereerden handelingen over meerdere frames heen: “Choose a frame and hide a secret within the border, then gradually reveal it”, of “Choose an odd frame and draw a box that encloses something, then let it escape in the next frames”. Andere prompts waren eenvoudiger van opzet, zoals “Choose a frame and crosshatch part of it”, terwijl weer andere, zoals “Drop a bomb, clear a frame!” eerder disruptief werkten en uitnodigden tot een visuele reset of verstoring. Wat begon als een technisch hulpmiddel om coördinatie te vergemakkelijken, groeide gaandeweg uit tot een performatieve motor binnen het collectieve werk.

De technologie achter FRAMED volgt het KISS-principe: Keep It Stupid Simple. Met een knipoog naar ontwikkelaar Kris Meeusen spreken we soms van het KRIS-principe: Keep Rethinking Its Simplicity. De technologie werd bewust eenvoudig en robuust gehouden zodat de nadruk op interactie en samenwerking bleef liggen. Toch is het systeem het resultaat van jarenlange iteratieve ontwikkeling, waarbij elke aanpassing voortkwam uit praktijkervaring en veranderende noden in live tekenomgevingen.

Bij aanvang worden computers synchroon opgestart en verbonden met Wacom-tablets. Belangrijke parameters zoals framesnelheid en resolutie worden vooraf vastgelegd. De software voorziet in de mogelijkheid om deze instellingen centraal aan te sturen, een functie die werd ontwikkeld omdat manuele configuratie op elke computer tijdrovend en foutgevoelig wordt bij grotere groepen. Tijdens Drawing Across Borders werd ervoor gekozen om die centrale aansturing uit te schakelen, om mogelijke synchronisatieproblemen tussen de internationale locaties te vermijden. Tijdens de opstart voorzien ervaren gebruikers elk afzonderlijk frame van het canvas, dat bestaat uit meerdere opeenvolgende beelden, van een snelle lijn of kleurvlak, zodat de projectie niet leeg start. Een vaak gebruikte techniek is tekenen terwijl de pijltjestoets wordt ingedrukt, waardoor één beweging zich vloeiend over verschillende frames uitrolt.

Foto’s van testbeelden zoals een rode cirkel in Antwerpen en een blauwe in Kentucky, werden vooraf gedeeld via WhatsApp om de verbinding te verifiëren. Locaties die later inlogden, zoals Kraków, zagen enkel het actuele canvas, zonder geschiedenis. Die asymmetrie verdween geleidelijk door het gezamenlijke proces dat volgde.

FRAMED is daarmee geen neutrale interface, maar een actieve speler in het artistieke proces. Het systeem bepaalt niet enkel wat zichtbaar is, maar beïnvloedt fundamenteel hoe samenwerking ontstaat, zich ontwikkelt en wordt waargenomen.

Technologie fungeerde als actieve medespeler: wie tekende, dacht mee over de interface; wie observeerde, suggereerde technische alternatieven. Samenwerking ontstond waar disciplines poreus werden.

De interactie ontwikkelde zich volgens verschillende ritmes: sommige deelnemers voegden korte, impulsieve tekens toe en anderen bouwden gelaagde structuren rond bestaande gebaren. Deze vloeibare, relationele dynamiek sluit aan bij het idee van kunsttheoreticus Nicolas Bourriaud rond Relational Aesthetics, waarin kunst ontstaat uit intersubjectieve ontmoetingen en tijdelijke gemeenschappen. Waar Bourriaud relationaliteit echter voornamelijk sociaal en situationeel definieert, toont Drawing Across Borders dat deze ook diep technisch wordt bemiddeld. Vertraging, zichtbaarheid en netwerksnelheid structureren de ontmoetingen op het canvas. Relationele esthetiek wordt hier dus niet enkel gevormd door menselijke interactie, maar ook door digitale infrastructuren die ongelijk verdeeld zijn en zo de relationele ruimte fundamenteel asymmetrisch maken.7

Omdat er geen mogelijkheid tot correctie of eigendom bestond, ontstond een collectieve alertheid: elke ingreep was tegelijkertijd een reactie op het bestaande en een uitnodiging voor verdere interventie. Dit proces van voortdurende herconfiguratie van het canvas weerspiegelde mediawetenschapper Henry Jenkins’ concept van participatieve cultuur: geen lineair of hiërarchisch traject, maar een non-lineaire co-creatie waarin betekenis en eigenaarschap fluïde blijven.8

In Antwerpen en Kentucky verliep de interactie relatief vlot, terwijl deelnemers in Durban en Kraków kampten met onzichtbare machtsverschillen. Belangrijk is dat Drawing Across Borders deze kwetsbaarheden niet trachtte te maskeren. Integendeel, ze werden erkend als integraal onderdeel van het project. De netwerkstudio werd zo niet voorgesteld als een utopische ruimte, maar als een ecosysteem waarin digitale samenwerking afhankelijk blijft van omstandigheden.

Een samengesteld beeld dat de sfeer vastlegt van het Drawing Across Borders-evenement op vier internationale locaties. Te zien zijn projecties van het gedeelde canvas in Antwerpen, Durban, Kentucky en Kraków – elke locatie in real time verbonden. Ook zichtbaar zijn de vier lokaal aangepaste posters die het evenement aankondigen; elk ontworpen voor de eigen hub, maar samen één coherent beeld als symbool van netwerkeenheid, 2025, Antwerpen / Durban / Kentucky / Kraków. Foto’s door diverse deelnemers.

Parallel aan de digitale interactie werd het gedeelde canvas op de verschillende locaties in real time groot geprojecteerd. In Antwerpen gebeurde dit op de façade van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, waardoor de transnationale samenwerking een publieke dimensie kreeg. Passanten zagen lijnen ontstaan, verdwijnen en muteren – een visueel spel dat deed denken aan digitale graffiti: vluchtig, anoniem en altijd in wording. In tegenstelling tot traditionele muurschilderingen of gecureerde participatieve kunstprojecten, kende Drawing Across Borders geen finaliteit. Er was geen vaste compositie, geen afgerond product. De waarde lag in de tijdelijke aanwezigheid, vergelijkbaar met performance art, waarin betekenis ontstaat door het moment en verdwijnt zodra het event voorbij is.

Niet alles binnen FRAMED wordt gedocumenteerd. Veel sessies bestaan enkel als vluchtige projecties die verdwijnen zodra ze ontstaan. Deze bewuste keuze, een weigering om alles te fixeren, benadrukt de waarde van het moment, het contact en het samenzijn. Waar performancekunst een canon opbouwde via foto’s en opnames, kiest Drawing Across Borders ervoor om een groot deel van zijn geschiedenis ongefixeerd te laten. Dat versterkt de directe ervaring, maar vermindert de mogelijkheid tot latere analyse. In een cultuur die digitale kunst vooral beoordeelt op zichtbaarheid en reproduceerbaarheid, plaatst dit project het proces centraal. Het canvas blijft een levend, onvolledig geheel: wat op één plek zichtbaar is, ontbreekt elders. Die onvolledigheid is geen tekort, maar onderdeel van de werking, wat vragen oproept over wie gezien wordt en wat blijft. Zo ontstaat een tijdelijke ruimte die zich verzet tegen een sluitend archief.

De gedeelde verantwoordelijkheid binnen FRAMED bood ruimte voor collectieve expressie, maar toonde ook de breekbaarheid van agency in een open systeem. Zonder duidelijke scheiding tussen bijdragen vervaagden individuele intenties: niet iedereen engageerde zich actief of nam verantwoordelijkheid om de dialoog gaande te houden. Soms ontstond frictie: deelnemers konden andermans werk abrupt overschrijven, intenties werden gemist, spontane allianties gevormd en weer ontbonden. Deze dynamiek legt bloot dat gedeeld auteurschap geen vanzelfsprekend harmonieus proces is. Artistic agency in een gedeelde digitale ruimte vergt voortdurende alertheid, aanpassingsvermogen en bereidheid tot het accepteren van verlies, miscommunicatie en toeval als inherent aan de artistieke praktijk. Zo levert Drawing Across Borders een voorlopig antwoord op de vraag waarmee het artikel opende: het verleggen van het atelier naar een gedeelde digitale ruimte maakt onmiddellijke collectieve creatie mogelijk, maar onthult ook nieuwe spanningen rond eigenaarschap, zichtbaarheid en toegang.

En dit werd nergens scherper zichtbaar dan tijdens het “F*ck Trump” incident.

“F*ck Trump” en de paradox van radicale openheid

De breekbaarheid van digitale openheid werd pijnlijk voelbaar toen tijdens de Drawing Across Borders-sessie iemand de woorden “F*ck Trump” op het canvas schreef. Wat eerst een glitch leek (de plotselinge uitval van de verbinding met de studio in Durban) bleek al snel een menselijke tussenkomst. De universiteit ter plaatse had ingegrepen uit bezorgdheid voor mogelijke politieke repercussies.

Het incident sneed dwars door de performatieve laag van het project heen en onthulde wat vaak onder de oppervlakte blijft: digitale samenwerking staat niet los van controle, beleid of angst. FRAMED mag dan gebouwd zijn op het principe van radicale openheid, maar geen enkel netwerk is echt vrij van macht. Zelfs het meest poreuze canvas kan gecensureerd worden door een onzichtbare firewall, een beleidsnota, een contact met hogerhand.

Wat zich hier aftekende, was niet zomaar een storing, maar een botsing tussen intentie en infrastructuur. Drawing Across Borders wilde grenzen doorbreken, maar liet ongewild ook nieuwe grenzen zien van institutionele nervositeit, geopolitieke asymmetrie en digitale kwetsbaarheid. De netwerkstudio toonde zich niet als grenzeloze ruimte, maar als een tijdelijk toegestaan terrein waar openheid altijd voorwaardelijk blijft. Wat open is, kan ook gesloten worden. En wat gedeeld is, kan plots verdwijnen.

Die spanning raakt aan een andere fundamentele vraag binnen FRAMED: hoeveel regie is wenselijk of nodig tijdens een collectieve tekensessie? In kleine, vertrouwde groepen ontstaat die regie vaak spontaan: iemand merkt op dat er in een bepaalde hoek een kleurvlak ontbreekt, of dat een zone te donker wordt en wat meer lichtheid kan gebruiken. Er worden suggesties gedaan: “Use brighter colors”, “redraw that part”; en soms wordt er vooraf een specifiek kleurenpalet afgesproken. De groep fungeert dan bijna als één organisme, met gedeelde intenties en oog voor het geheel.

Zodra het aantal deelnemers toeneemt, wordt mondelinge moderatie minder evident. Verschillende stijlen en snelheden botsen. Sommige deelnemers zijn voorzichtig, anderen impulsief. Er rijst dan de vraag of er moet worden ingegrepen, en zo ja, door wie. Vaak neemt een van de meer ervaren gebruikers intuïtief de rol van ‘regisseur’ op zich, bijvoorbeeld door storende elementen weg te werken of een visuele lijn uit te zetten die anderen kunnen volgen. Wouter Steel, tekenaar en medeonderzoeker van het eerste uur, aarzelde nooit om drastisch in te grijpen als dat het beeld ten goede kwam. Ook Kris Meeusen, de softwareontwikkelaar van FRAMED, modereerde af en toe met een technische ingreep.

Het idee om dit soort ingrepen te formaliseren leidde ooit tot een speelse maar serieuze suggestie: een “dictator button”. Eén druk, en sommige frames zouden meteen en synchroon een visuele reset krijgen. Hoewel deze knop nooit werd geïmplementeerd, blijft het concept exemplarisch voor de voortdurende spanningslijn in FRAMED: tussen controle en vrijheid, tussen chaos en compositie. De vraag wie beslist wat ‘beter’ is in een gedeeld kunstwerk, en op basis waarvan, blijft een terugkerend thema binnen het onderzoeksproject.

Toch is modereren niet altijd vanzelfsprekend. Net die rol brengt ook twijfel met zich mee. Wanneer grijp je in? En hoe? Wie over een ander tekent, riskeert ook het conflict, of misschien een ongemak. In kleinere groepen is er doorgaans meer toestemming en vertrouwen, maar bij grotere, meer anonieme omgevingen ontstaat er soms aarzeling. Is het gepast om iets weg te vegen? Of voelt dat als censuur? Anderen trokken de beeldvoering juist naar zich toe, misschien omdat anonimiteit hen losser maakte in hun ingrepen.

Die reflexiviteit is deel van wat FRAMED bijzonder maakt: het laat ruimte voor twijfel, voor tijdelijk niet-weten. En net die fragiele momenten, waarin controle en overgave elkaar raken, maken de collectieve praktijk voelbaar en levendig. Ondertussen werd wel duidelijk dat echte moderatie niet altijd expliciet hoeft te zijn. Soms stuurt het systeem zelf subtiel, via de snelheid, de prompts, of de beperkingen van de interface. Soms stuurt een gebruiker gewoon mee door te tekenen, ruimte te nemen, of net door ruimte te laten. FRAMED laat zo ook het idee van hiërarchie meebewegen met de context: van gecureerde installaties tot collectieve improvisatie.

Grootschalige projectie van Drawing Across Borders op de gevel van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen tijdens de Tekenmarathon, 2025. Bron: Beam Inc, foto door Jan Vanbriel.

Infrastructuren en collectieve inspanning

Hoewel Drawing Across Borders eruitzag als een spontane, intuïtieve samenwerking, rustte het project op een complex web van technologische en organisatorische infrastructuren. Achter het gedeelde canvas schuilde een netwerk van servers, lokale installaties, synchronisatieprotocollen en real time communicatiekanalen die Antwerpen, Durban, Kraków en Kentucky met elkaar verbonden. Elke lokale studio beschikte over computers met de FRAMED-software, gekoppeld aan een tekentablet.

Naast FRAMED zelf werden aanvullende tools ontwikkeld die het collectieve proces versterkten. Een daarvan was de real time datavisualisatie, die de activiteit tussen de verschillende locaties zichtbaar maakte. Deze visualisatie fungeerde als een grafische feedbacklaag: elke lijn die op het canvas werd gezet, werd afzonderlijk geregistreerd en als een pixel weergegeven. Hierdoor werd zichtbaar wie actief was en hoe dynamisch de interacties zich verspreidden over de locaties. Deelnemers konden zo niet alleen elkaars lijnen en animaties volgen, maar ook elkaars aanwezigheid, energie en ritme intuïtief aanvoelen.

Een andere aanvullende tool was de instructies-app, eenvoudig toegankelijk via zichtbare QR-codes, met een open chatfunctie waarmee deelnemers zonder login of identificatie berichten konden uitwisselen met iedereen in het systeem. Tijdens het typen kende het systeem willekeurige namen en kleuren toe zoals “wild purple” of “mystic navy”; een knipoog naar de speelse anonimiteit van gedeelde Google Docs, waar anonieme gebruikers verschijnen als dieren. Deze kleuren waren in het ontwerp bewust gekozen als een vorm van subliminal messaging: een subtiele laag die gebruikers onbewust kon aanzetten tot het gebruik van die kleuren. Het was geen actief sturingsmechanisme, maar een illustratie van hoe ontwerp via gelaagdheid kan proberen de gebruiker te beïnvloeden. De chatruimte fungeerde zo als een parallel communicatief netwerk dat gedachten, reacties en spontane opmerkingen mogelijk maakte, los van het visuele kanaal van het canvas, en droeg bij aan een sfeer van openheid en collectiviteit. De ervaringen van deelnemers illustreren hoe deze parallelle communicatieruimte de interactie en het collectieve proces vormgaf:

It was strange at first, seeing my drawing disappear under someone else’s. But then I realized that was the point – it’s not about ‘my’ work, it’s about how we respond to each other.
– Student, Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen

Being part of the Drawing Across Borders project was a unique and inspiring experience. The idea of collaborating with people from different countries through drawing felt both playful and meaningful.
– Taeena Pillay, student University of KwaZulu-Natal, Durban

The software pulled its weight and we saw some intriguing patterns and artworks being made. Seeing it in action was lovely.
– Kyle Maistry, student University of KwaZulu-Natal, Durban

Using this interactive art software has been incredibly refreshing. The interface was simple and intuitive, no steep learning curve, no technical hurdles, letting creativity take the lead. The collaborative element brought a sense of community and excitement that made every session feel like a shared adventure.
– Zahra Saib, student University of KwaZulu-Natal, Durban

One of the things I loved about the Drawing Across Borders event was how it allowed us to connect with artists from different parts of the world and collaborate on creative work, even from a distance.
– Evan Frank, student University of KwaZulu-Natal, Durban

Drawing Across Borders was in elke laag een collectieve onderneming. Niet alleen het canvas werd gedeeld: ook voorbereiding, technische opbouw en facilitering gebeurden in samenwerking over grenzen heen. Onder mijn leiding werkten artistieke, technische en logistieke teams in vier steden samen. In Antwerpen gebeurde de coördinatie van de lokale studio met Tom Dietvorst, Frankie Anh Le, Bert Hellemans, Gina Poortman, Annelise Cerchedean en Wouter Steel. In Durban zorgden Michelle Stewart, Limo Velapi en Bhavna Pather voor lokale verankering. In Kraków legden Mariusz Sołtysik en Estera Gałuszka verbindingen; in Kentucky ontwikkelden Jonathan McFadden, Chad Ebly en Dmitry Strakovsky de technische infrastructuur en educatieve ondersteuning. De visuele communicatie lag bij Kristí Fekete. Kris Meeusen, ontwikkelaar van FRAMED, stond in voor de technologische coördinatie: hij bereidde het platform technisch voor, bewaakte live datastromen en bleef stand-by voor interventies – een cruciale schakel in de transnationale verbinding.

De netwerkstudio bestond daarmee niet alleen uit software en infrastructuur, maar ook uit menselijke relaties, afstemming en gedeelde verantwoordelijkheid. Veerkracht kwam voort uit de bereidheid om verantwoordelijkheid te delen: een voortdurende balans tussen initiatief en ontvankelijkheid.

De ontwikkeling van FRAMED vroeg om bewuste ontwerpkeuzes rond toegankelijkheid en risico. Vroege tests toonden hoe sterk interfacebeslissingen het artistieke proces sturen. Zo leidde de trage opvulling van kleurvlakken tot frustratie, waarna een vulfunctie werd toegevoegd. Het platform evolueerde in dialoog met gebruikers: meer dan driehonderd kunstenaars, ontwerpers, onderzoekers en participanten namen deel. Mondelinge feedback en observaties van interacties leverden bruikbare inzichten op die richting gaven aan het ontwerp.

Technologische samenwerking vergt soms specifieke expertise, maar binnen FRAMED werd technologie nooit als louter passief hulpmiddel ingezet. Infrastructuur groeide in nauwe wisselwerking met kunstenaars, ontwerpers en onderzoekers. Tools en set-ups ontstonden in directe afstemming met de praktijk. Technologie fungeerde als actieve medespeler: wie tekende, dacht mee over de interface; wie observeerde, suggereerde technische alternatieven. Samenwerking ontstond waar disciplines poreus werden.

Hoewel het project binnen een institutionele context is ingebed, ademt het proces een punkachtig ethos van improvisatie, onvoorspelbaarheid en directe actie. Het digitale canvas werkt daarbij als een vorm van digitale graffiti: vluchtig, anoniem en moeilijk te fixeren. De publieke projectie versterkt dit effect doordat het tekenproces uit de studio treedt en zichtbaar wordt voor toevallige voorbijgangers.

Een belangrijk, vaak onzichtbaar aspect is de keuze voor open-source technologie. Met FRAMED positioneert het project zich buiten commerciële bigtech-ecosystemen. In tegenstelling tot gesloten infrastructuren zoals Google Jamboard of Miro, biedt FRAMED een gedeelde ruimte waarin gebruikers mede-eigenaar zijn. Het is ontworpen met eenvoud als uitgangspunt en draait stabiel op oudere systemen, wat digitale inclusie bevordert en samenwerking mogelijk maakt met gemeenschappen zoals in Cuba en Zuid-Afrika, waar zwaardere of gelicentieerde software vaak onhaalbaar is.

In Zuid-Afrika werd FRAMED in het curriculum geïntegreerd, niet om studenten digitaal tekenen te leren, maar om digitale geletterdheid te cultiveren. Via workshops in townships ontstond een raakvlak in een context van grote sociale ongelijkheid.

Binnen een eerder project in Cuba ontstond een tijdelijk initiatief waarbij een lokale muzikant, na het ontvangen van een Wacom-tablet, kleine performances organiseerde met een oude laptop en geleende projector. Door de economische achteruitgang verdween dit initiatief stilletjes, zonder tastbare documentatie. Wat resteert zijn verhalen, herinneringen en mondelinge feedback – vormen van kennis die moeilijk te archiveren zijn, maar krachtig resoneren. Tijdens een workshopsessie in Havana tekende een vroom meisje naast een licht geklede graffitikunstenaar met blauw haar; dat zij uit uiteenlopende sociale en culturele contexten kwamen was een vaststaand gegeven, maar in het gedeelde, zwijgende werken werd zichtbaar hoe een band kon ontstaan.

Toch is open source geen garantie voor neutraliteit. Drawing Across Borders laat zien dat autonomie in digitale kunstpraktijken niet louter voortkomt uit technologische keuzes, maar uit voortdurende onderhandeling tussen intentie, infrastructuur en maatschappelijke positie. Open source is hier niet alleen technisch, maar ook politiek. Vertrouwen is geen randvoorwaarde maar de kern. Deelname is vrijwillig, elke lijn een bewuste interventie. De openheid van het systeem vraagt om een ethiek van gedeeld eigenaarschap en wederzijdse erkenning. In een context waar zichtbaarheid snel gepersonaliseerd wordt en profilering lonkt, vraagt het netwerkstudio-model om een andere vorm van aanwezigheid: niet gericht op dominantie, maar op afstemming.

Deze inzichten vormen het uitgangspunt om de bredere impact van Drawing Across Borders te begrijpen; als artistiek experiment, maar ook als pedagogische uitdaging en politieke praktijk in het digitale veld.

Deze behind-the-scenes beelden tonen de technische set-up en testfase van Drawing Across Borders. Zichtbaar zijn projectietests op verschillende locaties, Wacom-tabletconfiguraties en gezamenlijke schermaflijningen over continenten heen. Ook te zien: de geprinte QR-stickers die linken naar de prompt-app, 2025, Antwerpen / Durban / Kentucky / Kraków. Foto’s door diverse deelnemers.

Artistieke en pedagogische impact

Drawing Across Borders positioneert artistieke samenwerking niet als een optelsom van individuele bijdragen, maar als een proces van voortdurende onderhandeling en collectieve improvisatie. In plaats van te streven naar herkenbare signaturen, ontstaat het werk in een gedeeld veld van handelingen waarin geen enkele ingreep beschermd blijft.

Maar openheid betekent niet automatisch harmonie. Zoals kunsthistoricus Claire Bishop opmerkt in Artificial Hells, legt participatieve kunst juist fricties bloot: tussen intentie en interpretatie, tussen zichtbaarheid en verdwijnen, tussen participatie en uitsluiting.9 Sommige bijdragen binnen Drawing Across Borders werden te snel overschilderd of bleven onopgemerkt door technische vertraging, wat leidde tot terughoudendheid bij bepaalde deelnemers.

Anderen grepen net die onvoorspelbaarheid aan om te improviseren, visuele dialogen aan te gaan, rollen uit te wisselen of spontane afspraken te maken. Met deze zelforganisatie stelden deelnemers zich genereus op tegenover elkaar en het proces: ideeën werden niet beschermd, maar gedeeld; impulsen niet geclaimd, maar doorgegeven. Die generositeit voedde een werkvorm waarin eigenaarschap verschoof van individu naar netwerk.

Toch betekent collectief werken niet dat autonomie verdwijnt. Integendeel: het project laat zien hoe de individuele stem en een gedeeld proces elkaar kunnen versterken, uitdagen en tijdelijk overschrijven, zonder te vervallen in functionele rolverdelingen of gestandaardiseerde modellen. Gedeelde digitale werkvormen leiden niet tot chaos, maar nodigen juist uit tot andere vormen van overleg, coördinatie en vertrouwen.

In een educatieve context biedt dit waardevolle inzichten. Studenten ontwikkelen niet alleen digitale geletterdheid, maar ook relationele gevoeligheid: het vermogen om in te spelen op anderen, los te laten, opnieuw aan te haken. Dat vraagt om meer dan technische vaardigheden; ook ethische, sociale en systeemgevoelige navigatiecapaciteiten worden essentieel.

Aleksandra gebruikt de FRAMED-interface op een Wacom-tablet – pijltjestoetsen binnen handbereik, volledig ondergedompeld in de collectieve tekensessie, 2025, Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen. Foto door een van de deelnemers.

Die houding botst impliciet met de dominante nadruk op individuele profilering in veel academische evaluatiepraktijken. Hoewel procesgerichtheid vaak als ideaal naar voren wordt geschoven, blijven portfolio’s en herkenbare signaturen in de praktijk de norm. Drawing Across Borders ondermijnt die logica door te tonen hoe een gedeeld proces ook gedeelde waarde en eigenaarschap kan genereren.

Hierin schuilt een bredere pedagogische opdracht. Een eigentijdse kunstopleiding moet studenten niet alleen leren omgaan met anderen, maar ook met technologie als actor in het proces. Hedendaagse kunstpraktijken spelen zich immers af tussen mensen en infrastructuren. Digitale autonomie, het vermogen om technologie niet alleen te gebruiken, maar ook te begrijpen en te bevragen, wordt daarin een essentieel leerdoel. Nieuwe vormen van gedeeld en kritisch handelen cultiveren is geen luxe, maar een didactische noodzaak in een geglobaliseerde en gedigitaliseerde wereld.

Onderwijs dat inzet op digitale autonomie erkent dat tools niet neutraal zijn. Ze zijn ontworpen; geladen met keuzes, implicaties en machtsstructuren.

Leren werken met technologie betekent ook leren denken met technologie: niet als neutraal gereedschap, maar als materiaal, taal en frictiezone. Studenten moeten tools niet gehoorzamen, maar bevragen, ombuigen, openwrikken. Wie het digitale enkel als middel inzet, mist de kans om het als omgeving te zien, vol logica’s en bias. Daarom wordt het onderwijzen van software geen technische instructie, maar een oefening in kritisch kijken en systemische ongehoorzaamheid. Artistic agency ontstaat niet door technologie als kant-en-klaar pakket aan te reiken, maar door toegang te geven tot omgevingen die open, begrijpelijk en hackbaar zijn.

In plaats van high-end tools als maatstaf te nemen, bouwt deze praktijk van werken en denken met technologie op werkbare, toegankelijke systemen die uitnodigen tot experiment, aanpassing en betekenisgeving.

Digitale samenwerking betekent hier ook het ontwikkelen van een persoonlijke verhouding tot technologie: als structuur en denkruimte. Dergelijke processen hoeven niet complex te starten. Juist kleine, modulaire bouwstenen kunnen de motor zijn voor zelfonderzoek. In hun toegankelijkheid schuilt hun kracht: ze creëren ruimte voor eigenaarschap en vormen de humuslaag voor alternatieve werkwijzen. Niet om kunstenaars tot technici te maken, maar om hen in staat te stellen technologie actief mee vorm te geven, kritisch te bevragen, en op eigen voorwaarden te integreren.

De Zuid-Afrikaanse set-up van Drawing Across Borders: Wacom-tablets, projectiescherm en kunstenaars rond de FRAMED-interface tijdens de live internationale tekensessie. Op de foto staat Prof. Nobuhle Hlongwa, decaan van de School of Arts van de University of KwaZulu-Natal, in het Howard College-gebouw, 2025, University of KwaZulu-Natal. Bron: UKZN Durban, foto door Michelle Stewart.

De netwerkstudio blijft bewegen

Drawing Across Borders opent het atelier en toont hoe digitale samenwerking vandaag niet alleen een technische aangelegenheid is, maar een voortdurend heronderhandelen van ruimte, zichtbaarheid en gedeeld eigenaarschap. De netwerkstudio die uit het project voortkomt, is geen eindpunt maar een beginsituatie: een beweeglijk veld waarin infrastructuur, mensen en context elkaar blijven herconfigureren. Wat vandaag verschijnt als lijn of spoor, kan morgen vorm krijgen als beweging, geluid, rematerialisatie of performatieve ingreep.

Cruciaal daarin is de keuze voor open source. Niet als stijl, maar als ethiek: een politieke, pedagogische en artistieke positionering die digitale autonomie begrijpt als inzicht en zeggenschap over de systemen die ons handelen mee vormgeven. Digitale duurzaamheid blijkt bovendien niet enkel een mondiale kwestie, maar iets dat lokaal wordt gebouwd, met lichte technologie, regionale infrastructuren en een praktijk die gevoelig blijft voor ongelijkheid.

De tastbaarheid van de gedeelde studio blijft essentieel. Door digitale processen zichtbaar te maken in publieke ruimte, in ontmoeting en op papier, wordt duidelijk dat netwerkpraktijken niet afstandelijk hoeven te zijn maar sociaal verankerd kunnen blijven. Artistiek onderzoek in digitale netwerken hoeft niet te vertrekken van grote technologische beloftes, maar van concrete situaties, kleine robuuste systemen en de allianties die daaruit ontstaan. Veel van de samenwerkingen die binnen dit project groeiden, overstegen intussen hun voorlopigheid en zetten zich voort in nieuwe opstellingen, onderzoeksvragen en formats.

Juist de fricties – glitches, vertragingen en haperingen – maken de grenzen van digitale systemen zichtbaar en openen momenten van vernieuwing. Frictie hoeft niet te worden gladgestreken, maar kan worden omarmd als motor van artistieke expressie, als plek waar het systeem even kraakt en alternatieven zich aandienen. De kracht van Drawing Across Borders ligt niet in zijn controle, maar in zijn generositeit: het delen van tijd, bandbreedte en frustratie als vorm van artistieke nabijheid. Geen gladde resultaten, geen esthetisch verpakte oplossingen, maar kwetsbare raakvlakken waar betekenis zich nestelt in de ruis.

Er blijft nood aan onderzoek dat technologie niet omarmt om haar nieuwigheid, maar haar bevraagt vanuit artistieke logica’s: open, eenvoudig, aanpasbaar. Geen zoektocht naar steeds weer ‘de volgende tool’, maar praktijken die uitnodigen tot meedenken, tot verbeelden, tot zelf vormgeven. Digitale autonomie is geen eindpunt maar een werkpunt: een voortdurende oefening in gemeenschap, in de marge, in experiment.

Tegelijkertijd groeit de nood aan digitale bewustwording nu technologische systemen steeds complexer en minder doorzichtig worden. Waar de persoonlijke computer ooit ontstond in een garage, met de belofte van toegankelijke zelfbouw, leven we nu in een tijd waarin miljoenen mensen generatieve tools gebruiken zonder inzicht in de mechanismen die hun handelingen sturen. Artistiek onderzoek kan hierin een noodzakelijke tegenbeweging vormen: niet als nostalgische terugkeer naar het analoge, maar als kritische praktijk die blootlegt hoe technologie werkt, welke aannames zij meedraagt en hoe zij kan worden hertekend. Die kritische houding is essentieel om te vermijden dat de digitale toekomst een geglobaliseerde heruitgave wordt van bestaande paradigma’s, gepresenteerd als vooruitgang. Door kunstenaars, ontwerpers en onderzoekers actief te betrekken bij de ontwikkeling en toepassing van en reflectie op technologie, ontstaat ruimte voor andere manieren van werken: kleinschalig, contextueel, gevoelig voor ongelijkheid en gedreven door nieuwsgierigheid. Dit biedt geen plug-and-play oplossingen, maar wel werkwijzen die systemen van binnenuit mee vormgeven – met de betrokken partijen als makers, niet als gebruikers.

Drawing Across Borders heeft een beginpunt gemarkeerd. Wat volgt, is werk: onderzoek, ontwerp, afstemming. Niet om te fixeren, maar om te blijven bewegen. Niet om één model te bieden, maar om de studio telkens opnieuw te herdenken als gedeeld, veranderlijk en radicaal onderhandelbaar. Drawing Across Borders is geen antwoord, het is een voorstel. En een uitnodiging om mee te tekenen aan wat nog niet vastligt.

yellow?, grafische representatie van een van de FRAMED-events. De code geeft de datum, het exacte tijdstip waarop het frame werd opgeslagen en het framenummer weer, 2024, Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen. Ontwerp door Annelise Cerchedean.

CIAO / FRAMED, grafische representatie van een van de FRAMED-events. De code geeft de datum, het exacte tijdstip waarop het frame werd opgeslagen en het framenummer weer, 2024, Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen. Ontwerp door Annelise Cerchedean.

Dankwoord

Ik wil graag Kristí Fekete, Gina Poortman en Philippe Meers bedanken voor hun waardevolle feedback op eerdere versies van dit artikel. Hun inzichten hielpen om de structuur, focus en helderheid van de definitieve tekst te verfijnen. Mijn dank gaat ook uit naar de samenwerkende teams in Antwerpen, Kraków, Kentucky en Durban, wier inzet Drawing Across Borders mogelijk maakte. In het bijzonder wil ik de technische ontwikkelaars, lokale facilitatoren en coördinatoren bedanken voor hun cruciale rol in het opbouwen en ondersteunen van de netwerkstudio-omgevingen. Delen van dit artikel zijn tot stand gekomen met behulp van geautomatiseerde tekstverfijningstools; het uiteindelijke werk blijft echter mijn eigen werk, gevormd door een iteratief proces van schrijven, herschrijven en kritische reflectie.

+++

Janna Beck

is kunstenaar, ontwerper en onderzoeker aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen. Haar werk focust op digitale samenwerking, gedeeld auteurschap en de studio als veranderlijk netwerk. Als oprichter van onderzoeksgroep Maxlab ontwikkelt ze projecten die technologie als mede-maker inzetten.

janna.beck@ap.be (Research Catalogue profile)

Noten

  1. Király, Iosif. “Behind the Poster: The ‘Mail Art’ Movement.” House of European History – News, 28 okt. 2022, www.historia.europa.eu/en/our-work/news/behind-poster-mail-art-movement. Geraadpleegd in 2023; Chahil, André. “Vienna 1985: The Fax Art Phenomenon – Beuys, Warhol and Higashiyama Send a Signal to the Cold War.” andrechahil.com, z.d., www.andrechahil.com/vienna-1985-fax-art-phenomenon-beuys-warhol-and-higashiyama-send-a-signal-to-the-cold-war/. Geraadpleegd in 2023.
  2. Ascott, Roy. “La Plissure du Texte: A Planetary Fairy Tale.” Fondation Daniel Langlois, 1983, www.fondation-langlois.org/html/e/page.php?NumPage=200. Geraadpleegd in 2024; Sermon, Paul. “Telematic Dreaming.” Paul Sermon – Telematic Art Projects, z.d., www.paulsermon.org/dream/. Geraadpleegd in 2022; Goldberg, Ken. “The Telegarden.” Ken Goldberg / Telegarden Archive, 1995–2004, goldberg.berkeley.edu/garden/Ars/. Geraadpleegd in 2023.
  3. Goldberg; Castells, Manuel. The Rise of the Network Society. 2nd ed., Wiley-Blackwell, 2010.
  4. Russell, Legacy. Glitch Feminism: A Manifesto. Verso, 2020, pp. 30, 133.
  5. Engelbart, Douglas C. Augmenting Human Intellect: A Conceptual Framework. Stanford Research Institute, 1962, www.dougengelbart.org/pubs/papers/scanned/Doug_Engelbart-AugmentingHumanIntellect.pdf. Geraadpleegd in 2024. Relevante pagina’s voor de beschrijving van “artifacts shaping human capability” en interactielogica: pp. 3-7, 19-25.
  6. Beck, Janna, en Annelise Cerchedean. “FRAMED. Track Report.” Royal Academy of Fine Arts Antwerp, 2023.
  7. Over relationaliteit en gedeeld auteurschap in digitale ruimtes: Bourriaud, Nicolas. Relational Aesthetics. Les Presses du Réel, 2002.
  8. Over participatieve cultuur en collectieve betekenisvorming: Jenkins, Henry. Convergence Culture: Where Old and New Media Collide. NYU Press, 2006.
  9. Bishop, Claire. Artificial Hells: Participatory Art and the Politics of Spectatorship. Verso, 2012, pp. 18-24; Bell, David M. The Politics of Participatory Art. 28 mei 2015, eprints.whiterose.ac.uk/86339/4/WRRO_86339.pdf. Geraadpleegd in 2023.