Feit als fictie

De privécollectie van Acácio Nobre. Homo universalis van de Portugese avant-garde

Patrícia Portela

In 1999 ontdekte Patrícia Portela in de kelder van haar grootouders een doos vol teksten en ontwerpen van Acácio Nobre (1869-1968), een homo universalis van de Portugese avant-garde uit het begin van de twintigste eeuw. De man lijkt echter samen met zijn briljante ideeën weggegomd te zijn uit de geschiedenisboeken. Door de archiefstukken van Acácio Nobre samen te stellen, brengt Portela het collectieve geheugen van een natie weer tot leven.

In 1999 Patrícia Portela was rummaging in her grandparents' cellar when she discovered a chest with texts and designs belonging to Acácio Nobre (1869-1968), a brilliant Portuguese polymath who was an avant-garde figure in the early 20th century. Despite his numerous papers and letters he has slipped into obscurity. Portela uses a compilation culled from the recovered documents to restore Nobre to Portugal’s collective memory.

De privécollectie van Acácio Nobre is het resultaat van zestien jaar onderzoeken, verzamelen, aanwijzingen volgen en me voorstellen hoe mijn land eruitgezien zou hebben tegenwoordig als deze markante, onbekende man enkele van zijn uitvindingen, educatieve projecten en politieke ideeën had kunnen realiseren.

Met de onafgewerkte projecten en geschetste ideeën van Acácio Nobre als uitgangspunt, heb ik verschillende artistieke projecten opgezet, zoals een geluidsinstallatie in het Nationale Museum voor Moderne Kunst te Lissabon (MNAC), een concert-performance voor schrijfmachine en toetsenbord die Europa rondtoerde, en een boek waarin een deel van zijn erfgoed staat beschreven, gepresenteerd en uitgelegd.

Vreemd genoeg blijft het vraagstuk rond deze Portugese persoonlijkheid zelfs na bijna twee decennia gaan over de waarheidsgetrouwheid van de documenten en de aannemelijkheid van hun bestaan. Maar hoe kan ik nu deze vragen beantwoorden over een man die het leeuwendeel van de projecten waarvan hij zo vurig droomde, bij leven niet bleek te kunnen realiseren, terwijl de meeste van zijn ideeën, vandaag, op een manier deel zijn geworden van onze maatschappij en toegepast zijn in onze dagelijkse scholen, tuinen en filosofische denkwijzen?

Bestaat hij vandaag omdat we erin geslaagd zijn om zijn werk te verzamelen? Bestaat hij vandaag omdat zijn ideeën in de praktijk zijn gebracht, hoewel niet door hemzelf? Bestaat hij vandaag omdat hij daadwerkelijk een fysieke persoon is geweest, hoewel niemand hem leek op te merken toen hij leefde?

De nalatenschap van Acácio Nobre

‘Een nalatenschap is niets waard als we niet weten aan wie ze toebehoort, als we haar niet naar waarde schatten. Wat we niet kennen, hebben we niet.1

In 1999 ontdekte ik in de kelder van mijn grootouders een doos vol teksten en ontwerpen van Acácio Nobre (1869-1968), een man van gewicht in de negentiende eeuw, voor wie het een opgave was een groot deel van de twintigste eeuw te moeten trotseren. Een man die door een dictatuur het zwijgen werd opgelegd en vakkundig uit (bijna) alle historische bronnen werd geschrapt.

In de doos vond ik: 543 brieven (verzonden – kopieën op carbonpapier – en niet-verzonden), losse notities, schetsen, 1 aantekenboekje, ongedateerd, 1 plakboek, gedateerd, 3 pakjes fentanyl, 1 kompas, 12 prototypes van spelen voor kinderen en volwassenen, 1 gecodeerd manifest, 88 ontwerpen voor brieven aan ministers, staatssecretarissen en regeringsraadsleden, 1 lidkaart van de FANC.

Dit alles wakkerde mijn nieuwgierigheid aan naar een periode die me altijd al had gefascineerd. Een obscure auteur zoals Nobre komt niet voor bij Google.

Estate AN/0002
1928 groepsfoto in bijlage bij het Verslag Nr 453/07 van de geometrische operatie van de PGICS – de Algemene Politie voor Informatie van Geheime Aard, later PIDE genaamd, Internationale Politie voor Staatsveiligheid. Op deze foto, waarover het Centro Nacional de Cultura vriendelijk informatie verschafte zien we rechts José Pacheko (1885-1934), de relatief bekende architect met een hoed aan zijn voeten, en vermoedelijk maakt ook de modernistische schilder Eduardo Viana deel uit van de groep, gezeten op een bank aan de linkerzijde, in omhelzing met wie? Misschien kunstenaar Santa-Rita, achter Raul Lino, architect en schrijver met zijn eeuwig harige snor, met daarnaast Franco, Manuel Jardim, Acácio Lino, João Quintinha en misschien Acácio Nobre. In dat geval is dit de enige bestaand foto van hem.

Estate AN/3
Geschenkdoos van Fröbel die aan Acácio Nobre behoorde. Fotograaf Patrícia Portela, privécollectie Alva Ramalho.

Estate AN/4
Tangram door Richter en Cie

Estate AN/5 – Plan nr. 44/08 Volleyscope
Volleybalspel voor twee personen, samengesteld uit een militaire oscilloscoop en twee joysticks. Gedateerd 1920

Estate AN/6
Ovoïde Puzzel, tentoongesteld in het Indianapolis Museum of Art, VS. Fotograaf Patrícia Portela

Estate AN/1

Mijn grootmoeders lidkaart van FANC. FANC – Vrienden van Acácio Nobre Club, opgericht in 1952, het ledenbestand bestaande uit allerhande illustere en intellectuele figuren uit verschillende landen en tijdperken.

Doelstellingen:

a) De erkenning en reconstructie van de nalatenschap van Acácio Nobre.

b) Ervoor te zorgen dat zijn werk verspreid blijft en op die manier wellicht verloren raakt, zodat het keer op keer herontdekt kan worden.

Estate AN/2

Interne Bepaling van de FANC, document gedateerd 1952.

c) Geen enkel lid van de FANC mag op eender welk moment meer dan drie objecten die toebehoren aan Acácio Nobre in zijn bezit hebben. Alle objecten die het toegestane aantal overschrijden, moeten geveild worden, gedoneerd, geschonken of gebruikt in nieuw werk door anderen.

In de beginfase beperkte ik mijn zoektocht tot het volgen van aanwijzingen die ik vond in de objecten en documenten uit de nalatenschap. Zo vond ik het Verslag Nr 453/07 van de geometrische operatie van de PGICS – de Algemene Politie voor Informatie van Geheime Aard, later PIDE genaamd, Internationale Politie voor Staatsveiligheid, het repressiemiddel bij voorkeur tijdens de dictatuur. Het was dankzij de inspanningen van een juridische stichting van de FANC dat de interesse van de PIDE in Acácio Nobre opnieuw werd aangewakkerd. Nu zijn de verslagen van de PIDE de enige officiële archiefstukken over het leven van Acácio Nobre, buiten de bovenvermelde nalatenschap. Deze archiefstukken vormden de eerste stukjes van een puzzel, of het begin van de draad van Ariadne.

Uittreksel uit Verslag 453/07 (PIDE) (Torre do Tombo archief, Lissabon.)

António dos Santos, undercoveragent nr. 1324/007

Ik infiltreerde de FANC, als lid, om 8:34 uur ’s avonds op 23 april 1953. In deze club stelt men zichzelf uitsluitend voor bij voornaam (vals, vermoed ik), en volgt men hetzelfde kledingvoorschrift: een witte das. Het is er een erezaak niet herkend te worden, of te worden gefotografeerd.

Estate AN/0006

Facsimile en transcriptie van een eerste ontwerp van een brief aan João Franco,2 minister en regeringsraadslid, Parijs, 22 oktober 1890.

Hooggeachte minister en regeringsraadslid João Franco,

Hierbij stel ik u nederig mijn plannen voor aangaande de tenuitvoerbrenging van een vernieuwende methode om de Portugese kinderen en arbeiders te onderrichten. Het kleuterschoolprogramma van Fröbel is gebaseerd op het spontane instinct van het kind (en bij uitbreiding de mens) tot betekenis en creativiteit. Terwijl, in de vroege jaren van deze eeuw, het kind het gedrag van de volwassene diende aan te nemen, aangespoord door beeldrijk spel en imitaties van de maatschappij, keukentje spelend, of ridders in glimmende wapenuitrusting, of soldaatje, of koningen, of doktertje of vadertje en moedertje, hebben de alternatieve spelen en tekenmethodes van Fröbel tot doel de vaardigheid, handigheid en bijgevolg ook het zelfvertrouwen van de jongere te bevorderen, met de bedoeling om verstandige en vaardige burgers te verkrijgen, en zo bij te dragen aan een grootse toekomstige arbeidende klasse. Sta me toe zo vrij te zijn te geloven dat Portugal, een landelijk en traditionalistisch land dat enige moeite heeft de weg die leidt naar moderniteit te vinden, kan deelnemen en zelfs hoort deel te nemen aan dit proces van3

Estate AN/3

Promotiefolder op glanzend papier, voor Richter & Cie., 1900.

Richter & Cie. waren de vertegenwoordigers van de Fröbel Gift-dozen in Europa, en wereldleider in de verkoop van geometrische puzzels. Acácio Nobre was meer dan vijftien jaar hun meest actieve medewerker.

Estate AN/4 – Tangram

Zeven driehoekige puzzelstukken gemaakt uit kwartszand, lijnzaadolie en olijfolie, waarmee alle gestalten van de Natuur gevormd kunnen worden. Dit Chinese spel, de moeder van alle puzzels, werd in 1817 naar Europa gebracht door Damázio Nobre, en naar Amerika door Von Gonidor, kapitein van hetzelfde schip waarmee Nobre reisde. De kapitein schafte een tangram uit gesneden ivoor aan, terwijl de matroos en walvisjager een houten exemplaar kocht. De eerste set reisde naar Amerika, waar deze als geschenk diende voor een aristocratische dame uit Philadelphia, de laatste belandde op de Azoren en was een geschenk voor de zoon van de matroos, die Acácio Nobres vader zou worden. In 1818 was het tangram het grootste verkoopsucces voor Richter & Cie.

Estate AN/5 – Plan nr. 44/08 Volleyscope

Volleybalspel voor twee personen, samengesteld uit een militaire oscilloscoop en twee joysticks. Gedateerd 1920.4

Estate AN/6 – Ovoïde Puzzel, houten prototype, 1918

Het eerste speeltuig dat Acácio Nobre ontwierp voor Richter & Cie.: een bedrieglijk eenvoudig meesterwerk, dat uit meer dan honderd afzonderlijke delen bestaat en dat, in verschillende combinaties, de gedaante van vele vogels kan aannemen.

Estate AN/345
Brief aan Joao Franco, Rudolstadt, 7 juli 1891.

Estate AN/345

Rudolstadt, 7 juli 1891

Hooggeachte minister van Openbaar Onderwijs en Schone Kunsten, João Franco,

Ik schrijf u over mijn intenties om het Fröbel Instituut in ons land te vestigen. Het is de groeiende wens van velerlei pedagogen in gans Europa om onderricht in de tekenkunst aan ieder kind te bieden en niet enkel aan kunstenaars en de gegoede aristocratie. Om de tekenkunst te laten belanden in de handen van al diegenen die voornemens zijn hun tijd te investeren in maatschappelijke vooruitgang, werden nieuwe technieken bestudeerd en uitgetest. Het is onweerlegbaar dat de vereenvoudiging van de gestalten in de Natuur door middel van Geometrie een uitmuntende invloed uitoefent op de ontwikkeling van de grote machten in de wereld. En waarom? Omdat een goede arbeider visie heeft, en de principes van intuïtieve visie zijn: in eerste instantie de rechte, en vervolgens het vierkant. Vanuit de onderverdeling van het vierkant zijn alle vormen mogelijk. En de deling van het vierkant is de vermenigvuldiging van de driehoek. En de vermenigvuldiging van de driehoek is het geheim van moderniteit in haar nieuwe, tweedimensionale voorstelling, een hervatting van Plato’s driedimensionale lichamen. Wanneer een mens in staat is om een volmaakte kegel, een kubus en een bol te tekenen, beheerst hij elke vorm van de Natuur in al haar complexiteit. Het is niet minder dan meesterschap over het Universum wat wij betrachten, door de tekenkunst te onderwijzen aan eenieder.5

Estate AN/0003

Te voltooien zaken: promotiefolder herschrijven. Puzzel 3 in machine 12 invoeren. Alva schrijven. Bezoek Albert E. niet vergeten. Brief aan minister, met mogelijke aanvang als volgt:

In juni 1729 schreef Jonathan Swift: ‘Wanneer een groot genie in de wereld verschijnt, kun je hem herkennen aan het feit dat alle domkoppen tegen hem samenzweren.’ Maar, gelooft u mij, hooggeachte minister, domkoppen zijn we niet, we weten beiden dat vooruitgang ontstaat door gewoontes te veranderen, dat de allergrootste bedreiging de stilstand van ideeën is, verlamming in het aangezicht van verandering is fataal. Kleuterscholen volgens Fröbel bestaan sinds 1877 in Moskou, Kiev, Riga, Sint-Petersburg en zelfs in Japan. Alleen een kindertijd waarin de opvoeding nieuwe en overschrijdende richtlijnen hanteert, kan een waardevolle wending in de maatschappij veroorzaken in de komende eeuwen. Ik ben mij ervan bewust dat wat ik van u verlang verregaand is, maar aanvaard mijn uitdaging, doe afstand van de oude denkbeelden en omhels het onbekende met al uw kracht. Ik geloof dat u even goed als ik onderkent dat revolutie de aflossing is van de elite. Een monarchie wordt niet omvergeworpen louter door de koning te onttronen. Een waarachtige revolutie is er een van denkwijzen.6 Wat ik u in feite verzoek, hooggeachte minister, is dat u het land ten volle blootstelt aan het effect van de zwarte zwaan en aan de overdracht van anti-kennis, en zo de toevallige gebeurtenissen voor de nieuwe generaties mogelijk maakt. Ik beken dat ik steevast reis zonder reiskoffer en weet u waarom? Omdat ik nooit iets tweemaal gebruik en toch niets weggooi. Ik behoud een constante behoefte aan het nieuwe en wissel daartoe van naam, ik wissel van realiteit, ik wissel van wereld, ik wissel van leven, ik wissel van taal, ik wissel van cultuur, ik verander verandering, ik verander van uitrusting en ga steeds voorwaarts als een man die nergens anders heen wil.

Hooggeachte minister, ik verzoek u dit land op die manier te leiden dat een lineaire geschiedenis wordt vermeden. De invloed die wij op de wereld uitoefenen, kan verregaande en onverkende reacties veroorzaken. Bewijzen we niet allen het bestaan van een goddelijk mechanisme, of het bestaan van de zwarte zwaan? Onze kennis is begrensd. Daarom is wat we niet weten relevanter dan wat we wel weten. Wees, ten aanzien van deze natie, het derde lichaam.7 En maak in die hoedanigheid het verschil door in te grijpen in de maatschappij, zij het minimaal. Wees die kleine verstoring van het systeem, die ingrijpende verandering teweegbrengt. En wees gezwind! Nu is de afbeelding alomtegenwoordig in onze maatschappij, onontwijkbaar, sinds de chromolithografie werd uitgevonden. Het beeld is overal rondom ons. Zelfs wanneer men de ogen sluit, is het beeld daar nog steeds, vastgezet op het onderbewustzijn, als een foto.8 Het plakboek is niet langer een mausoleum voor haarlokken of gedroogde bloemen, maar een verzameling van dromen, abstracties van de geest. Ik ontwaak vroeg en noteer met grote precisie welke plaatsen ik bezoek wanneer ik slaap. Mettertijd ben ik een vaardige manipulator van mijn innerlijke wereld geworden, en onderhoud ik korte filosofische bespiegelingen als leesstof voor het slapengaan, die me naar merkwaardige oorden voeren in mijn gedachten.9

Estate AN/0007

Brief aan minister João Franco, Rudolstadt, 27 oktober 1899

Hooggeachte minister João Franco,

Hierbij stel ik u nederig mijn plannen voor aangaande de tenuitvoerbrenging van een vernieuwende methode om de Portugese kinderen en arbeiders te onderrichten. Ik ontwikkel sinds 1885 spelen voor kinderen en volwassenen bij Richter & Cie., en ben auteur van sciencefictionromans, wat de twee vormen zijn die ik persoonlijk uitkoos om tot moderniteit te komen. Het kleuterschoolprogramma van het Fröbel Instituut is gebaseerd op het principe om de tekenkunst te scheiden van enig kunstzinnig doel, zodat ze aan kinderen onderricht kan worden. J.-J. Rousseau in eigen persoon verklaarde dat tekenen de oog-handcoördinatie bevordert, en dat deze bijgevolg een essentieel instrument is voor de ontwikkeling van de capaciteiten van arbeiders en ambachtslieden. Ik geloof dat de Kunst en de Wetenschap elementaire veranderingen in de maatschappij kunnen teweegbrengen en dat wij, gebruikmakend van welbepaalde onderwijstypes, de ruimte kunnen creëren waarin baanbrekende artiesten en wetenschappers elkaar ontmoeten en samenwerkend een wending geven aan deze eeuw.

Met betrekking tot wat dit onderwijs kan inhouden (en daadwerkelijk al inhoudt), mag ik u eraan herinneren dat langzaam maar zeker de optische illusie aan populariteit wint in gans Europa, en dat deze een waardevolle en indirecte rol speelt in maatschappelijke vorming en de omslag van denkbeelden. Ach, was de politiek maar voldoende moedig, in de vorm van uw goede zelf, om zich te verenigen met kunst en wetenschap in het verlangen om het abstracte te beheersen. Uw openlijke en officiële enthousiasme voor de komende wereldtentoonstelling duidt erop dat dit verbond een kans maakt, en ik maak van de gelegenheid gebruik om u ervan op de hoogte te brengen dat ik mijn eerste machine waarin men vierdimensionaal kan zien en voelen, gewijd aan David Brewster,10 publiekelijk zal onthullen. In dit prototype treedt de bezoeker binnen, leunt al kijkend door een verrekijker tegen een door zoutkristallen verwarmde, bewegende muur die overhelt tot hij zich in horizontale positie bevindt. De bezoeker, met de voeten omhoog, verliest het gevoel voor zwaartekracht, en daarbij ook het ruimtegevoel, door naar een oneindige en onbestaande horizon te staren, waar vele vogels vliegen, voor lange tijd. Het mechanische perspectief van het beeld daalt af tot we een liggende man onderscheiden, rokend op een zandstrand (wanneer de man te zien is, rook ik mijn sigaartje met de geur van meloenen waarna een metalen ventilator de rook in de 4D-machine blaast). Een vrouw wandelt voorbij (het is onmogelijk vast te stellen wat of wie zij is) en op exact dat moment waait er een onvergetelijk parfum door de machine, waarop elk van de bezoekers zijn of haar muze voor zich oproept, zonder belast te zijn met het ongerief haar te moeten zien zoals ik ze afbeeld. Het moment voorziet heel even ruimte voor deze inbeelding, waarna er een trein langsraast, maar dit is eveneens nauwelijks zichtbaar want wat ik projecteer is het equivalent van twee frames van een trein, en de daarbij horende kakofonie die ik opwek met mijn geluidsmachines verdooft het oor van de bezoeker en doet de wachtenden buiten opschrikken, wat een kort en wonderbaarlijk gevoel van spanning veroorzaakt dat geen aanwijzingen geeft, maar uitstekend samengaat met de smaak van de thee. Alva11 schudt de muur en Chladni12 heeft erachter postgevat met een capturemeter, waarmee hij het geluid van de ademhaling van de bezoeker probeert te registreren en het hartritme in geluidsgolven omzet. Het potlood, gestuurd door de energie van de geluidsgolven, tekent een grafische voorstelling in de vorm van een vogel. Wanneer het bijna lijkt alsof we zullen zien wat we niet kunnen zien, stopt alles. We nemen de verrekijker weg, richten een felle lichtbron op het gezicht van de bezoeker, en registreren diens eerste indrukken.

Estate AN/111

Vijfde uittreksel uit het manifest van Acácio Nobre (2010): […] Ik verkondig het einde van het beeld (in 1910 of in 2010?) […] Kunst bestaat in ons en overkomt ons, en kan niet gearchiveerd worden.

Estate AN/112

Acácio citeert Archimedes in zijn notitieboek:

‘De langzaamheid van mijn schrijven is mijn manier om de wereld te vertragen.’

Estate AN/35/65/9999

Volgens de verslagen van de PIDE is Acácio niet steeds Acácio geweest. Hij heette eveneens Fritz, Eduard Said, Antero Q., Naussibaum en Eduard Bey. Er is sprake van de naam Acácio Nobre tussen de jaren 1890 en 1945, een periode waarin hij Portugal ontvluchtte, werd gevangengenomen in Spanje, verdween in Duitsland, werd doodverklaard in Baku, weer boven water kwam in België, werd gesignaleerd in Parijs en werd opgesloten in een Amsterdams gesticht, waar hij samen met de zus van Vincent van Gogh werd gekneed naar de gedragsregels van de maatschappij.

Estate AN/11/b

Brief op het postpapier van het NY Hotel, gedateerd 30 april 1916.

Zonder adres, mogelijk kladversie voor retrospectief dagboek. Parijs, 1916

Estate AN/11/b
Brief aan Alva, Parijs, 30 april 1916.

Lieve Alva,

Ik ontving het nieuws over de dood van nog een modernistische dichter met grote droefheid. Al mijn vrienden plegen zelfmoord, leven clandestiene levens, wisselen van identiteit, worden gevangengenomen, of verdwijnen simpelweg zonder dat iemand het ook maar aandurft hun namen uit te spreken. Als ik niemand kan aanschrijven, dan ben ik waarlijk alleen. Ik verzoek je mijn brieven te lezen, niet uit liefde, of omdat je me zou missen, of louter uit interesse, maar uit mededogen. Je hoeft niet terug te schrijven. Laat de brieven achter in het Brasileira Café als bewijs dat je ze hebt gelezen, in de geopende briefomslag, en zo zal ik weten dat je ze hebt gelezen, ten minste zo ver als deze instructies. Je hoeft niet één woord aan de mijne toe te voegen als antwoord. Het volstaat voor mij te weten dat ik word gehoord.

Altijd de jouwe,

AN

Estate AN/800

Lissabon, 14 maart 1913

Hooggeachte minister,

Vandaag de dag sturen regeringen die een competitieve markt wensen te laten groeien leerkrachten en academici naar Frankrijk en Duitsland om daar de tekenmethode te leren die ze wensen toe te passen in de opleiding voor arbeiders in hun land. Programma’s voor het onderwijs van de tekenkunst worden geanalyseerd als waren ze aanleiding voor spionage. Het is van noodzakelijk belang te begrijpen waarom sommige landen uitblinken in ontwerptentoonstellingen en andere niet. In 1863, meer dan 50 jaar geleden, stelde Alavin een gedetailleerde studie voor met als onderwerp de stand van zaken van het kunstonderwijs in België sinds 1850, waarin hij de redenen opsomt voor het falen van Belgische industriële creaties op de wereldtentoonstellingen van 1855 in Parijs en 1862 in Londen, en waarin hij het Belgische onderwijs vergelijkt met het Franse. Een kleine halve eeuw later hebben grondige aanpassingen aan het onderwijssysteem ervoor gezorgd dat België zich tegenwoordig koploper mag noemen in industrieel textiel en mode, in concurrentie met de grote Europese machten.

Ik verwijs naar het Belgische voorbeeld omdat dit land beduidend kleiner is dan het onze, niet enkel in grootte, maar ook in textieltraditie! Ik durf zo stoutmoedig te zijn om mezelf als de ideale persoon te beschouwen om een dergelijk ambitieus project in Portugal te leiden. Niet enkel dankzij mijn ervaring als ontwikkelaar van spelen en waarnemer in het Fröbel Instituut, onlangs opgericht in Berlijn, maar ook door op te groeien in en zij aan zij te leven met de textielindustrie dankzij mijn vader, een Azoreaanse visser die zich in 1816 in Frankrijk vestigde, waar hij de tekenkunst leerde en arbeider werd; en bovenal dankzij Chevreul,13 een vriend van mijn vader, in wiens bijzijn ik alle middagen van mijn jongelingsjaren doorbracht.14 Het is van het hoogste belang dat we investeren in deze mondialisering van onderwijsmethodes. De toegankelijkheid en het dagelijkse gebruik van wetenschappen door een versmelting van Machines en Natuur worden noodzakelijk. We galopperen in de richting van moderniteit in al haar vormen. Maatschappelijke vernieuwing ontstaat door onderwijs, zo bepleitte de Franse Revolutie meer dan 100 jaar geleden. We kunnen niet verder met een overheid die niet in de toekomst investeert. In mijn jaren bij Richter & Cie. startte ik een onderzoek naar de kinderjaren van de avant-garde door gegevens te verzamelen over de beschikbaarheid van onze spelen in de woningen van artiesten; een onderzoek met hoogst veelzeggende resultaten, die ons de achtergrond van vele verbazingwekkende vernieuwingen helpen te begrijpen. Momenteel werk ik aan de ontwikkeling van een stamboom van de kunst, met het voornaamste doel te bewijzen dat wanneer de wereld niet speelt, noch fictionaliseert, zij zich niet ontwikkelt.

Estate nr. 222/3333/444

Ik trof de volgende aantekening van mijn grootmoeder in de doos, aan mij gericht: ‘De som van alle delen is niet gelijk aan één enkele persoon.’

Berlijn, 5 februari 1908

Hooggeachte minister-president en Bewaarder van de Privéarchieven van de koning, João Franco,

Onlangs ontmoette ik barones Bertha Von Marenholtz-Bulow in Wenen, en samen ontwierpen we een plan voor de geleidelijke invoering van de kleuterschool in Portugal, een plan dat vernieuwende fundamenten zal helpen te leggen voor de toekomstige generaties. De wereld past in een speelgoeddoos precies omdat zij nergens anders in past. U vraagt mij: ‘Op welke manier maken we de tekenkunst toegankelijk voor iedereen?’ En ik antwoord zoals Pestalozzi zou hebben gedaan: ‘Door te rekenen, te meten en te praten.’ Alleen zou ik dat laatste inruilen voor ‘denken’. Praten is niet vereist om tot kennis te komen.

Baku, 6 april 1909

Mijn beste en hooggeachte minister-president,

Een puzzel vervolledigen is een mentale sprong maken in een spel, bediend door de handen. Ik schrijf u opnieuw om u het eerste Plan voor Mechanische Gymnastiek voor Toekomstige Industriële Arbeiders voor te stellen. U zult merken dat de moeilijkheidsgraad van de oefeningen gestaag stijgt, totdat de student het oog en de hand zodanig beheerst dat hij in staat is om uit het hoofd te tekenen, onzichtbare vormen te fantaseren en voor zijn ogen te zien zweven! De kracht van de verbeelding, hooggeachte minister-president. De gave om te herscheppen wat niet bestaat! En ook, is al het zichtbare werkelijk binnen ons bereik? Is alles echt? Ik moet bekennen dat ik een aanzienlijk deel van mijn leven heb doorgebracht boven de 75 cm van mijn tekentafel, schrijvend, wiskundige vergelijkingen en kosmologische beschouwingen oplossend, en de elliptische omwentelingen van hemellichamen illustrerend. Ik heb afstand genomen van de werkelijkheid, en ik voel hoegenaamd geen verlangen om ernaar terug te keren. Al weet ik ook niet waar dat dan zou zijn. Waarom teruggaan naar een plaats waar we misschien nooit zijn geweest? Wel, zoals ik al zei: wanneer een student in staat is om alle vormen weer te geven die ik vooropstel in mijn appendix, is hij gereed om de hele Natuur te verbeelden en een uitmuntende arbeider te worden. En dat is het! Kennis is de transactie van kennis. En kunst is haar voornaamste vertaler. Alles is het resultaat van een tijdsgeest, niets is het resultaat van de mening van een enkele persoon. Wat zou er van de wereld worden als men geloofde in een vooropgezette en onveranderlijke maatschappij? Als men niet durfde of wenste te veranderen? Het is de taak van ieder om zijn tijdsgeest te omhelzen, en zich er daardoor van te bevrijden. De lucht die we inademen is dezelfde lucht die Archimedes, Euclides, Leonardo of Pessoa inademden. Het zijn de lucht en de adem van het Universum die ons onopzettelijk hebben geschapen, zoals Lao Zi het zou verwoorden. Het begin van de transformatie van ideeën. Enkel buiten het leven bestaat datgene wat het leven leven maakt, enkel buiten het geluid datgene wat het geluid geluid maakt, en enkel buiten het beeld datgene wat het beeld beeld maakt. Men kan het niet fotograferen. Of liever, men kan het fotograferen, maar het beeld kan onmogelijk vastgehecht worden op papier, op datgene wat beweert onveranderlijk te zijn. Archieven zijn redundant en dienen enkel om de Geschiedenis in het leven te roepen, niet om ze te verhalen. Het enige nuttige archief is het archief van de transformatie van ideeën. Hoe worden ze geboren? Waar komen ze vandaan? Kunst is onze behoefte aan abstractie, onze fascinatie met het onzichtbare, en is om die reden het motief voor de transformatie van het zichtbare. Hélas! De vereniging van het bekende en het onbekende dankzij de tekenkunst! Ik sta tot uw dienst en ben bereid naar Lissabon te reizen om met u persoonlijk en in detail de plannen voor de tenuitvoerbrenging van de kleuterschool in Portugal te bespreken.

Mijn erkentelijkheid voor uw belangstelling in dit project,

Met dank verblijf ik,

Acácio Nobre

Estate AN/13

Plannen voor de ontwikkeling van een stamboom van de kunst, 1954.

De avant-garde bekeken door de kindertijd van haar scheppers:15

Estate AN/14

Drie doosjes fentanyl

Acácio Nobre leed vreselijke pijnen die hij behandelde met dit synthetische opiaat, een krachtige pijnstiller die nagenoeg honderdmaal sterker werkt dan morfine, en waarvan het effect vrij kort aanhoudt maar onmiddellijke verlichting brengt. De stof is bekend als mogelijke oorzaak van afasie, naast andere aandoeningen.16

Estate AN/27

Brief aan Marinetti,17 Manhufe, 23 mei 1929

Geachte Mr. Marinetti,

De verzoening van het futurisme met de liefde voor het verleden is onaanvaardbaar. Jullie treffen elkaar opnieuw, deze keer in Venetië, omringd door paleizen, maanlicht, bibliotheken en antiekzaken, alles wat je steevast verachtte. De vele gezichten van de contradictie. Werkelijk, de tijd kan alles verwezenlijken! Jaren gaan voorbij en ik vraag me nog steeds af: Dood aan Dantas,18 waarom? Dood aan Marinetti. Is Marinetti al gestorven? Dood aan het manifest van Marinetti. En wat als het manifest al dood is? Dood aan de dood! En hier vinden we het probleem: onsterfelijkheid bestaat niet, behalve in de Kunst, die uitstijgt boven alle ondermaanse wetten, Kunst is kwantumfysica! Maar hoe kun je dit begrijpen wanneer een futurist zelfs geen tuin kan aanplanten? Noch berekeningen maken! Ja, want een futurist houdt van getallen maar begrijpt niets van wiskunde, een futurist weet zelfs niet hoe naar een schilderij te kijken! Hij verliest zichzelf. Hoe kun je houden van snelheid en geen tijd hebben om tijd te hebben? Omdat een futurist niet begrijpt dat het de tijd is die reist in de mens, niet de mens die reist in de tijd. Jij, mijn beste retro-futurist, bent blijven steken in een soort van neurotisch nationalisme! Kunst heeft de politiek altijd ernstig genomen, meer dan de politiek zichzelf ernstig neemt, maar jij, mijn beste dwaas, jij verkocht haar aan de machthebbers. Erger nog, aan de generaals! Jij hebt behoefte aan ongelijkheid om voor jezelf een eeuwige strijd te verzekeren. Je bent dwaas! Oorlog is de zuivering van de wereld? Wel, ik zeg je dat ideeën doden. De jouwe, maar ook de mijne. We mogen nog allen uitsterven binnen een centrifugaal mum van tijd, maar ik zou mezelf nog liever opeten. Ik zou nog steeds sterven voor ideeën, maar het zouden de mijne zijn!19

Hoogachtend,

Nobre

Estate AN/23-5-8769

Eerste notitie in Nobres retrospectieve dagboek, op schets- en kruidenierspapier.

Retrospectief dagboek pagina 1

Ik besluit een retrospectief dagboek te gaan schrijven – door naar het verleden te schrijven, kan ik mijn tijdperk onder ogen zien. Een mens kan, in theorie, aan alle rampen van zijn tijd ontsnappen, en zo de vrijheid behouden om een betere toekomst uit te denken, vrij van de aanmatigingen van het heden. We hoeven niet allen gegijzeld te worden door ons collectieve verleden. Ik heb onderdak gevonden bij Belgische nonnen die in stilte leven in een klooster in Brecht. Ik overleefde de Eerste Wereldoorlog zonder van zijn bestaan te hebben geweten, en beken dat woorden voor mij slechts belang hebben voor het schrijven, niet voor het spreken; zij dienen enkel om bedenkingen en gedachten duidelijk te maken. Ik doe afstand van mijn spreekapparaat. Ik hergebruik alle onderdelen ervan voor een schrijfmachine die me naar het einde van mijn dagen zal vergezellen. Mijn verblijf in het klooster was lang, verkleed als non, overdag mijn taken volbrengend en ’s nachts alleen met mijn andere ik. Mijn stilte stierf toen Alva het klooster binnenviel, niet alleen schreeuwend, maar vloekend. Haar vertoon was zulk een grove belediging dat de zusters de veiligheid van de kloosterbunker opzochten alsof de Groote Oorlog nog niet afgelopen was. We slaagden erin een oorverdovend stemvolume aan te houden totdat de nonnen ons beiden verdreven, met afschuw vervuld, ervan overtuigd dat ik toch een oplichter moest zijn, dat ik toch sprak, dat ik toch een minnaar had, dat ik toch niet op de vlucht was voor een wereldoorlog, dat ik toch geen slachtoffer was, toch niet, toch niet, toch niet.

Alles had evengoed iets anders kunnen zijn.

Estate AN/23

Acácio Nobre ontvangt een telegram als antwoord op zijn brief aan de minister-president.

Geachte heer,
Inhoud van brief verdacht.
Mogelijk spionage.
Wees in de Rua António Maria Cardoso, nr. 18, op de 24ste.
Geen andere zaken.
Van minister-president.

En onmiddellijk daarna, een onofficieel telegram aan het vorige vastgemaakt:

Beste Nobre,
Te vroeg voor antwoord.
Land weet niet eens te lezen laat staan tekenen.
Vergeet het.
Verlaat land.
Uw bewonderaar,
(noem me Oliveira)20

Alva en hartfalen

Ik ontmoette Alva toen ze 82 jaar oud was. Ze had haar hele leven een korset gedragen en had onlangs een operatie ondergaan om haar organen weer op de juiste plaats te persen. Doordat deze omhoog waren gedrukt, veroorzaakten zij uiteenlopende aandoeningen, evenals aanzienlijke moeilijkheden bij het eten en het zitten. Nog voor ik goed en wel binnen was gekomen zei ze:

Het enige wat echt belangrijk is voor een koppel, is seks.

We praatten de hele namiddag over Acácio.

Wij tweeën verschenen zelden of nooit samen in het openbaar: Acácio sprak nooit, en ik verkocht onzin!

Alva was verbluffend mooi, slank, verleidelijk, maar leed ook aan het syndroom van Gilles de la Tourette en kon behoorlijk schelden!

‘Ervoor te kiezen om tijd te hebben is ervoor te kiezen geen deel uit te maken van deze wereld’ was het laatste wat hij op een briefje achterliet op mijn keukentafel. Ik wist dat ik hem nooit zou weerzien.

Genotsversterker, juweel ontworpen door Alva Ramalho, geschonken aan Acácio Nobre, fotograaf Patrícia Portela, privécollectie

We beschouwden samen het juweel van Acácio, de beroemde verschaffer van vrouwelijk welbehagen, dat als onderwerp de roddels en conversaties onder het vrouwvolk in Franse surrealistische kringen sterk domineerde. Ik staar naar deze brenger van vreugde, deze katalysator van de clitoris, en Alva vertelt me dat Acácio een privéfotocollectie bijhield van de glimlach op het gezicht van de vrouwen die het juweel hadden gebruikt.

Ze legt het juweel in mijn hand.

Wil je het? Neem het.

Nadat ik een forensisch expert vroeg het juweel in detail te onderzoeken, kwam ik te weten dat het nooit gebruikt zou zijn geweest.

In april 1974 verzocht Acácio Alva hem te helpen naar Portugal terug te keren om de revolutie te zien. Het was de eerste keer dat hij vloog.

Toen hij aankwam in Lissabon haastte hij zich naar een betoging tegen de PIDE, waar hij geraakt werd door een kogel. In de testikels. Hij overleed, volgens de verslagen van het ziekenhuis, als gevolg van een hartstilstand, net als een beroemde Portugese dichter overleed op de ochtend van de Anjerrevolutie, op het Largo do Carmo-plein in Lissabon.

Maar sterft niet iedereen omdat het hart stopt?

Bij zijn begrafenis hadden de twintig aanwezige kennissen (geen van hen familie) allen een boek meegebracht; ze droegen allen een strikje en zaten allen masala chai te drinken, de beste theekoekjes met boter te eten, en te schrijven, de grote man huldigend die Acácio Nobre was geweest.

Zijn epitaaf luidt:

‘Alles had evengoed iets anders kunnen zijn.’21

Uittreksels uit het script van The Private Collection of Acácio Nobre, een voorstelling op 26 februari 2011 ter gelegenheid van Performatik 2011 in Kaaistudio’s, Brussel.

Vertaling: Fien Steel

+++

Patrícia Portela

schrijft en maakt performances, en woont zowel in België als in Portugal. Ze studeerde set- en kostuumontwerp in Lissabon en in Utrecht; film in Ebeltoft en filosofie in Leuven. Sinds 2003 maakt ze performances en installaties in samenwerking met internationale artiesten. Ze is de gebloemleesde auteur van de romans Para Cima e Não Para Norte (2008), Banquete (2012, finalist van de APE Prize for Novella and Novel 2012) en Dias úteis (2017). Momenteel voltooit ze met steun van een literaire beurs (DGLAB Portugal) haar nieuwste roman.

Noten

  1. Handgeschreven aantekening in de doos. Het handschrift vertoont gelijkenissen met dat van mijn grootvader, maar het taalgebruik lijkt op het mijne.
  2. João Ferreira Franco Pinto Castelo Branco was gedurende tientallen jaren een centrale politieke figuur in Portugal. Hij verwierf bekendheid vanwege zijn oppositie tegen de monarchistische partijen, zijn coalities met diezelfde partijen; hij verklaarde zichzelf een liberaal, een conservatief, een monarchistisch dictator of een aanhanger van de republikeinse partij, afhankelijk van de smaak van de tijd. Hij slaagde erin eenstemmig gehaat te worden wanneer hij de kwestie oploste door de koning te verzoeken iedere vorm van oppositie tegen zijn heerschappij te verbieden. De monarchie probeerde zich veel te laat van hem te distantiëren. Op 6 oktober 2010 schreef een journalist: ‘Na een lange strijd, was het de monarchie zelf die de republiek in Portugal installeerde.’
  3. Hier eindigt het document.
  4. Dit spel werd gelanceerd op dezelfde Internationale Bijeenkomst van Puzzelmakers in Florence waar Nobre enkele jaren voordien zijn grootste succes had gepresenteerd, de Ovoïde Puzzel. Deze keer echter haalde het elektronische spel, ondanks zijn genialiteit, de verkoopfase niet. Zijn gewicht van 85 kg bemoeilijkte het transport aanzienlijk, en het was financieel onhaalbaar. De afwijzing van dit nieuwe spel luidde het begin in van Acácio’s neergang. Achtendertig jaar later introduceerde William Higinbotham een zeer gelijkaardig tennisspel, Tennis for Two, dat nu officieel wordt erkend als de voorloper van alle computerspelen.
  5. Hier eindigt het document.
  6. Aan het eind van de negentiende eeuw was Europa opgedeeld in de landen die de studie van de tekenkunst omarmden en zo onbedoeld de moderne tijd in het leven riepen, gebaseerd op de eenvoudigste wetten van concurrentie, en andere regeringen die de kleuterschool verboden uit angst voor het vrije denken. De industriële revolutie effende de weg voor een vereenvoudiging van de geometrie van het lichaam, en voor de studie van kleur aan de hand van patronen en contrasten. Het moment waarop de bestaande educatieve modellen voorbijgestreefd werden, was het moment waarop de avant-garde ontstond.
  7. Henri Poincaré was een aristocratische wiskundige uit de negentiende eeuw die de spellingsfouten in zijn teksten weigerde te corrigeren, omdat hij dat opvatte als tijdverspilling. Hij herschreef het drielichamenprobleem, een vraagstuk dat nog later de basis vormde voor de chaostheorie. Deze baanbrekende theorie werd gepopulariseerd door het anekdotische beeld van de vleugelslag van een vlinder in Amerika die een orkaan veroorzaakt in Japan.
  8. Het is noodzakelijk hier te vermelden dat de theorieën over het onderbewuste op dit moment in de tijd nog zeer recent, modieus en zonder meer revolutionair waren.
  9. De theorie van de zwarte zwaan. Alle zwanen zijn wit totdat één enkele zwarte zwaan de theorie weerlegt. Alles is (of lijkt) wat het is, totdat het tegendeel bewezen wordt.
  10. Acácio Nobre werd geboren in hetzelfde jaar en op dezelfde dag dat David Brewster overleed, de man van de eerste stereoscoop, en die licht polariseerde en de kaleidoscoop uitvond.
  11. Alva was de vrouw die Acácio het beroemde juweel schonk dat hij altijd meedroeg in zijn broekzak, vastgemaakt aan een horlogeketting. ‘Het is nuttiger om de tijd aangenaam te spenderen, dan te weten hoe laat het is’, was Acácio’s ironische opmerking over dit juweel. Ik heb altijd vermoed dat Alva de sleutel bezat die me zou helpen Acácio te begrijpen, en ik heb jarenlang alle herinneringen aan haar leven die ik kon vinden, nagejaagd.
  12. Wanneer Acácio Chladni vermeldt, bedoelt hij de zoon. De vader, Ernst Florenz Friedrich Chladni (1756-1827) was een Duitse fysicus en professor in Breslau. Hij publiceerde een verhandeling over de geluidsleer die ook de beeldende kunsten beïnvloedde, en was de eerste persoon die geluidsgolven omzette in tekeningen. Chladni had twee zonen; één ervan was doof en een goede jeugdvriend van Acácio Nobre.
  13. Chevreul, de vermaarde Franse chemicus, was de directeur van de kleurstoffenafdeling in de tapijtenfabriek Les Gobelins, waar de vader van Acácio ook aan het werk was. Dankzij zijn drang om de helderheid van de kleuren te verbeteren, kwam hij tot de conclusie dat de helderheid niet zo zeer wordt veroorzaakt door de chemische kwaliteit van de kleurstof, maar door een optische illusie, de ontmoeting van het oog met de kleur. Zijn theorieën hebben indirect een ganse generatie schilders beïnvloed. ‘Om een model te imiteren moeten we het anders kopiëren dan hoe we het zelf zien’, was wat Chevreul Acácio op het hart drukte.
  14. Een curiositeit: Chevreul was ook een van de voorvaderen van de geriatrie: hij overleed op de leeftijd van 102.
  15. Het was bij Richter & Cie. dat Acácio zijn onderzoek opstartte naar de kinderjaren van de avant-garde, door gegevens te verzamelen over de spelen van het bedrijf in de woningen van artiesten. Zijn voornaamste doel was te bewijzen dat ‘wanneer de wereld niet speelt, noch fictionaliseert, zij zich niet ontwikkelt’. Acácio Nobre geloofde dat een Russisch doosje met acht houten spellen dat op de markt was in het midden van de negentiende eeuw, Malevitsj ertoe aangezet heeft het modernisme uit te vinden in de twintigste eeuw, dat The Elements of Drawing van Ruskin, gepubliceerd in 1857, grotendeels ontstaan is uit het Franse impressionisme, en dat de eerste geometrische puzzels bij Richter & Cie. de jonge Kandinsky in 1880 inspireerden om abstracte kunst in het leven te roepen tussen 1910 en 1913. Er wordt een etnografische collectie tentoongesteld in Parijs, en twee bezoekers ervan verspreiden het kubisme over gans Europa. De Fröbeliaanse opvoeding van Frank Lloyd Wright heeft ons Moderne en Organische Architectuur gebracht.
  16. Afasie is een taalstoornis. Hoewel afasiepatiënten in staat kunnen zijn te schrijven of te zingen, hebben velen moeite met spreken. Afasie is het gevolg van een hersenletsel door hartstilstand of hersenschudding. Mogelijke symptomen zijn: overmatige creativiteit in persoonlijke neologismen; hardnekkige herhaling van dezelfde zinnen of uitdrukkingen, en de onmogelijkheid om spontaan te spreken. In het zeldzame geval dat de patiënt in staat is te spreken, doet hij dit vaak in palindromen – woorden en cijfers die zowel voorwaarts als achterwaarts gelezen kunnen worden – zoals radar, lepel, kaak of zelfs hele zinnen zoals ‘Kook ik ook?’, ‘En er is ananas, Irene’, ‘“De mooie zeeman nam Anna mee”, zei oom Ed’, en ‘Wel, het is slechts iets, maar iets slechts is het wel’. Kunstenaars die aan afasie leden (maar zich niet noodzakelijk uitdrukten in palindromen) zijn bijvoorbeeld Malevitsj, Jonathan Swift en Acácio Nobre.
  17. De brief aan Filippo Tommaso Emilio Marinetti was de reden waarom de Portugese futuristen zich distantieerden van Acácio Nobre, en sindsdien weigerden zijn naam ooit nog uit te spreken.
  18. Dantas was de directeur van de Academie voor Schone Kunsten in Lissabon, die een hele generatie modernistische schilders had afgewezen en daarop in het manifest van de futuristen werd gebruikt als symbool voor het academisme in de kunsten.
  19. De laatste alinea van de brief aan Marinetti verwijst rechtsreeks naar de Antropofagische Beweging (Movimento Antropofágico), die ontstond in Brazilië, waarvan Acácio Nobre een van de grootste aanhangers in Portugal en Europa was.
  20. António de Oliveira Salazar was een Portugese dictator en gaf leiding aan het bewind van de Estado Novo, in grote mate geïnspireerd door fascistische ideologieën. Hij bestendigde het beeld van Portugal als een pluricontinentaal rijk, was verantwoordelijk voor duizenden slachtoffers in de koloniale oorlogen en steunde een geheime politie die alle basisrechten en politieke vrijheden beknotte. Ondanks dit alles werd hij via een radio- en televisiewedstrijd verkozen tot de ‘Grootste Portugees aller tijden’, twee jaar nadat Pater Damiaan werd verkozen tot de ‘Grootste Belg’ voor Nederlandstalig België, en Jacques Brel tot ‘Le plus grand Belge’ voor Franstalig België.
  21. De kleuterschool van Fröbel werd nooit geïntroduceerd in Portugal.