This article is also available in English.

Feit als fictie

TALOS/Talos. Speculatie als daad van betrokkenheid in het werk van Arkadi Zaides

Jonas Rutgeerts, Nienke Scholts

In 2016 namen de Israëlische choreograaf Arkadi Zaides en een team van medewerkers het initiatief voor een tweejarig artistiek onderzoek gebaseerd op TALOS, een Europees project dat tot doel had een mobiele robot voor de bescherming en beveiliging van de Europese grenzen te ontwikkelen en te testen. Dit artikel neemt dat artistiek onderzoek als basis om de mogelijkheden van pre-enactment en speculatie in hedendaags theater, dans en performance te verkennen.

In 2016 the Israeli choreographer Arkadi Zaides and a team of collaborators embarked on a two-year artistic research initiative based on TALOS, a European project aimed at developing a mobile robot for protecting and securing Europe’s borders. The article uses this artistic research as a basis for an exploration of the possibilities of pre-enactment and speculation in contemporary theatre, dance and performance.

And Talos, the man of bronze, [...] given by the son of Cronos to Europa to be the warder of Crete and to stride round the island thrice a day with his feet of bronze. [Apollonius Rhodius, Argonautica, 3de eeuw voor onze jaartelling]

De voorstelling Talos1 van Arkadi Zaides baseert zich op TALOS, oftewel Transportable Autonomous patrol for Land bOrder Surveillance, een door Europa gesponsord onderzoeks- en ontwikkelingsproject waarvoor een internationaal consortium van organisaties de krachten bundelde. Het doel van TALOS was de ontwikkeling van een mobiele robot voor grensbewaking.2 Het oorspronkelijke doel van het artistieke onderzoek was om een re-enactment van dit project te creëren. Het beginpunt voor deze re-enactment was de daadwerkelijke productie van een land-drone die mensen zou opsporen en hen zou kunnen verhinderen om een grens over te steken. Onderzoek naar het Europese project bracht echter aan het licht dat het doel van TALOS zich niet beperkte tot de constructie van een bewakingsvoertuig. Het project had tevens tot doel om onze blik op de toekomst van de beveiliging van Europa te vormen, door deze toekomst op één lijn te brengen met het mythische verleden van Europa. De confrontatie met deze complexiteit zorgde ervoor dat hetgeen in eerste instantie een reconstructie van een robotachtig voertuig zou worden, transformeerde in een voorstelling waarin de veelvoudige temporaliteiten werden onderzocht die besloten zitten in het discours van TALOS/Talos. Eerder dan te refereren aan of het opnieuw onderzoeken van TALOS, werd voor dit project de nadruk gelegd op Talos als idee en op de toekomst die in dit idee vervat zit. In dit artikel gaan we dieper in op de complexiteit van het artistieke proces van Talos en op de vragen die door het project werden geproduceerd. Hierdoor willen we niet enkel de eigenlijke voorstelling beter begrijpen, maar ook een benaderingswijze uitstippelen voor de documentaire, waarin het creatieve vermogen van documenten uitgelicht wordt en waarin het standpunt verschuift van de re-enactment van het verleden naar de pre-enactment van de toekomst. We situeren deze benaderingswijze binnen een breder discours over speculatie en futurisme.

*Talos*, een voorstelling door Arkadi Zaides, festival *Tanz im August*, HAU Hebbel, Berlijn, augustus 2017. Fotograaf Dajana Lothert.

Talos, een reus van brons

Talos verschijnt voor het eerst in de Griekse mythologie. In het literaire epos de Argonautica van Apollonius Rhodius wordt Talos beschreven als een gigantische bronzen robot, een geschenk van Zeus aan zijn geliefde, de Fenicische prinses Europa. Zijn taak was Europa te beschermen tegen mogelijke bedreigingen. Om deze taak te volbrengen patrouilleerde Talos driemaal daags rond Kreta, het eiland waarop Europa verbleef.3 Wanneer op kwaad beluste indringers het eiland probeerden te bereiken, gooide Talos rotsen naar hun schepen, die daarop naar de bodem van de Middellandse Zee zonken. Diegenen die het eiland toch wisten te bereiken, werden door Talos gevangengenomen en levend verbrand.

TALOS is niet enkel een poging om de lang vervlogen mythische robot te reconstrueren, maar genereert een denkbeeldige continuïteit tussen verleden, heden en toekomst.

Talos: een reus van brons – een robot die Europa beschermt tegen indringers. Vandaag past deze beschrijving voor een organisatie als Frontex: een (reusachtige) artificieel intelligente grensbewaker. Op een abstracter niveau kunnen we Talos zelfs herkennen in de Europese politiek van uitsluiting en angst. Vanuit het Europese perspectief een helper of zelfs een held; voor een buitenstaander een monster van bewaking en controle.

Talos, een autonoom voertuig voor Europese grenscontrole

In 2008 begonnen veertien organisaties, waaronder onderzoeksinstituten, universiteiten en bedrijven in communicatie, softwareontwikkeling en luchtvaart, een samenwerking om een autonoom voertuig voor grenscontrole te ontwikkelen: TALOS.4 In de projectbeschrijving werd de reus van brons vervangen door volledig autonoom robotachtig voertuig dat in staat zou zijn om routinecontroles uit te voeren en te reageren op typische situaties, zonder voortdurende menselijke supervisie.5 Ondanks het feit dat het Europese project de antieke logica recycleert, blijkt het heel wat minder effectief te zijn dan zijn Griekse voorganger. De reus van brons uit de Griekse mythologie komt naar voren als een ontzagwekkende moordmachine die in staat is om in een oogwenk een schip te kelderen. Het semi-autonome voertuig van het Europese consortium is daarentegen op geen enkele manier in staat om zijn taak uit te voeren. Ondanks enkele gelijkenissen met een militaire tank, doen het kleine formaat, het design, het beige platform met grasgroene bedekking en de twee camera’s vooraan die op ogen lijken, het voertuig meer op Walt Disneys Love bug of Pixars Wall-E lijken dan op een machine die werd ontworpen voor conflictueuze confrontaties. Sterker nog, het voertuig ziet er niet enkel uit als onbekwaam om een confrontatie aan te gaan met indringers, het is gewoonweg niet in staat om deze taak uit te voeren. De machine is niet uitgerust met dodelijke of niet-dodelijke wapens, maar heeft enkel een luidspreker waarmee de indringer kan worden bevolen het gebied te verlaten. Daarenboven verbiedt de Europese wetgeving de robot om daadwerkelijk in aanraking te komen met indringers, waardoor een echte confrontatie letterlijk onmogelijk is. De machine werd bovendien gedemonteerd in 2012. Onmiddellijk nadat de Europese steun eindigde, namen de samenwerkende organisaties de delen die zij hadden ontworpen terug, en lieten niets meer achter van TALOS, behalve een vage belofte.

Close-up van choreograaf Arkadi Zaides, festival *Tanz im August*, HAU Hebbel, Berlijn, augustus 2017. Fotograaf Dajana Lothert.

Het uiteindelijke resultaat van het TALOS-project hoort echter niet enkel beoordeeld te worden aan de hand van de vervaardiging van het geautomatiseerde voertuig, maar ook aan de hand van het bijhorende discours dat tracht om onze verbeelding van de toekomst vorm te geven. Hoewel TALOS niet in staat lijkt om een robot te ontwikkelen die in grensgebieden kan worden ingezet, effent het discours van het project de weg voor een toekomstig gebruik van een dergelijk systeem. Op uiterst subtiele manier grijpt TALOS in onze verbeelding van de toekomst in, en fluistert het ons in dat robots deel uitmaken van een onvermijdelijke en logische vooruitgang. Het is zeer goed mogelijk dat het consortium opzettelijk het agressieve karakter van de machine bagatelliseert om de mensen te helpen het idee van robots voor grenscontrole te aanvaarden. Anders gezegd: door de robot een vriendelijk uiterlijk aan te meten, maakt TALOS het ons makkelijk om te verbeelden dat robots ingezet worden in grensgebieden. Het is in deze betekenis dat de verwijzing naar de Griekse mythologie begrepen moet worden. Deze verwijzing verbindt een oud-Griekse afkomst, die algemeen beschouwd wordt als een van de fundamenten van de Europese tradities, met het toekomstige gebruik van robottechnologie voor grensbewaking. Door deze referentie te hanteren wordt er impliciet gesuggereerd dat het gebruik van robots voor grensbewaking in het DNA van Europa vervat zit. De verwijzing van TALOS naar de Griekse mythologie is op deze manier geen verwijzing naar een gebeurtenis uit het verleden, maar wordt ingezet om onze kijk op de toekomst te veranderen.

TALOS, een voorstelling

De confrontatie met het dubbelleven van TALOS was het vertrekpunt van het artistieke onderzoeksproject dat resulteerde in Talos (2016), een voorstelling die het midden houdt tussen een academisch college, een sales pitch en een verhaal. Bij het binnenkomen worden de toeschouwers geconfronteerd met een geanimeerd beeld van een landsgrens, geprojecteerd op een scherm dat de hele achterste muur van de zaal beslaat. Later in de voorstelling zal blijken dat deze geanimeerde beelden gebaseerd zijn op drone-beelden van bestaande grensgebieden. De personen die op de originele beelden te zien waren, zijn vervangen door stippen. Alle andere elementen zijn eveneens vervangen door hun symbolische representatie, bijvoorbeeld een auto door het symbool van een auto. Deze abstracte animatie maakt dat de videobeelden lijken op een instructievideo of een computersimulatie, in plaats van beelden uit de echte wereld. Even later verschijnt een man (Zaides) op het podium, die de beelden analyseert. Zijn analyse is duidelijk op voorhand vastgelegd. Hij leest het script af van autocues die verspreid staan in de zaal. De beschrijving van de beelden is precies en minutieus: Zaides slaat geen zichtbare vorm, relatie of beweging over. Ondanks deze hoge graad van precisie wordt de analyse echter ook gekenmerkt door abstractie en afstandelijkheid. Net zoals in de animatie, gebruikt de performer geen concrete namen voor de elementen. Personen bijvoorbeeld, weergegeven als stippen, beschrijft hij als moving entities.

De verwijzing naar het verleden heeft dus als doel de toekomst te koloniseren. TALOS presenteert toekomst eenvoudigweg als een actualisatie van het verleden, het resultaat van een natuurlijke evolutie.

Na de analyse van vijf grenssituaties, verlegt de performer zijn aandacht van het scherm naar het publiek. Deze transitie wordt ondersteund door de achtergrondkleur van de projectie, die overgaat van grijs in felgeel. De analyse van grenssituaties wordt gevolgd door een presentatie van een robotachtig voertuig: TALOS. Als een volleerde verkoper licht de performer het TALOS-project toe, nog steeds aflezend van de autocues. Hij verklaart de verschillende eigenschappen van het voertuig, de context waarbinnen het kan presteren en de oplossingen die het kan bieden voor eventuele gebruikers. In eerste instantie blijft de presentatie dicht bij het originele Europese TALOS-project en wordt er gerefereerd aan documenten die daadwerkelijk uit het bestaande project stammen. Gaandeweg verschuift de focus van tekst van het originele bronnenmateriaal naar meer algemene ontwikkelingen in robotica.

De verschuiving van de ‘feiten’ naar een meer algemene benadering bereikt een hoogtepunt in het laatste deel van de voorstelling. Dit deel behandelt de ontmoeting tussen een indringer en de machine. In tegenstelling tot de vorige delen van de voorstelling, is dit stuk vrijwel volledig gefabuleerd. Het is een speculatie die is gebaseerd op beschikbare informatie, maar zich niet daartoe beperkt. De performer verbeeldt hier de ontmoeting tussen de robot en een indringer. Daarbij wordt hij opnieuw ondersteund door abstracte animaties van grensgebieden. Zaides gebruikt ook hier geen concrete taal. De beschrijvingen worden zelfs nog abstracter dan voordien, doordat deze niet meer voortvloeien uit een specifieke situatie, maar algemene richtlijnen vormen voor een hypothetische confrontatie. Door voorwaardelijke als-dan-beweringen te gebruiken, brengt Zaides minutieus de verschillende soorten ontmoetingen in kaart die kunnen voorkomen in grensgebieden, en verbeeldt hij hoe het voertuig op een performante en effectieve manier kan reageren op deze reacties.

Van reconstructie tot creatie: tweemaal re-enactment

De voorstelling heeft niet tot doel om een echte gebeurtenis te reconstrueren, maar eerder om de echtheid van het originele document in twijfel te trekken. In lijn met theaterwetenschapster Carol Martin zien we het compliceren van de status van het document als een techniek om de aandacht van de toeschouwer te richten op het feit dat de realiteit geconstrueerd is, en op die manier diens blik te leiden van ‘single perspective notions of truth toward the ambiguity of multiple viewpoints’.6 Hoewel we het eens zijn met Martin, willen we het belang van deze voorstelling niet reduceren tot het blootleggen van het fictieve of theatrale karakter van het document. Het is hier niet relevant om aan te tonen wat fictief is en wat reëel. Hoewel veel documenten uit het originele TALOS-project stammen, doen veel andere dat niet – interviews met experten, YouTubeclips, mythologie. Hele delen zijn bovendien regelrecht verzonnen. Het onderscheid tussen de stukken die gebaseerd zijn op echte documenten en de verzonnen delen is daarbij ook vaag gehouden, doordat alle elementen dezelfde status krijgen. De toeschouwer weet niet of de informatie betrouwbaar is, doordat duidelijk blijkt dat Zaides niet steeds het originele project volgt maar een mengeling maakt van informatie uit het echte TALOS-project, meer algemene informatie over robotica en fictieve informatie. Echt of verzonnen: wat ertoe doet, is het creatieve potentieel van het document.

Still uit de film Jason and the Argonauts van Don Chaffey, 1963.

Zoals de Griekse filosoof Cornelius Castoriadis betoogde, is niet de ontdekking essentieel voor creatie, maar wel een actieve opbouw van het nieuwe. Het echte en het bedachte zijn geen tegengestelden, maar eigenlijk twee toestanden van het denkbeeldige. Met andere woorden: verbeeldingskracht komt voor zowel fictie als realiteit, en is essentieel voor het vormen van beide. Alles is in eerste instantie bedacht/verzonnen en daarna misschien verwezenlijkt of geconstrueerd binnen een context (zoals de maatschappij, kunst, ...) die een specifieke realiteit vormt.7 Zowel reële als fictieve documenten kunnen ons begrip van het heden vormgeven en/of verbeeldingen van de toekomst mogelijk maken.

TALOS/Talos, in de zin van een terugkerend document, wordt voor verschillende doelen gebruikt. Noch het Europese project, noch de voorstelling reproduceert een antieke mythe. Beide projecten onderzoeken de manier waarop de mythe kan resoneren in een hedendaagse context. In beide projecten wordt onderzocht hoe het verleden bijdraagt aan de verbeelding van het heden en de toekomst. Dat blijkt overduidelijk uit TALOS. TALOS is niet enkel een poging om de lang vervlogen mythische robot te reconstrueren, maar genereert een denkbeeldige continuïteit tussen verleden, heden en toekomst. Deze continuïteit beoogt twee doelen. In eerste instantie presenteert ze de opkomst van het robotachtige voertuig als iets onvermijdelijks. Ze impliceert dat het inzetten van robots voor grenscontrole niet nieuw is maar altijd al heeft bestaan. TALOS zal simpelweg de rol van bewaker van Europa weer op zich nemen. In tweede instantie onderdrukt de continuïteit de vele politieke en ethische vragen die rijzen door het inzetten van robots voor grensbewaking. Door het voertuig in verband te brengen met een goddelijke figuur, geeft TALOS het een aura van noodzakelijkheid en objectiviteit. Deze objectiviteit wordt niet toegekend door een goddelijke kracht, maar door een feitelijk algoritme. In de klassieke oudheid werden de daden van de robot gerechtvaardigd doordat ze voortkwamen uit een goddelijke aanwezigheid. De daden van het Europese voertuig voor grenscontrole lijken gerechtvaardigd te zijn doordat ze het resultaat zijn van een transparante algoritmische procedure. Het aloude geloof in de onfeilbaarheid van de godheden wordt vermengd met het hedendaagse geloof dat we, met behulp van big data en de algoritmes om deze data te verwerken, alle problemen kunnen oplossen. God werd vervangen door het algoritme, maar de onderliggende logica is dezelfde gebleven: TALOS doet wat het moet doen, maakt geen fouten en is altijd onpartijdig. Met ander woorden, de komst van TALOS is onvermijdelijk – verankerd in het DNA van Europa – en zijn daden zullen rechtvaardig zijn: het resultaat van een schijnbaar goddelijke, procedurele logica.

In het licht van technologische ontwikkelingen raakt speculatie aan een van de meest pertinente vragen ter wereld: hoe willen we evolueren als mensheid? Of: welk soort mens willen we worden in de toekomst?

De verwijzing naar het verleden heeft dus als doel de toekomst te koloniseren. TALOS presenteert toekomst eenvoudigweg als een actualisatie van het verleden, het resultaat van een natuurlijke evolutie. Dit leidt tot de vraag: hoe moet een artistiek project zich verhouden tot deze operationele logica? Al snel werd duidelijk dat de strategie van re-enactment – het bouwen van een land-drone – weinig impact zou hebben, aangezien dat enkel zou verwijzen naar de vele tekortkomingen en problemen van het Europese project, maar de impliciete rode draad die het project spant tussen verleden en toekomst niet zou kunnen thematiseren. Daarom zochten we een manier om te interveniëren, of de territorialisation van de toekomst te ontmaskeren die plaatsvindt in en tijdens het Europese project. Hiervoor besloten we van strategie te wisselen: van reconstructie naar pre-enactment, of van de waarheidsgetrouwe opvoering van het document naar speculatie.

Deze strategie brengt ook een herdenken, of herkaderen van re-enactment met zich mee. Re-enactment wordt vaak begrepen als een poging om iets opnieuw te laten verschijnen. Het is een poging om toegang te verkrijgen tot een afgesloten verleden, door dit verleden in het heden op te roepen. Zoals Hall Foster opmerkte, werkt re-enactment in deze context als een articulatie van de ‘archival impulse’.8 Deze impuls is op zijn beurt het resultaat van een ‘failure in cultural memory’, of een poging ‘to probe a misplaced past’.9 Op deze manier is re-enactment altijd reactief. Het vertrekt vanuit een historisch bewustzijn dat tijd progressief is en een kloof veroorzaakt tussen verleden en heden, en zoekt een manier om deze kloof te overbruggen.10 Dit is echter niet het geval in de hierboven beschreven actualisering van de mythische figuur. Talos heeft niet tot doel om het verleden te reproduceren, maar zoekt naar elementen in het verleden die een impact kunnen hebben op de toekomst.

In zijn artikel The Body as Archive: Will to Re-Enact and the Afterlives of Dances omschrijft danswetenschapper André Lepecki re-enactment als iets wat niet enkel reactief is, maar ook creatief en actief. Lepecki verwijst hiervoor naar Walter Benjamins ‘naleven’. Volgens Benjamin is de taak van een vertaler niet om te streven naar gelijkenis met het origineel, maar om manieren te zoeken om het origineel zodanig te transformeren dat het resoneert met de hedendaagse context.11 In die geest is re-enactment geen poging ‘to fix a work in its singular (originating) possibilization but to release a work’s many (in)compossibilities ((im)possibilities of composing), which the originating instantiations kept in reserve, virtually’.12 Re-enactment is dus steeds ook pre-enactment. Het kneedt of pre-forms iets wat in aanleg al aanwezig was in het verleden en dat geactualiseerd kan worden in het heden, om op die manier mogelijke toekomsten vorm te geven.

Van documentatie naar speculatie: pre-enacting Talos

In economische termen betekent speculatie de investering in aandelen, eigendommen, ... met het oog op snelle winsten maar met een grote kans op verliezen. In hedendaags design betekent speculatie een risico nemen met het onbekende. Op een speelse manier haalt speculatie de concepten vooruitgang, winst of verlies onderuit. Speculatief design wordt vooruitgeschoven als een middel om het heden te vatten en ruimte te maken voor discussie over onze collectieve toekomst. Het is belangrijk om in te zien dat speculatie in essentie een manier is om met het heden om te gaan, een manier to stay with the trouble, zoals Donna Haraway stelt. Dat ‘does not require such a relationship to times called the future. It requires learning to be truly present.’13 Een van haar belangrijkste methoden om te kunnen omgaan met het heden is speculative fabulation, wat verwijst naar dagelijkse verhaalkunst en de manier waarop mensen verhalen of fabels, wild facts, vertellen aan anderen. Fabulation betekent verhalen verzinnen en is een vorm van other world makings. Net zoals pre-enactment en speculatief ontwerp manieren zijn om onze relatie met de realiteit te trainen en te definiëren, is fabulation een waardevolle aanvulling op wat we als waarheid (wetenschappelijk feit) aannemen. Fabulation stelt ons in staat de wereld waarin we leven te (kunnen) begrijpen. Speculatie heeft een grote invloed op de huidige wereld en wordt gebruikt door denkers en vernieuwers in economie, technologie, antropologie, ecologie en filosofie (accelerationisme, speculatief realisme), literatuur (science fiction, speculatieve fictie, afro-futurisme) en kunst, en niet zelden in een combinatie van meerdere gebieden. Het wordt gebruikt als een middel om openingen te creëren voor dialoog over, verbeeldingen van en bedenkingen omtrent de toekomst.

Foto van de ‘demonstrator’ die gefabriceerd werd in het kader van *Transportable Autonomous patrol for Land bOrder Surveillance system (TALOS)*, een 7th Framework Programme in Security priority van de Europese Unie (2008-2012).

Tijdens een residentie van de projectgroep in Wenen bracht politiek filosoof Oliver Marchart als eerste het concept pre-enactment ter sprake. Het is een begrip dat wij in de context van dit project opvatten als een specifieke manier van speculeren. Volgens Marchart kan pre-enactment gedefinieerd worden als een ‘artistic anticipation of a political event to come’.14 Dit anticiperen hoeft echter niet geïnterpreteerd te worden als een analytisch instrument waarmee we ‘critically extrapolate from contemporary developments an image of our social and political future’, maar als een pre-formance, een handeling waarmee de toekomst pre-figured of pre-formed kan worden.15 Pre-enactment maakt geen prognose over de toekomst, maar vormt deze acties. Filosofe en artieste Patricia Reed reikt een verhelderend inzicht aan om dit proces van pre-forming beter te begrijpen. In haar tekst Reorientate, Eccentricate, Speculate, Fictionalize, Geometricize, Commonize, Abstract-ify: Seven Prescriptions for Accelerationism (2014) onderscheidt ze voorspelling van speculatie. Volgens Reed stelt voorspelling de toekomst gelijk aan verwachting. Zo is de toekomst eenvoudigweg een verwezenlijking van een tendens die al aanwezig was in het verleden en het heden. Op deze manier blijft de toekomst ‘in the temporality of what is (or what was)’. Speculatie daarentegen is een poging om een onbekende toekomst te (voor)vormen: ‘directing existing energies in (as yet) inexistent directions’.16 Reed verbindt de speculatieve mogelijkheden met de begrippen fictie en fabulation. Door de ‘vectors of the future upon the present’ in kaart te brengen, wordt door speculatie de toekomst niet voorspeld, maar op een actieve manier gefabuleerd.17

Wanneer we met deze inzichten terugkeren naar TALOS/Talos, zien we dat zowel het Europese TALOS-project als de voorstelling Talos kaderen binnen de strategie van pre-enactment, zij het met verschillende doelen. Het Europese consortium propageert ideeën over grensbewaking door middel van technologische instrumenten en gebruikt de mythe om deze ontwikkelingen te naturaliseren. Hun prototype heeft niet tot doel om discussie op te wekken, maar om ons te laten wennen aan het idee. Het lijkt een voorbeeld te zijn van ‘mapping vectors of the future upon the present’,18 wat op een vrij agressieve wijze uitmondt in het opdringen van een bepaalde ideologie of politiek. Dit kan de reden zijn waarom het pre-formatieve, speculatieve karakter van het project verborgen blijft. Een welomschreven toekomst wordt gesuggereerd, maar niet geëxpliciteerd. Bovendien wordt het speculatieve karakter van het project verhuld door de toekomstvisie te presenteren als een logische voortzetting van het heden en het verleden. Zo fungeert TALOS als een smooth operator die speculatie verkoopt als zijnde louter voorspelling. Wanneer we de Wall-E lookalike van TALOS beschouwen als een speculatief ontwerp, lijkt het project plots politieker en schadelijker te zijn dan eerst gedacht. Dus, ondanks het feit dat TALOS niet meer, of noch niet, bestaat, heeft het idee van de toekomstige uitvoering van TALOS al een impact op de realiteit.

Om die reden stelden wij ons tot doel om het speculatieve karakter van het Europese project te expliciteren, en daardoor de door TALOS voor-gevormde toekomst open te stellen voor debat. Eén aspect van het Europese project sprong daarbij duidelijk in het oog: een daadwerkelijke confrontatie tussen de machine en een indringer was nergens terug te vinden in de beschikbare visuele en tekstuele documenten.19 Men zou verwachten dat TALOS – net als zijn Griekse voorouder – zijn hoofddoel strak in het oog houdt: de indringer. In de film Jason and the Argonauts (1963) benadrukt regisseur Don Chaffey bijvoorbeeld hoe de reus van brons Europa beschermt door de schepen van de indringers uit zee te tillen en ze door elkaar te schudden zodat alle indringers hun dood tegemoet vliegen. Een scène die zeer doet denken aan hedendaagse drama’s in internationale wateren, waarbij de gewelddadige reus vele vormen aanneemt. In de documenten van het Europese consortium wordt nergens gewag gemaakt van een ontmoeting met illegale entiteiten.

In de voorstelling trachtten we de operationele logica van het geautomatiseerde voertuig te onderzoeken en deze logica op te voeren. Met behulp van generaliserende strategieën die concrete situaties in abstracte modellen kunnen gieten en politiek-ethische besluitvormingsprocessen in mechanische handelingen converteren, probeerden we de ontmoeting tussen de mens en de machine in het grensgebied uit te kristalliseren. Met andere woorden: Talos expliciteerde wat het Europese TALOS-project louter suggereerde.

Dit speculatief in kaart brengen van de interactie tussen mens en machine veroorzaakt een ambivalent gevoel bij het publiek. In eerste instantie begrijpt de toeschouwer het geweld dat vervat zit in de logaritmische vereenvoudiging van menselijke interacties tot een reeks van als-dan-proposities. Deze wreedheid wordt glashelder in beeld gebracht aan het einde van de voorstelling, wanneer de geanimeerde beelden overgaan in de echte drone-beelden. Op dat moment worden de stippen, of moving entities, individuele personen. In tweede instantie echter wordt de toeschouwer geconfronteerd met de nutteloosheid of leegheid van dit project. Het wordt duidelijk dat de procedurele logica van het voertuig nooit in staat zal zijn om op een gepaste manier op de concrete situatie te reageren, omdat het onmogelijk is om de eindeloos complexe situaties met mensen uit het echte leven te reduceren tot een vaste set variabelen en constanten. Talos slaagt er dus enerzijds in om de wreedheden die in TALOS werden verborgen aan het licht te brengen, en toont anderzijds ook aan dat het hele project gebaseerd is op een fictie: dat technologische ontwikkelingen en procedurele logica’s natuurlijk of noodzakelijk zijn en dat ze alle problemen kunnen oplossen.

De toekomst pre-formen

Waarvoor zouden we speculatie moeten gebruiken? In het licht van technologische ontwikkelingen raakt speculatie aan een van de meest pertinente vragen ter wereld: hoe willen we evolueren als mensheid? Of: welk soort mens willen we worden in de toekomst? Speculeren, volgens Reed, ‘is to articulate and enable the contingencies of the given, armed only with the certainty that what is, is always incomplete; to speculate is to play with the demonstration of this innately porous, nontotalisable set of givens’.20 Dit citaat beschrijft zeer mooi wat we wensten te bereiken met Talos. Daarbij onderstreept Reed dat speculatie ook een daad van betrokkenheid is. Betrokkenheid bij het heden wellicht, een aanwezige wereld (zowel reëel als verzonnen) waarin we ons afvragen: wat voor toekomst willen we ons voorstellen? Deze vraag lijkt door een groeiend aantal mensen gesteld te worden. Niet omdat we willen weten wat er in de toekomst ligt, maar omdat we de toekomst terug willen zien als een veelheid aan nog onbestaande richtingen. Sommigen onder ons hebben het gevoel dat de toekomst gekaapt is, dat specifieke versies van de toekomst geproduceerd worden in Silicon Valley en door andere hightech ontwikkelaars, in de vorm van een consumeerbaar futurisme à la Elon Musk. Haraway waarschuwde voor dit soort van naïeve techno-fixes: het idee dat, op het moment van een wereldwijde crisis – in immigratie, ecologie, ... – ‘technology will come to the rescue of us all’. Het Europese consortium ontwikkelde de drone voor grensbewaking precies als een dergelijk product. Door pre-enacting van een inherente belofte, impliceerde hun idee een soort dataistische ideologie: een toekomst waarin data en algoritmen ons zullen verlossen (van immigranten in dit geval). Als we niet willen dat onze toekomst ons voorgeschreven wordt, rest de vraag: welke toekomst willen we zelf voorstellen, pre-formen, pre-enacten?21

+++

Jonas Rutgeerts

is dramaturg en onderzoeker. Als dramaturg werkt hij samen met onder meer Ivana Müller, David Weber-Krebs en Clément Layes. Momenteel werkt hij aan een doctoraalscriptie over ritme als een artistiek instrument en theoretisch concept in hedendaagse choreografie (KU Leuven). Hij is tevens auteur van Re-act: Over re-enactment in de hedendaagse dans (Tectum Verlag, 2015).

Nienke Scholts

is onafhankelijk dramaturge, werkte samen met verschillende artiesten en sinds 2013 ook met Veem Huis voor Performance in Amsterdam. Ze is onderzoeker aan de DAS Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en geeft college aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht in het masterprogramma Scenogra e. Ze is medeoprichter en redactrice van Platform-Scenography (P-S). Momenteel werkt ze aan de meerstemmige publicatiereeks Words for the Future (2017/2018).

Noten

  1. De première van Talos vond plaats in Hebbel am Ufer (Berlijn) op 30 augustus 2017. Het is een samenwerking tussen initiatiefnemer en artistiek leider Arkadi Zaides, Claire Buisson, Nienke Scholts, Jonas Rutgeerts, Youness Anzane, Effi & Amir (Effi Weiss & Amir Borenstein), Gabriel Braga, Culture Crew, Amit Epstein en Dyane Neiman. In het onderzoek waren ook experten betrokken uit verschillende gebieden, die werden uitgenodigd hun visie van het project te geven en met die input het project te verrijken.
  2. De hoofddoelstelling van TALOS was om een semi-autonoom robotsysteem voor de bescherming van de Europese grenzen te ontwikkelen en te testen. Het budget daarvoor bedroeg 20 miljoen euro, waarvan 13 miljoen werd gesponsord door het 7th Framework Programme in Security priority van de EU. TALOS werd ontwikkeld door experten uit 14 instellingen, afkomstig uit 8 lidstaten van de EU en 2 andere betrokken landen. De partners: Przemysłowy Instytut Automatyki i Pomiarów, Polen; ASELSAN Elektronik Sanayi ve Ticaret A.S, Turkije; European Business Innovation & Research Center S.A., Roemenië; Hellenic Aerospace Industry S.A., Griekenland; Israël Aerospace Industries, Israel; ITTI Sp. zo.o., Polen; Office National d’Etudes et de Recherches, Frankrijk; Smartdust Solutions, Estland; SONACA S.A., België; STM Savunma Teknolojileri Mühendislik ve Ticaret A.S., Turkije; Telekomunikacja Polska S.A., Polen; TTI Norte S.L., Spanje; VTT Technical Research Centre, Finland; Politechnika Warszawska, Polen.
  3. Het personage Talos verschijnt evenwel in andere contexten vóór de Argonautica van Apollonius Rhodius. Er zijn zelfs gedetailleerde beelden van de episode gedateerd rond 400 voor onze jaartelling. Door zijn vele verschijningen bestaat er enige verwarring over de oorsprong en eigenschappen van zijn personage. Hij verschijnt in verschillende vormen doorheen de Griekse mythologie: als een koperkleurige, stiervormige creatie door Hephaistos/ Vulcanus geschonken aan Minos om Kreta te beschermen; als een getalenteerde smid die wedijverde met Hephaistos en de zaag, het pottenbakkerswiel en het kompas uitvond; of als een ambtenaar van Kreta die van dorp tot dorp ging om de wet te doen gelden en deze wetten op koperen tafels geschreven (Plato) met zich meedroeg. Het is echter duidelijk dat de meest gedetailleerde en duidelijke beschrijving van het personage roemrijk door Rhodius werd gedicht. Zie: Sparkes, Brian. The Red and The Black: studies in Greek pottery. Routledge, 1996, p. 124.
  4. De partners in het consortium werkten samen om twee robotachtige voertuigen te bouwen die ingezet zouden worden langs de grenzen van de EU. Eerst is er de Unmanned Ground Patroller. Die is uitgerust met langeafstandssensoren en een hybridemotor, en is in staat om in stealth mode te functioneren. Zijn taak is om indringers op te sporen. Als tweede is er de Unmanned Ground Interceptor. Deze is uitgerust met nauwkeurige optische sensors en luidsprekers, en wordt ingezet om opgemerkte indringers te volgen en verbale boodschappen over te brengen. De twee voertuigen zijn voorzien van een vaste sensortoren voor permanente observatie van belangrijke geografische kenmerken zoals wadden of boswegen, een onbemande vliegklare unit, een robotachtig vliegstel met langeafstandssensoren om indringers te detecteren en een onbemande controle-unit (een laadkist vol met consoles voor de bediening van de voertuigen).
  5. Tanas, Michal, Witold Holubowicz, Andrzej Adamczyk & Gzegorz Taberski. “The TALOS Project. EU wide robotic border guard system.” (verslag) 16th International Conference on Methods & Models in Automation & Robotics, p. 336.
  6. Martin, Carol. “History and Politics: The theatre of the real.” Not Just a Mirror: Looking for the Political Theatre Today, red. Florian Malzacher, Alexander Verlag, 2015, p. 37.
  7. Castoriadis, Cornelius. The Imaginary Institution of Society. Polity Press, 1975, p. 133.
  8. Foster, Hall. “An Archival Impulse.” Oktober, vol. 110, 2004, p. 3.
  9. Foster, p. 21.
  10. De ‘kloof overbruggen’ kan op verschillende manieren opgevat worden. Enerzijds kan men zoeken naar een manier om het authentieke verleden tot leven te wekken. Anderzijds kan het integreren van het verleden in het heden op een wederkerende manier voorgesteld worden. Hier benadrukken we de afwezigheid van het verleden in het heden en dat het verleden nooit het heden kan worden.
  11. Benjamin, Walter. Gesammelte Schriften. Suhrkamp, 1974, p. 256.
  12. Lepecki, André. “The Body as Archive: Will to Re-enact and the Afterlives of Dances.” Dance Research Journal, vol. 42, no. 2, 2010, p. 31.
  13. Haraway, Donna. Staying with the Trouble: Making Kin in the Chthulucene. Duke University Press, 2016, p. 1.
  14. Marchart, Oliver. “Public Movement: The Art of Pre-enactment.” Not Just a Mirror: Looking for

    the Political Theatre Today
    , red. Florian Malzacher, Alexander Verlag, 2015, p. 149.
  15. Marchart, p. 146.
  16. Reed, Patricia. “Reorientate, Eccentricate, Speculate, Fictionalize, Geometricize, Commonize, Abstractify: Seven Prescriptions for Accelerationism.” #ACCELERATE: The Accelerationist Reader, red. R. Mackay & A. Avanessian, Urbanomic en Merve Verlag, 2014, p. 524.
  17. Reed, p. 529.
  18. Zoals Marchart aangaf tijdens een bijeenkomst: ‘In the TALOS project nothing is re-enacted, not even a Greek myth. What we witness is a moment of pre-enactment – a moment of anticipation.’
  19. Deze afwezigheid blijkt ook uit de promotievideo. In plaats van de kwaliteiten van het voertuig voor te stellen, praten de geïnterviewden voornamelijk over hoe verrijkend de samenwerking tussen de internationale partners wel was. In verband met de prestaties van het voertuig verwijzen ze naar de moeilijkheden bij het ontwerpen van een robot die zowel autonoom kan rijden als over ruw terrein kan manoeuvreren. Met geen woord wordt er gerept over de eigenlijke taak: de interactie met indringers en het belemmeren van hun beweging.
  20. Reed, p. 527.
  21. Deze tekst werd oorspronkelijk in het Engels geschreven en naar het Nederlands vertaald door Fien Steel.