Dit artikel verscheen in FORUM+ vol. 23 nr. 1

Editoriaal

Onderzoek à l’improviste

Matthias Heyman
Universiteit Antwerpen

Beste lezer,

Het is bij een eerste lezing misschien niet opgevallen, maar als u de drie voorbije nummers van FORUM+ er nog eens op naslaat, zal u merken dat er tot op heden geen aandacht is besteed aan jazz, toch een van de afstudeerrichtingen aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen, de hoofduitgever van FORUM+. Toeval? Wellicht niet. Hoewel kritische (zelf)reflectie, een van de basisbeginselen van elk academisch, artistiek of andersoortig onderzoek, inherent lijkt aan een genre dat improvisatie en de nexus traditie-innovatie zo centraal stelt, moeten we vaststellen dat jazzonderzoek in Vlaanderen, en bij uitbreiding België, momenteel nog niet echt bloeit. Een stand van zaken is snel gemaakt. Ondergetekende is vooralsnog de enige Belgische doctoraal onderzoeker die exclusief focust op jazz, en ook andere jazzgerelateerde projecten zijn op één hand te tellen: in het verleden was er een studie naar de eigenheid van Belgische jazz in het interbellum, er is een recent afgerond onderzoek (door alumni van het Antwerpse conservatorium) rond de rol van elektronica bij improvisatie, en nog maar enkele maanden geleden is een project rond de Antwerpse jazzsaxofonist Jack Sels (1922-1970) van start gegaan. Ere wie ere toekomt: in al deze projecten speelt het conservatorium van Antwerpen een voortrekkersrol. Ook aan de Universiteit Gent, en dan vooral binnen de vakgroep Geschiedenis, wordt eens om de zoveel jaar een masterthesis over jazz geschreven. Dus alles in acht genomen hebben we niet te klagen, toch?

En toch. De meerderheid van het bovenvermelde onderzoek is eerder historisch georiënteerd, inclusief het mijne (ik pleit schuldig!). Daar is op zich niets mis mee, ware het niet dat dit zelden de corebusiness van de doorsnee
jazzmusicus is. Waar blijft het artistiek onderzoek? Wanneer worden er studies geproduceerd door én voor uitvoerders? Als je merkt dat in populistische recensies de term ‘academisch’ steeds negatief wordt gebruikt, als ware dit soort jazz te afgelikt, te weinig doorleefd, kortom niet ‘authentiek’, dan is het weinig verwonderlijk dat er een zekere schroom, misschien zelfs tegenzin heerst om zich als uitvoerder in de ‘exotische’ wereld van academia te storten. Het buitenland bewijst dat het anders kan, en dan hoeven we echt niet de oceaan over te steken. Twee van Europa’s belangrijkste onderzoekscentra over jazz bevinden zich in Graz (Oostenrijk) en Birmingham (Verenigd Koninkrijk). Aan deze universiteiten, die nauw samenwerken met de plaatselijke conservatoria, valt op dat het leeuwendeel van de jazzonderzoekers tevens actief is als muzikant, niet louter in het kader van hun (vaak praktijkgericht) onderzoek, maar als integraal deel van hun carrière. Als dat niet overtuigt, wat dan te denken van namen zoals hoornist-componist Gunther Schuller (1925-2015), trombonist George Lewis (1952), en pianist VijayIyer (1971)? Allemaal toppers die er naast hun b(l)oeiende artistieke carrière een parcours als onderzoeker op
nahouden (of nahielden, in Schullers geval).

Het een sluit het ander dus echt niet uit. Sterker nog, een onderzoek kan, neen, móet net versterkend werken voor de eigen (en idealiter ook andermans) uitvoeringspraktijk. Daarom dit warme pleidooi voor meer onderzoek naar, over, met, in jazz, en dit vanuit alle mogelijke perspectieven: historisch, cultureel, analytisch, maar dus ook artistiek en praktijkgericht. Het is tijd. Tijd om de gedateerde perceptie van onderzoek (saai, irrelevant, stoffig, nodeloos complex en ga zo maar door) die bij sommigen nog hardnekkig leeft te doorprikken. Tijd om in te zien
dat onderzoek inspirerend is voor de praktijk in plaats van remmend. Tijd om te beseffen dat artistiek onderzoek
bedrijven niet al schrijvend hoeft, maar ook al schetsend, al spelend, al zingend, en… al improviserend. Inderdaad,
onderzoek à l’improviste.

Het voorliggende nummer van FORUM+, dat de tweede jaargang inluidt, is het eerste in een reeks dat een bijdrage
over jazz zal bevatten, meer bepaald een recensie van een recent verschenen geschiedenis van de jazz in België.
Andere recensies hebben eveneens een breed onderwerp. Zo bespreekt Pascal Gielen het eerste Nederlandstalige
boek over onderzoek in de kunsten, terwijl Klaas Tindemans en Lode Goukens een blik werpen op publicaties die
de relatie blootleggen tussen respectievelijk (beeldende) kunst en politiek, en kunst en (subsidie)geld.

Onder meer dankzij de Ex librisrubriek in FORUM+, die deze keer historische decorontwerpen behandelt, is het
intussen geen geheim meer dat de Antwerpse Conservatoriumbibliotheek een onschatbare bron is voor cultureel
onderzoek. Hannah Aelvoet wijdt een artikel aan deze veelzijdige (erfgoed)bibliotheek, nog steeds uniek in haar
soort in Vlaanderen. Ter gelegenheid van de Albert Huybrechts Discovery op 16 april in deSingel, publiceert Andrew
Wise twee hoofdstukken uit de memoires van Albert Huybrechts' broer (in Engelse vertaling). Nele Wynants maakt
ons wegwijs in het hedendaagse, Vlaamse documentairetheater. Tot slot brengt Johan Pas kritisch verslag uit over
de uitreiking van een eredoctoraat door de Universiteit Antwerpen aan de Duitse kunstenaar Anselm Kiefer.
Ik wens u namens de hele redactie veel lees- én kijkplezier toe.

+++

Matthias Heyman (Universiteit Antwerpen)

Redacteur FORUM+
matthias.heyman@uantwerpen.be