Dit artikel verscheen in FORUM+ Herfst 2017

Recensie

Het verzamelen als onderzoeksmethode

Jan Baetens
KU Leuven, Culturele Studies

Johan Pas, Artists’ Publications: The Belgian Contribution. Londen, Koenig Books, 2017, 308 p. ISBN 9783960981978. Foto: Christine Clinckx

‘This book is a library’, staat er op de achterflap van de nieuwe publicatie van Johan Pas. Een passende slogan, ongetwijfeld, want dit boek over boeken is een echte bibliotheek. Maar toch ook een slogan die de kwaliteiten en ambities van het werk niet volledig tot hun recht laat komen. Artists’ Publications: The Belgian Contribution is immers ook een geschiedenis, een tentoonstellingsruimte en een platform voor een aantal algemene, soms zelfs theoretische vragen rond concepten als het boek, de kunstenaar, de lezer, wetenschappelijk onderzoek in en over de kunsten, het museum, en ook nog zoiets als België – en het is bijzonder verfrissend te mogen vaststellen dat Johan Pas niet focust op de verschillen tussen Noord en Zuid maar op de globale inbreng van België in het verleden en het heden, en ook in de toekomst van het kunstenaarsboek.

Van het kunstenaarsboek bestaat geen algemeen aanvaarde definitie, en Pas is verstandig genoeg om niet te zoeken naar een vage gemene deler tussen de tientallen omschrijvingen die in de loop der jaren gegeven zijn. Hij opteert radicaal voor een eigen afbakening, die zowel pragmatisch als kritisch en politiek is. Een kunstenaarsboek is, cru gesteld, elke publicatie waarvan de vorm voornamelijk door een kunstenaar is uitgewerkt en die een oplage heeft van minimaal ongeveer honderd exemplaren. Met uitzondering van het laatste punt, waarvan Pas terecht aanstipt dat het een blinde vlek is in vele studies van het kunstenaarsboek, lijkt deze definitie bijna een tautologie. Maar de implicaties ervan zijn niet gering. De kwestie van de oplage bijvoorbeeld laat toe het boek uit de exclusieve sfeer van de beeldende kunsten te halen (een kunstenaarsboek waarvan maar één exemplaar wordt gemaakt krijgt dan ook geen plaats in het corpus van Pas, die sterk de nadruk legt op de communicatieve en dus democratische functie van het drukwerk als artistieke drager). Het feit dat er gesproken wordt over publicaties en niet alleen over boeken, laat een veel dynamischere blik toe op de ontwikkeling van deze kunstvorm, waar tot nu toe veel te veel belang is gehecht aan het verschil tussen ‘tijdschrift’ en ‘boek’. Pas interesseert zich voor het volledige spectrum van het kunstenaarsdrukwerk, en deze insteek levert een veel rijker en diverser geschiedenisbeeld op, zonder dat de klassieke periode- en stijlindeling herzien hoeft te worden. Hij bouwt verder op de gecanoniseerde kunsthistorische periodisering. Tezelfdertijd schrijft hij ook een nieuwe geschiedenis, die anderen later misschien zullen terugvertalen in nieuwe vormen van periode- en stijlafbakening. Ten slotte is ook de vage term van kunstenaar hier geen zwaktebod, maar de ideale manier om muren te slopen: ook typografen zijn kunstenaars, ook design is kunst, ook de techniek heeft een artistieke dimensie.

Het boek vertelt een veelkleurige geschiedenis die tegelijk ook zeer strak is geregisseerd. Pas heeft zoals gezegd gekozen voor een historisch verhaal dat voornamelijk teruggrijpt op bestaande periodes en categorieën. Dit heeft als voordeel dat de geschiedenis van de kunstenaarspublicatie niet verschijnt als een apart domein, met alle gevaren van marginalisering die daarmee samengaan, maar als een soort schaduwgeschiedenis van de Belgische kunst. Het boek maakt duidelijk hoe fijnmazig de kunstenaarspublicatie als medium verweven is met de geschiedenis van de esthetische ontwikkelingen in Vlaanderen en Wallonië. Kleine culturen zoals de Belgische kunnen zich makkelijker profileren via dit soort laagdrempelige publicaties, terwijl het voor buitenlandse artiesten een ideaal platform is voor experimenten die minder direct de interesse opwekken van grote culturele instellingen. Artists’ Publications: The Belgian Contribution laat goed zien hoe internationaal de lokale scene altijd geweest is en hoe aantrekkelijk de Belgische biotoop blijft, zelfs op een moment dat de kunstenaarspublicatie van de marge naar het centrum van het artistieke bedrijf is opgeschoven. Het verhaal van het boek is dus geen anti-geschiedenis, maar een geschiedenis 2.0, die op een frisse manier de Belgische kunst van de laatste honderd jaar een nieuw bezoek brengt.

Essentieel is natuurlijk het corpus dat Pas ontsluit. Het woord ‘ontsluiting’ moet hier op twee manieren worden verstaan. In de eerste plaats geeft de auteur een bijzonder goed geïnformeerd overzicht van de kunstenaarspublicatie in België, die bij momenten een echt encyclopedische kennis lijkt te veronderstellen, maar dan wel een van het verteerbare soort: Pas slaat de lezer niet dood met droge cijfers, lijsten en tabellen, maar neemt de tijd om elke publicatie duidelijk te situeren (auteur, stijl, uitgever, verspreiding, impact en invloed), telkens in een vlot leesbare stijl die de lezer moeiteloos slimmer maakt. Daarnaast wordt het materiaal ook getoond, en dat maakt dit boek uniek. Vele publicaties die we kennen ‘van horen zeggen’, worden hier afgebeeld, en het kernwoord hier is ‘vele’. Auteur en uitgever hebben niet gekozen voor een glossy werk met daarin enkel aandacht voor een beperkt aantal topstukken (Broodthaers’ Pense-Bête bijvoorbeeld, of zijn Mallarmé-herinterpretatie), maar voor een manier van presenteren die zo veel mogelijk werken zo goed mogelijk wil tonen. Dit is een geschenk voor de lezer – of beter gezegd voor de lezers, want dit boek richt zich tot diverse groepen: collectioneurs, studenten, museumbezoekers, en ook het brede geïnteresseerde publiek. Maar het is ook een methode die goed aansluit bij het verhaal van Pas zelf, die oog heeft voor de artistieke productie in de breedte, en bij de stelling die door het hele boek heen verdedigd wordt. De overvloedige en steeds goed leesbare afbeeldingen zijn op zich al een pleidooi voor de herijking van het werk van vele individuele kunstenaars en van de evolutie van de Belgische kunst sinds de late negentiende eeuw. Het is ook een techniek die zich leent tot soepele wisselingen: in de hoofdtekst wordt er voornamelijk illustratief gewerkt, met een duidelijke interactie tussen tekst en beeld; in het tweede deel van het boek heeft Pas een soort tentoonstelling op papier samengesteld die de lezer rondleidt in de wondere wereld van de kunstenaarspublicatie, zonder dat het boek zelf afglijdt naar iets dat wil concurreren met het geëxposeerde materiaal. De presentatietechniek is sober en helder en het gekozen materiaal krijgt voldoende ruimte om te ademen binnen de muren van het boek.

De basis van Artists’ Publications: The Belgian Contribution is voornamelijk de privécollectie van Pas zelf, en dit is niet zonder belang. De auteur heeft zijn collectie immers niet gevonden of gekregen, of samengesteld in opdracht van derden, maar zelf ‘gemaakt’ (natuurlijk in samenspel met vele andere actoren in het veld, en hun belang is in de loop van het maakproces van de collectie steeds duidelijker geworden: niemand verzamelt alleen). Dit ‘maken’ is echter een complex en veelgelaagd gegeven: het is een vorm van onderzoek, want kunstenaarspublicaties worden niet gevonden zonder research (en omgekeerd voedt elke nieuwe vondst ook de bestaande kennis over het veld); het is ook onlosmakelijk verbonden met de werkzaamheden van een curator, want verzamelen betekent ook keuzes maken, verbanden leggen, ontsluiten en toelichten (en de eigenheid van het veld laat ook toe een andere samenstelling te maken); het is ook en bovenal een vorm van passie, de alfa en omega van iedereen die met kunst bezig is en die in dit werk van Johan Pas veel stof zal vinden in het aanscherpen van haar of zijn eigen omgang met kunst, in welke discipline dan ook.

+++

Jan Baetens

KU Leuven, Culturele Studies
jan.baetens@kuleuven.be